Skip to ContentSkip to Navigation
Rijksuniversiteit Groningenfounded in 1614  -  top 100 university
Over ons Campus Fryslân Research at Campus Fryslân Centrum voor Duurzame Landbouw Transitie

Tussen bodem en beleid

10 maart 2026

In Doldersum runnen Emelie en Roelof André, Kaasboerderij De Zeven Koeien. Ze verwerken de melk van hun zeven koeien zelf tot kaas, yoghurt en kwark, en verkopen die rechtstreeks in hun boerderijwinkel. Korte keten, eigen regie.

Tegelijk ondernemen ze in een landbouwsysteem dat schuurt. Onzeker beleid, kortlopende pacht en tegenstrijdige marktprikkels maken investeren in bodem en toekomst ingewikkeld. Wat vraagt dat van boeren? En wat is er nodig om echt perspectief te bieden.

In dit gesprek delen zij hun werkwijze, samenwerking en de visie op de toekomst.

Boeren tussen bodem en beleid: zoeken naar richting in een tijd van verandering

Wie vandaag de dag boert, onderneemt in een landschap dat voortdurend in beweging is. Niet alleen letterlijk met veranderende weersomstandigheden en een bodem die zorg vraagt, maar ook figuurlijk. Het landbouwsysteem wringt. En dat wringen zit minder in de wil om te veranderen, dan in de vraag: waar moeten we naartoe?

Onzekerheid als grootste knelpunt

Het meest voelbare knelpunt in het huidige landbouwsysteem is de onduidelijkheid. Met name vanuit de politiek ontbreekt het aan een consistente koers. Voor een ondernemer die werkt met meerjarige teelten, investeringen en bodemprocessen is dat funest. Een boer denkt in cycli van twee, drie of vijf jaar en bij omschakeling naar bijvoorbeeld biologische landbouw zelfs nog verder. Alleen al certificeringstrajecten vragen jaren, laat staan het herstellen of opbouwen van bodemkwaliteit. Die lange adem staat in schril contrast met kortlopende pachtconstructies of wisselende beleidsrichtingen. Wanneer grond slechts voor één jaar beschikbaar is, wordt investeren in bodemverbetering een lastig verhaal. De realiteit is dat duurzaam bodembeheer tijd, toewijding en zekerheid vraagt. Zonder perspectief op langdurig gebruik ontstaat het risico dat grond vooral wordt benut in plaats van opgebouwd. Ook bij gebiedspartijen en natuurorganisaties leeft die onzekerheid. Zo is er bijvoorbeeld onduidelijkheid over de langetermijnvisie op grondgebruik bij organisaties als Prolander. Voor boeren die met deze partijen samenwerken, is het essentieel om te weten waar ze aan toe zijn en voor hoe lang? De kern van het probleem? Een gebrek aan heldere richting. Wat wordt er precies van de boer verwacht? En hoe ziet het landbouwlandschap er over twintig jaar uit?

Duurzame landbouw vraagt om samenhang

Duurzame landbouw mogelijk maken vraagt om meer dan goede bedoelingen. Het vraagt om samenhang tussen beleid, markt en maatschappij. Wanneer aan de ene kant handelsafspraken zoals Mercosur worden nagestreefd en aan de andere kant duurzame productie wordt gestimuleerd, roept dat vragen op. Welke koers wil de overheid werkelijk varen? Ook de consument speelt hierin een sleutelrol. In de supermarkt is het niet altijd duidelijk wat van dichtbij komt en wat niet. Als herkomst en productiewijze onduidelijk zijn, wordt bewust kiezen ingewikkeld. De vraag is dan: wat verwachten we van consumenten, en welke keuzes maken we als samenleving écht? Duurzaamheid heeft een prijs. Veel mensen spreken hun steun uit voor natuurinclusieve of biologische landbouw, maar wanneer producten aanzienlijk duurder worden, ontstaat aarzeling. Dat spanningsveld is begrijpelijk, maar het onderstreept wel dat de omslag niet alleen bij de boer kan worden neergelegd. Tegelijkertijd ligt er ook een verantwoordelijkheid bij de ondernemer. Veel boeren staan open voor verandering, al is dat niet altijd zichtbaar. Teleurstellende ervaringen met eerdere duurzaamheidsprojecten hebben soms geleid tot terughoudendheid. Wat van buitenaf kan lijken op onwil, blijkt vaak eerder voorzichtigheid. Uiteindelijk draait het om drie schakels die in beweging moeten komen: overheid, consument en ondernemer.

