De stem van het erf
In gesprek met Jelle Pilat, themacoördinator bij vereniging Noardlike Fryske Wâlden. Deze vereniging werkt in Noordoost-Fryslân en binnen het Nationaal Landschap Noardlike Fryske Wâlden. Bijna achthonderd leden – boeren en particuliere grondbezitters – zetten zich dagelijks in voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb). Hun inzet houdt het karakteristieke coulisselandschap in stand en biedt ruimte aan weidevogels die het landelijk steeds moeilijker krijgen.
Boeren in een landschap met lagen
Wie door het werkgebied van de Noardlike Fryske Wâlden rijdt, ziet een mozaïek van houtwallen, elzensingels en kleinschalige percelen: het kenmerkende coulisselandschap. Daaromheen liggen open graslanden, waar weidevogels als grutto en kievit thuishoren. Een klein deel bestaat uit open akkerland, waar weide- en ook akkervogels zoals de veldleeuwerik en gele kwikstaart voorkomen. Juist die afwisseling vraagt om gerichte keuzes. “Er is simpelweg te weinig budget om overal ANLb beheer uit te voeren. Dus concentreren we het beheer daar waar het meeste effect te behalen valt.” In kansrijke weidevogelgebieden trekken boeren samen op. Ze combineren maatregelen als kruidenrijk grasland, een hoger waterpeil en plas-draspercelen. Niet versnipperd, maar in samenhang. Agrarisch natuurbeheer is daarbij geen abstract begrip. Het gaat om concrete berekeningen: wat kost het om een maaidatum uit te stellen? Wat betekent het als je één of twee sneden minder oogst? Wat vraagt het onderhoud van houtwallen aan tijd en materieel? De vergoeding is gebaseerd op gederfde inkomsten en gemaakte kosten. “Het moet uitlegbaar en uitvoerbaar blijven.”
Een systeem dat wringt
Het schuurt niet zozeer in het veld, maar vooral in het systeem eromheen. Stikstof vormt momenteel de meest zichtbare blokkade. Sinds de jaren negentig speelt het vraagstuk al, maar de afgelopen jaren is het uitgegroeid tot een rem op zowel landbouw als bouw. Daarbovenop zijn er beperkingen m.b.t. waterkwaliteit en fosfaat. Het werkgebied van de Noardlike Fryske Wâlden is aangewezen als nutriënt-verontreinigd gebied (NV), inmiddels veranderd in Maatschappelijk Aandachtsgebied, met verstrekkende gevolgen voor de bedrijfsvoering van boeren. Het probleem ligt niet in één dossier, maar in de stapeling ervan. Veel beleid wordt top-down opgelegd. Bufferstroken bijvoorbeeld worden generiek opgelegd, terwijl ze effectiever kunnen worden ingezet waar de waterkwaliteit daadwerkelijk onder druk staat. Wat ontbreekt, is een gebiedsspecifieke nuance. In plaats van af te wachten, kiest de vereniging voor een bottom-up benadering: zelf inzichtelijk maken hoe het gebied ervoor staat, wat boeren al hebben gedaan en waar ruimte zit voor verdere verbetering. Neem de aangekondigde 30 procent reductie van ammoniak ten opzichte van 2019. Misschien hebben de boeren al grote stappen gezet. Dan moet dat eerst goed in beeld zijn, voordat er paniek ontstaat. Om dit in de vorm van projecten op te pakken kost vaak tijd en ondertussen worden we vaak alweer ingehaald door generiek beleid.
