Skip to ContentSkip to Navigation
About us Faculty of Arts
Header image Uit de collegebank geklapt

Met vallen en opstaan?

Datum:31 mei 2023
Hilde Bos, tweedejaars bachelorstudent
Hilde Bos, tweedejaars bachelorstudent

Ik vond de lessen Nederlands op mijn middelbare school maar saai: er kwam geen einde aan de leestoetsen en spellinglessen. Jammer genoeg kwamen interessantere kanten van taal hierdoor niet aan bod. We hadden het bijvoorbeeld maar één keer over de vraag hoe kinderen eigenlijk hun moedertaal leren. Da’s simpel, dachten we. Ouders leren hun kinderen praten en verbeteren hen als ze fouten maken. Onze docent schudde zijn hoofd en zei dat het iets complexer zat. Daar liet hij het helaas bij. Op de universiteit begreep ik waarom hij niet verder wilde uitweiden.

Nature of nurture?

Bij het vak Taalverwerving Nederlands leerde ik dat onderzoekers er simpelweg nog niet over uit zijn. Volgens sommige leer je taal op dezelfde manier als andere vaardigheden. Net zoals je je verstand gebruikt wanneer je fietsen of wiskunde onder de knie wilt krijgen, doe je dat ook als je een taal leert. Taalverwerving hoort dus bij je nurture: je ontwikkeling. Andere onderzoekers zeggen juist dat er als het ware regeltjes in je hoofd liggen te wachten op het juiste taalaanbod van mensen om je heen. Taal hoort volgens deze onderzoekers dus bij de nature van de mens. Waar onderzoekers het wél over eens zijn, is dat kinderen alleen kunnen leren praten als ze voldoende van dit talige aanbod krijgen. 

Genoeg onduidelijkheid dus, en dat wordt alleen maar erger. Onderzoekers vermoeden dat er een zogenaamde kritieke periode is waarin kinderen het beste hun eerste taal kunnen leren. Vanaf hun zevende levensjaar gaat het steeds minder makkelijk. Maar is dat niet gek, aangezien kinderen leren praten door te oefenen of dankzij een speciaal aangeboren vermogen? Als een kind van twee snapt dat hij woordjes aan elkaar kan plakken, kan een kind van tien dat toch ook? Dit is natuurlijk lastig te testen. De meeste kinderen groeien op met taal om zich heen.

Casus Genie Wiley

Genie Wiley was in 1970 een uitzondering op deze regel. Het dertienjarige meisje was door haar vader rond haar tweede levensjaar opgesloten in haar kamer. De komende elf jaar zat ze daar dag en nacht vastgebonden aan haar postoeltje of bed. Ze kon geen voet buiten haar kamerdeur zetten en niemand praatte met haar. De reden van dit alles? Toen ze begon te praten, zou een arts tegen haar ouders gezegd hebben dat ze zich een beetje langzaam ontwikkelde en misschien een verstandelijke beperking had. Door de onmenselijke manier waarop ze behandeld was, had Genie niet goed leren lopen en kon ze niet praten toen ze werd gevonden. 

Wetenschappers wilden onderzoeken of tieners nog een eerste taal kunnen leren. Ze probeerden daarom om Genie te leren praten. Het lukte haar aardig goed om nieuwe woorden te leren, maar zinsbouw kreeg niet onder de knie. Op het eerste oog leek Genies voortgang dus te bewijzen dat er een kritieke periode is voor het leren van een eerste taal.

Flink wat kanttekeningen

Maar de situatie bleek toch ingewikkelder te zijn. Genie was getraumatiseerd door de verschrikkelijke manier waarop ze thuis behandeld was. Ook had een van de onderzoekers sterk het vermoeden dat ze inderdaad een verstandelijke beperking had. Telkens wanneer ze sliep, had ze namelijk een abnormale hersenactiviteit. Het is dus maar de vraag of het gebrek aan talige interactie in Genies kinderjaren het enige was wat haar talige ontwikkeling in de weg zat.

Ook het onderzoek zelf liet te wensen over. Normaal gesproken worden kinderen als het ware ondergedompeld in taal door de volwassenen om hen heen. Bij Genie ging dat anders: de onderzoekers leerden haar actief taal aan met trainingen en testjes. En toen de subsidie op was, konden de onderzoekers niets meer beginnen. De wereld ging weer dicht voor Genie: ze werd van tehuis naar tehuis en van pleeggezin naar pleeggezin gebracht. De onderzoekers mochten geen contact meer met haar opnemen en ze werd zó mishandeld dat haar taalvaardigheid achteruit ging. Het zal dus voor altijd een vraag blijven of Genie taal anders wél onder de knie had kunnen krijgen.

Hoe meer de wetenschap ontdekt, des te meer onderzoekers zich bewust worden van alles wat nog onduidelijk is. Dat geldt ook voor taalverwerving, maar dat maakt dit vakgebied des te uitdagender! Waarom zouden de lessen Nederlands daarop een uitzondering moeten zijn? Het is toch gaaf om samen te praten over een vraag waar niet direct een volledig antwoord op is? Zo maken we elkaar enthousiast. Misschien is dat voor sommigen zelfs hun eerste stap naar een toekomst als onderzoeker in het taalverwervingsveld. Hoe meer mensen meedoen aan deze speurtocht, hoe beter.

Wil je meer lezen van Hilde? Eerder schreef zij dit blog.





Tags: Taalkunde

Reacties

Reacties laden...