‘Boeren verdienen beter’ als toekomstvisie

De uitspraak ‘boeren verdienen beter’ gaat in essentie over duidelijkheid en perspectief. Ondernemers hebben een stip op de horizon nodig, een helder toekomstbeeld richting 2040 of 2050. Niet in de vorm van steeds wisselende maatregelen, maar als samenhangende visie waarop zij hun bedrijfsvoering kunnen afstemmen. In het verleden is zo’n koersbepaling vaker succesvol geweest. Onder leiding van Sicco Mansholt werd na de oorlog actief richting gegeven aan de landbouwsector. Boeren wisten waar ze aan toe waren en konden daarop investeren en plannen. Een vergelijkbare duidelijkheid ontbreekt nu. Terwijl juist die langetermijnvisie boeren in staat zou stellen om met vertrouwen te bouwen aan een toekomstbestendig bedrijf.

Hoopvolle signalen uit de praktijk

Gelukkig zijn er ook positieve ontwikkelingen. In het noorden van het land zetten natuur- en gebiedsorganisaties stappen om duurzame initiatieven te stimuleren. BoerenNatuur organisaties zoals ELAN en Agrarische Natuur Drenthe ondersteunen bijvoorbeeld de aanleg van kruidenrijk grasland en andere vormen van natuurinclusieve landbouw. Daarnaast blijken studieclubs van grote waarde. In een laagdrempelige setting ervaringen uitwisselen, experimenteren op enkele hectares en resultaten delen met collega's, het zijn praktische manieren om verandering werkbaar te maken. Kleine stappen kunnen zo uitgroeien tot bredere beweging.

Ook het voornemen van de overheid om opnieuw met productschappen te werken, wordt als positief ervaren. In zo’n model werken landbouw, onderwijs en onderzoekers samen aan uitvoerbaar beleid, voordat het op het bord van de regering belandt. Dat vergroot de kans op draagvlak en praktische haalbaarheid.

Toekomstbestendig boeren: kennis die past bij het erf

Voor toekomstbestendig boeren is kennis cruciaal maar wel praktijkgerichte kennis. Er is veel theoretische informatie beschikbaar, maar boeren hebben vooral behoefte aan contextspecifieke inzichten die aansluiten bij hun eigen bodem, bedrijfsvoering en ecosysteem. Wat werkt op zandgrond in Drenthe, werkt niet automatisch op klei in Zeeland. Algemene maatregelen zonder oog voor lokale omstandigheden kunnen zelfs averechts uitpakken. Het vraagt om maatwerk, waarbij de boer daadwerkelijk verder kan met wat wordt aangereikt. Initiatieven zoals deelname aan ReGeNL en door organisaties gefinancierde bodemonderzoeken helpen daarbij. Niet alleen inhoudelijk, maar ook financieel. Verduurzaming kost tijd, energie en geld. Wanneer die inspanningen worden ondersteund en gedeeld, voelt de transitie minder als een individuele last en meer als een gezamenlijke opgave.

Samen bouwen aan vertrouwen

De landbouw staat voor grote uitdagingen, maar ook voor kansen. De bereidheid om te veranderen is er bij boeren, bij organisaties en in delen van de samenleving. Wat nu nodig is, is richting. Een duidelijke koers, realistische verwachtingen en samenwerking tussen alle betrokken partijen. Met een heldere stip op de horizon en ruimte voor maatwerk kan het vertrouwen groeien. En juist dat vertrouwen vormt de basis voor een landbouwsysteem dat economisch houdbaar, ecologisch verantwoord en maatschappelijk gedragen is.

Laatst gewijzigd:10 maart 2026 11:26
Deel dit Facebook LinkedIn