Duurzame landbouw vraagt om samenhang
Duurzame landbouw is geen puur technische opgave, maar een kwestie van prikkels. Zolang de melkprijs leidend is en per liter wordt uitbetaald, blijft volumegroei aantrekkelijk. “Als de prijs stijgt, produceert men meer liters. Dat is logisch ondernemerschap. ”Tegelijkertijd verschuift de markt, bijvoorbeeld richting Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s). Partijen als FrieslandCampina sturen via KPI-systemen steeds nadrukkelijker op bijvoorbeeld CO₂-reductie. Dit heeft positieve effecten gehad voor de reductie, maar moet niet afwentelen op andere KPI’s. Zo zijn er meerdere KPI’s die elkaar beïnvloeden. Hoog-efficiënte bedrijven met veel krachtvoer en jaarrond opstallen scoren bijvoorbeeld gunstig op een laag eiwitgehalte in het voer, simpelweg omdat er beter valt te sturen op het rantsoen. Terwijl extensievere bedrijven met veel weidegang relatief minder goed uitkomen. De opgaven – stikstof, waterkwaliteit, biodiversiteit, landschap – zijn integraal. Dan moet ook de beloning integraal , maar vooral toegankelijk zijn voor zowel intensieve als extensieve bedrijven. De kunst is dit vanuit een gebiedsaanpak vorm te geven. Stapeling van prikkels kan helpen: toeslagen vanuit de zuivel, kortingen op waterschapslasten bij betere waterkwaliteit, gunstige pachtvoorwaarden vanuit gemeenten of provincies, gecombineerd met vergoedingen voor agrarisch natuurbeheer. In de praktijk lopen boeren en gebiedsorganisaties echter tegen verkokerd overheidsbeleid aan. Eén integraal plan wordt vaak alsnog in aparte loketten opgeknipt.
‘Boeren verdienen beter’ is ook: voorlopers erkennen
De uitspraak ‘boeren verdienen beter’ krijgt een mooie invulling. Niet alleen financieel, maar ook in termen van rechtvaardigheid en vertrouwen. Bij generieke reductiedoelen wringt het. Bedrijven die de afgelopen jaren al fors hebben geïnvesteerd in emissiereductie of extensivering, moeten soms opnieuw dezelfde procentuele stap zetten als bedrijven die nog weinig doen. Voorlopers verdienen erkenning, anders wordt juist degene die al verantwoordelijkheid heeft genomen, gestraft. Het gevolg is afnemend vertrouwen in het beleid van de overheid. Boeren vragen zich af of investeringen in extensivering of emissiebeperking over twee jaar nog steeds worden gewaardeerd, of dat nieuwe regels de spelregels opnieuw veranderen. Zonder duidelijkheid over doelen op één, vijf of tien jaar wordt een langetermijnstrategie lastig. Daarom wil de vereniging als gebied zelf concreet maken wat haalbaar is, hoe doelen bereikt kunnen worden en waar de kansen liggen. Niet om landelijke doelen te ontkennen, maar om ze gebiedsgericht in te vullen. De boodschap aan overheden is duidelijk: zorg dat beleid positieve ontwikkelingen ondersteunt in plaats van blokkeert.
Hoop in de gebiedsaanpak
Tegelijk zijn er lichtpunten. In het coalitieakkoord staat nadrukkelijk dat de transitie via een gebiedsgerichte aanpak moet verlopen. Dat biedt ruimte voor maatwerk en dialoog. Initiatieven waarbij overheden en stakeholders samen aan tafel zitten – zoals stikstoftafels – zijn hoopvol, mits ze leiden tot een gedragen en uitvoerbare aanpak. Samenwerkingen met een brede groep mensen brengen nieuwe perspectieven. Binnen netwerken als ReGeNL en het Centrum voor Duurzame Landbouw schuiven professionals uit diverse sectoren aan, die met frisse blikken naar gebiedsontwikkeling kijken. Dat kan onverwachte kansen blootleggen. “Normaal spreken we niet met zulke diverse partijen. Juist dat levert nieuwe inzichten op.”
Met een sterke ledenbetrokkenheid kan de Noardlike Fryske Wâlden goed verwoorden wat er leeft op het erf en in het veld. Die stem wil de vereniging nadrukkelijk laten doorklinken in beleid. De opgave is groot: stikstof, waterkwaliteit, biodiversiteit, landschap en klimaat. Maar de bereidheid om te bewegen is aanwezig. Mits er perspectief is. Mits doelen helder zijn. En mits boeren niet alleen worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid, maar ook erkend worden in hun inzet. Wie dagelijks werkt aan het landschap, verdient meer dan regels alleen. Die verdient richting, vertrouwen en een beloning die recht doet aan de waarde van het werk.
Meer nieuws
-
26 mei 2026
Babs Gons nieuwe gastschrijver RUG
-
26 mei 2026
Studententeams strijden met zelfrijdende auto’s