Skip to ContentSkip to Navigation
About usFaculty of Behavioural and Social SciencesPedOn

Meer aandacht voor bewegen in de ondersteuning van personen met een (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperking

Cum Laude promotie Leontien Bossink
06 april 2019

Personen met een (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperking worden in de huidige ondersteuning slechts in geringe mate motorisch geactiveerd. Zij kunnen hierdoor onvoldoende profiteren van de positieve effecten die bewegen voor hen kan hebben. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Leontien Bossink. Zij promoveerde 21 maart 2019 cum laude aan de Rijksuniversiteit Groningen op haar proefschrift ‘A move ahead. Research into the physical activity support of people with (severe or profound) intellectual disabilities’.

Leontien Bossink onderzocht de bewegingsgerichte ondersteuning van personen met een verstandelijke beperking, met specifieke aandacht voor personen met een (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperking (ZEVMB). In haar proefschrift beschrijft ze de mate en wijze van motorische activering in de huidige ondersteuning, de rol en het gedrag van zorgprofessionals, en de effectiviteit van een in de praktijk ingezette beweeginterventie voor personen met ZEVMB.

Positieve effecten bewegen

Bewegen kent vele positieve effecten, ook voor kwetsbare groepen zoals personen met ZEVMB. Studies hebben aangetoond dat de activering van personen met ZEVMB gepaard kan gaan met positieve effecten op de mate van alertheid, fysieke fitheid en op gedrags- en slaapproblemen en motorisch functioneren. In het algemeen wordt het aanbod van activiteiten bij personen met ZEVMB gekenmerkt door passiviteit, lichaamsgebondenheid en weinig variatie.

Geringe motorische activering

Uit het onderzoek van Bossink blijkt dat personen met ZEVMB in de huidige ondersteuning slechts in geringe mate motorisch worden geactiveerd en zo onvoldoende in de gelegenheid worden gesteld te profiteren van de positieve effecten van bewegen. Het onderzoek toont ook aan dat zowel de kenmerken van de persoon zelf als zijn of haar omgeving gerelateerd zijn aan de mate van motorische activering. De omgeving van personen met ZEVMB is beïnvloedbaar en daarmee dus met name interessant. Om de situatie te verbeteren is het dus belangrijk om beter inzicht te krijgen in de rol en het gedrag van zorgprofessionals.

Rol zorgprofessional

Dit promotieonderzoek vormt een eerste aanzet tot het beter begrijpen van de rol en het gedrag van deze zorgprofessionals wanneer het gaat om het uitvoeren van een bewegingsgerichte ondersteuning. In één van de studies gaf de meerderheid van de geïnterviewde zorgprofessionals aan dat zij zich bewust zijn van het belang van bewegen en ook hun eigen ondersteunende rol daarbij. De specifieke kenmerken van de doelgroep werden veelal wel als een belemmering omschreven. Bossink toont in haar proefschrift echter ook aan dat het juist de kenmerken van de zorgprofessional zelf zijn die bijdragen aan de verschillen in het gedrag van de zorgprofessionals. Het gaat dan om factoren als kennis en vaardigheden, voldoende scholing op dit terrein, leeftijd, motivatie, en ook de werklocatie met de beschikbare faciliteiten. Om de kwaliteit van de door zorgprofessionals geboden ondersteuning te vergroten adviseert Bossink om een intern trainingsprogramma te ontwerpen waarin ook strategieën voor het veranderen van de fysieke en sociale omgeving binnen de organisatorische context worden meegenomen.

Wetenschappelijke onderbouwing praktijkinitiatieven ontbreekt vaak

Ten slotte anticipeert Bossink met haar onderzoek op een trend gericht op de ontwikkeling in de praktijk van diverse beweeginitiatieven voor personen met een (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperking. De effectiviteit van een interventie waarbij ꞌbeweegbankenꞌ worden ingezet staat in haar onderzoek centraal. De resultaten laten zien dat de interventie uitvoerbaar is voor personen met een (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperking, maar niet de gewenste effecten te hebben die de praktijk wel verwachtte. De noodzaak om praktijkinitiatieven wetenschappelijk te (laten) onderbouwen wordt hiermee onderstreept.

Meer informatie

Leontien Bossink deed haar promotieonderzoek bij de afdeling Orthopedagogiek van de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen. Zij werkt momenteel als gedragswetenschapper bij de 's Heeren Loo zorggroep. Daarnaast zal zij vanaf 1 april werkzaam zijn als postdoctoraal onderzoeker binnen de Academische Werkplaats EMB.

Proefschrift:

Bossink, L. (2019). A Move Ahead: Research into the physical activity support of people with (severe or profound) intellectual disabilities. [Groningen]: Rijksuniversiteit Groningen.

http://hdl.handle.net/11370/2bf3b9ce-93fa-4e0c-b37a-40c7ee59d311

Laatst gewijzigd:09 april 2019 15:40

Meer nieuws

  • 16 september 2019

    Betrokkenheid bij milieu groter dan verondersteld

    De wereld wordt geconfronteerd met milieucrises, maar acties om deze crises tegen te gaan lopen sterk achter. Volgens Thijs Bouman en Linda Steg komt dat niet doordat mensen het milieu niet belangrijk vinden, maar vooral omdat ze structureel onderschatten...

  • 06 september 2019

    Het stimuleren van creativiteit

    De focus van het proefschrift van Kiki de Jonge  ligt op de vraag hoe je persoon en context optimaal op elkaar kunt afstemmen om ervoor te zorgen dat mensen de creativiteit in nieuwe ideeën waarnemen en zo tot creatieve prestaties en werkplezier komen...

  • 06 september 2019

    Gevoeligheid jongeren met obesitas of anorexia nervosa voor beloning en straf

    Nienke Jonker onderzocht of individuele verschillen in gevoeligheid voor beloning en straf mogelijk een rol in spelen bij eetstoornissen. Zij ging na of jongeren met obesitas vooral gevoelig zijn voor beloning (bijvoorbeeld het belonende gevoel van...