Skip to ContentSkip to Navigation
founded in 1614  -  top 100 university
Over ons Campus Fryslân Research Centrum voor Duurzame Landbouw Transitie

Jelle Oenema over biologisch boeren, ondernemerschap en toekomstperspectief

18 mei 2026
Jelle Oenema

In een landbouwsector die voortdurend verandert, zoekt jonge boer Jelle Oenema naar manieren om zijn bedrijf toekomstbestendig te maken. Op het biologische melkveebedrijf waar hij nu samen in maatschap zit met zijn ouders, en geleidelijk wordt toegewerkt naar een overname probeert hij duurzaamheid, ondernemerschap en praktische haalbaarheid met elkaar te verbinden. Niet vanuit idealen alleen, maar vanuit een centrale vraag: hoe bouw je een landbouwsysteem dat ecologisch én economisch sterk blijft?

Wat tijdens het gesprek direct opvalt, is zijn open blik en nieuwsgierigheid. Jelle bezoekt veldbijeenkomsten, verdiept zich in nieuwe landbouwvormen en kijkt actief hoe andere boeren werken. Tegelijkertijd blijft hij nuchter. Verduurzaming moet volgens hem niet alleen goed klinken, maar ook passen binnen een gezond verdienmodel.

Opgegroeid tussen het boerenwerk

Boer worden was voor Jelle lange tijd geen vanzelfsprekend plan. Hij studeerde bedrijfseconomie en dacht aanvankelijk dat zijn broer het bedrijf zou voortzetten, maar hij werd boer op een ander melkveebedrijf. Toch bleef hij thuis meewerken en groeide hij langzaam steeds verder het bedrijf in. Juist de combinatie van vrijheid, verantwoordelijkheid en ondernemerschap begon hem steeds meer aan te spreken.

“Je kunt je eigen ding doen, je bent zelfstandig bezig." "Dat trok mij uiteindelijk toch heel erg aan.”

Zijn ouders schakelden al in 1999 over op biologische landbouw. Groei in aantallen koeien was daarbij nooit het belangrijkste doel. De keuze kwam vooral voort uit een manier van werken die beter aansloot bij de natuur, de bodem en de schaal van het bedrijf. Inmiddels vormt biologisch boeren voor Jelle de vanzelfsprekende basis van de bedrijfsvoering. Niet omdat het financieel altijd gunstiger is, maar omdat het hele systeem erop is ingericht.

“Als je eenmaal biologisch werkt, dan ga je ook niet zomaar terug." "Onze hele bedrijfsvoering klopt nu bij hoe wij werken.”

Die visie zie je terug op het erf. De koeien lopen veel buiten, de kringloop op het bedrijf is grotendeels gesloten en er wordt bewust gewerkt met relatief weinig automatisering. Voor Jelle draait biologisch boeren minder om maximale productie en meer om efficiënt omgaan met wat je hebt.

De bodem als vertrekpunt

Voor Jelle begint duurzame landbouw letterlijk bij de bodem. Op het bedrijf wordt gewerkt met gewasrotatie, kruidenrijk grasland en een beperkte inzet van externe middelen. Omdat er geen kunstmest wordt gebruikt, blijft het stikstofoverschot relatief laag en worden mineralen efficiënter benut. Volgens hem zit daar een belangrijk verschil met intensievere vormen van landbouw.

“Voor die laatste procenten extra opbrengst moet je vaak enorm veel input gebruiken. Dat laatste stukje wordt eigenlijk steeds minder efficiënt.”

Tegelijkertijd begrijpt hij goed waarom veel boeren toch blijven sturen op maximale productie. De druk op landbouwgrond is groot, pachtprijzen stijgen en grond moet uiteindelijk wel rendement opleveren. Daardoor ontstaat voortdurend een spanningsveld tussen ecologische doelen en economische realiteit.

“Je kunt heel mooie dingen doen voor biodiversiteit, maar uiteindelijk moet het bedrijfseconomisch ook kloppen.”

Toch ziet hij juist ook de meerwaarde van een landbouwsysteem dat ruimte laat voor natuur. Wanneer hij door zijn graslanden loopt, merkt hij letterlijk het verschil.

“Ik loop zelf veel door het gras heen en dan zie je gewoon veel meer leven." Dat vind ik mooi. Een perceel met biodiversiteit is veel interessanter dan alleen een strak groen weiland.”

Voor hem zit die meerwaarde niet alleen in natuurdoelen of regelgeving, maar ook in de kwaliteit van de leefomgeving waarin hij dagelijks werkt en woont.

Ondernemen in een tijd van onzekerheid

De grootste uitdaging zit voor Jelle niet zozeer in verandering, maar in het gebrek aan duidelijkheid. Vergunningverlening ligt stil, beleidsrichtingen veranderen regelmatig en veel ondernemers weten niet waar ze op de lange termijn aan toe zijn. Daardoor staan volgens hem veel boeren in een soort pauzestand.

“Je wilt investeren en stappen zetten, maar als er geen duidelijk beleid is, wordt ondernemen gewoon heel lastig.”

Dat merkt hij bijvoorbeeld bij plannen om verder te verduurzamen via het Beter Leven- 3 sterren keurmerk. Daarvoor zijn aanpassingen aan de stal nodig en meer ruimte per dier, maar juist die uitbreidingen lopen vast in vergunningstrajecten. Volgens hem wringt daar iets fundamenteels: verduurzaming wordt gevraagd, terwijl de praktische ruimte om daadwerkelijk te ondernemen beperkt blijft.

