Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsWie zijn wij?Algemeen

Meer Jaren Afspraak

MJA

De meerjarenafspraken energie-efficiency zijn vrijwillige maar niet vrijblijvende afspraken tussen overheid, bedrijfsleven en instellingen om de energie-efficiency te bevorderen. De afspraken vormen in feite een sectorakkoord met de industrie om te komen tot een invulling van de plannen uit het kabinetsprogramma Schoon en Zuinig en het Duurzaamheidsakkoord.

MJA I

Op 27 april 1999 is de Meerjarenafspraak Wetenschappelijk Onderwijs (MJA I) afgesloten tussen de universitaire sector verenigd in de Vereniging van Universiteiten (VSNU) en het Ministerie van Economische Zaken. In de MJA I is afgesproken dat alle universiteiten gezamenlijk in de periode 1996 tot 2006 een energie efficiencyverbetering (energiegebruik /bruto vloeroppervlak) van 14 % zullen realiseren.

Resultaten MJA I voor de Rijksuniversiteit Groningen

Besparingen door genomen maatregelen tot 2006:

  • Totale investering op gerealiseerde projecten die betrekking hebben op technische maatregelen bedroeg € 1.3 mln., waarmee jaarlijks € o,5 mln. op energiekosten wordt bespaard met een terugverdientijd van 2.6 jaar. Procentueel levert dit een besparing op van 10.2 % in energieverbruik ten opzichte van het referentiejaar 1996. In de doelstelling van de MJA I was hiervoor 8 procent opgenomen, met andere woorden er is 2,2 % extra bespaard met de genomen maatregelen.
  • Door organisatorische maatregelen, “goodhousekeeping” en invoering van een energiemanagementsysteem is nog eens 6 % energie bespaard.

De totale energiebesparing voorkomend uit genomen maatregelen ten gevolge van maatregelen uit de MJA I afspraken, komen daarmee op 16.2% energiebesparing voor de Rijksuniversiteit Groningen tot 2006.

MJA II en MJA III

In 2007 heeft de vereniging van Nederlandse universiteiten (VSNU) de MJA II ondertekend die eind 2008 is omgezet naar MJA III. De MJA III vraagt aan de deelnemende partijen een extra inspanning ten aanzien van duurzaamheid en energiebesparing. De MJA III heeft niet alleen een langere looptijd (van 2005 tot 2020) dan de MJA I maar heeft tevens een resultaatverplichting in plaats van een inspanningsverplichting.

Het doel van de MJA III is:

  • de energie efficiency te verbeteren door het nemen van zekere rendabele maatregelen,
  • invoering van systematische energiezorg binnen de instelling en
  • zo mogelijk uitvoeren van maatregelen op het gebied van het gebruik van duurzame energie en maatregelen ter verbetering van de zogenaamde ketenefficiency[1].

Met de ondertekening van de MJA III conformeert de universiteit Groningen zich aan een resultaatverplichting van 2 % energie efficiëntie per jaar gedurende de gehele looptijd (2005 – 2020) van de MJA. 2005 wordt hierbij als referentie jaar genomen. Praktisch betekent dit dat in totaal een efficiëntieverbetering van 30% in 2020 moet worden gehaald ten opzichte van 2005.  


[1] Ketenefficiency
Bij ketenefficiency wordt gekeken naar het gebruik van energie binnen de totale levensketen van een product. Van grondstof tot en met hergebruik of afdanking. Daarbij komt niet alleen het producerende bedrijf in beeld, maar ook de omgeving zoals klanten, toeleveranciers, distributeurs en andere bedrijven op het bedrijventerrein. Verbetering van de ketenefficiency mondt uit in energie-efficiencyverbetering in de hele keten. Hierdoor vermindert het gebruik van fossiele brandstoffen en wordt de CO2-emissie beperkt.  

Laatst gewijzigd:15 februari 2013 10:21
printView this page in: English