Ook bredere duurzaamheidsconcepten blijven volgens hem soms te abstract. Begrippen als regeneratieve landbouw worden veel gebruikt, maar sluiten niet altijd goed aan op de dagelijkse praktijk van boerenbedrijven.

“Voor veel boeren blijft dat toch een beetje een containerbegrip." De vertaalslag van theorie naar praktijk is vaak lastig.”

Daar ligt volgens hem een belangrijke uitdaging voor wetenschap, beleid en onderwijs: duurzame landbouw niet alleen theoretisch uitleggen, maar vooral praktisch toepasbaar maken op het erf.

Jonge boeren kijken anders

Als jonge boer ziet Jelle duidelijke verschillen tussen generaties. Jongere boeren zijn volgens hem vaak meer onderzoekend, staan meer open voor nieuwe ideeën en verdiepen zich actiever in andere vormen van landbouw. Zelf probeert hij voortdurend kennis op te halen via excursies, nieuwsbrieven en gesprekken met collega-boeren.

“Overal steek je wel iets van op. Je hoort iets, gaat ergens kijken en neemt uiteindelijk altijd weer ideeën mee terug naar je eigen bedrijf.”

Tegelijkertijd plaatst hij daar direct een nuance bij. Veel jonge boeren hebben het bedrijf nog niet volledig overgenomen en dragen daardoor nog niet de zware financiële last van de overname. Zodra die last er wel is, neemt de ruimte om te experimenteren automatisch af.

“Oudere boeren hebben soms juist meer financiële ruimte om dingen uit te proberen.”

Volgens hem zit de kracht van jonge boeren daarom niet alleen in innovatie, maar vooral in energie, nieuwsgierigheid en de bereidheid om nieuwe inzichten op te zoeken.

Kleine stappen, grote impact

Voor boeren die willen verduurzamen hoeft verandering volgens Jelle niet direct radicaal te zijn. Juist kleine, praktische stappen kunnen veel verschil maken. Hij noemt agrarisch natuurbeheer, brede vruchtwisseling, kruidenrijk grasland en meer klaverteelt als voorbeelden van relatief toegankelijke maatregelen die inmiddels ook op veel gangbare bedrijven worden toegepast.

“Je merkt dat bij veel boeren het besef wel is gekomen dat dingen anders moeten.”

Klimaatverandering speelt daarin steeds nadrukkelijker mee. Droge voorjaren en extremere weersomstandigheden zorgen ervoor dat boeren veel specifieker moeten kijken naar hun bodem en percelen. Ook op zijn eigen bedrijf stuurt Jelle daar actief op.

“Vroeger verbouwde je gewoon gras." "Nu kijk ik veel meer: is een perceel nat of droog, en welk gewas past daar het beste bij?”

Volgens hem bestaat er daarbij zelden één perfecte oplossing. Sommige duurzaamheidsmaatregelen kunnen juist botsen met andere doelen. Vernieuwing van grasland helpt bijvoorbeeld tegen droogte, omdat nieuw gras en klaver en kruiden dieper wortelen. Tegelijkertijd gaat dit in tegen de principes van organische stofopbouw in blijvend grasland binnen regeneratieve landbouw. Dat maakt verduurzaming volgens hem complexer dan vaak wordt gedacht.

Ondernemen met vertrouwen in de toekomst

Ondanks alle onzekerheden kijkt Jelle positief naar de toekomst. Hij weet dat het bedrijf zich de komende decennia verder moet ontwikkelen om economisch sterk te blijven, maar ziet tegelijkertijd veel kansen. Niet alleen binnen de melkveehouderij zelf, maar ook via verbreding en nieuwe verdienmodellen, zodat er over dertig jaar nog steeds een gezond bedrijf staat voor de volgende generatie.

Volgens hem ligt daar een belangrijk onderdeel van toekomstbestendige landbouw: niet alleen méér produceren, maar vooral meer waarde creëren rondom het product.

“Als je zorgt dat je een goed verhaal om je product heen hebt, dan kun je ook meer waarde toevoegen.”

Daarbij blijft één gedachte centraal staan: duurzaamheid werkt alleen wanneer ecologie en economie samen optrekken. Verandering vraagt om idealen, maar ook om ondernemerschap, ruimte en perspectief. Aan andere jonge boeren wil hij daarom vooral meegeven om open te blijven staan voor kansen en nieuwe ervaringen. Zelf probeert hij nieuwsgierig te blijven en kansen aan te grijpen wanneer die zich voordoen.

“Als iets niet veel kost en geen negatieve gevolgen heeft, dan kun je beter gewoon ‘ja’ zeggen." "Uiteindelijk brengt het je altijd weer iets.”

Die open houding sluit goed aan bij de rol van het Centrum voor Duurzame Landbouwtransitie. Het centrum fungeert als een verbindende schakel tussen wetenschap en praktijk, waarbij onderzoek wordt vertaald naar praktische tools, kennis en begeleiding. Zo krijgen jonge boeren zoals Jelle ondersteuning bij de overgang naar een landbouwsysteem dat ecologisch, economisch én sociaal toekomstbestendig is.

Laatst gewijzigd:18 mei 2026 09:48
View this page in: English