Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsOnze positieFeiten en cijfersPrijzen en toekenningenVernoemde leerstoelen

De Sitter-leerstoel voor prof. dr. E.A. Bergshoeff (2009)

prof. dr. E.A. Bergshoeff

De Rijksuniversiteit Groningen heeft de De Sitter-leerstoel voor Theoretische Natuurkunde ingesteld en toegekend aan prof. dr. Eric A. Bergshoeff om hem te eren voor zijn internationaal erkende bijdragen aan de wetenschap, in het bijzonder voor de M-theorie.

Bergshoeff

Bergshoeff is hoogleraar aan de Faculty of Science and Engineering. Eerder werkte hij aan de Brandeis Universiteit in Boston (VS), bij het ICTP in Triëste (Italië) en op het onderzoeksinstituut CERN in Genève (Zwitserland).

In 1986 publiceerde Bergshoeff met Ergin Sezgin en Paul K. Townsend in een nu beroemd artikel een alternatief voor de snaartheorie: in plaats van snaren zou men, wiskundig gezien, ook met membranen kunnen werken. Later ontwikkelde zich uit dit idee de M-theorie die verschillende varianten van de snaartheorie overkoepelt.

Bergshoeff is sinds 1991 aan de Rijksuniversiteit Groningen verbonden. In 2006 is hem het Nicolaas Muleriusstipendum toegekend. Hij heeft meer dan 200 publicaties op zijn naam staan en bekleedt diverse functies bij Nederlandse en internationale natuurkundige organisaties. In 2010 werd hij door de KNAW benoemd tot Akademiehoogleraar. De benoeming van Bergshoeff op de De Sitter-leerstoel werd gevierd met het symposium The Quantum Universe met sprekers uit binnen- en buitenland.

De Sitter

Willem de Sitter (1872-1934), de naamgever van de vernoemde leerstoel, studeerde wiskunde en sterrenkunde aan de Groningse universiteit. Tijdens zijn loopbaan, waarin hij directeur van het sterrenkundig observatorium in Leiden werd, richtte hij zich voornamelijk op de kosmologie. Meteen na het tot stand komen van de Algemene Relativiteitstheorie van Einstein in 1916 publiceerde De Sitter een aantal artikelen over consequenties die deze theorie voor de astronomie heeft. Dit werk leidde direct naar de beroemde expeditie van Arthur Eddington in 1919, waarin de Algemene Relativiteitstheorie experimenteel werd bevestigd door afbuiging van het licht van een ster door de zwaartekracht van de zon. Nieuws wat destijds de voorpagina van de New York Times haalde.

In de Algemene Relativiteitstheorie wordt zwaartekracht als kromming van de ruimtetijd beschreven. Zwaartekracht is ook dat wat het werk van De Sitter verbindt met het werk van Bergshoeff. Met de M-theorie proberen fysici een nieuwe zwaartekrachttheorie te ontwikkelen die past in de kwantumtheorie; een van de grote open vragen in de theoretische natuurkunde. De kwantumzwaartekracht is nodig voor een verklaring van de oorsprong van het Heelal.

Laatst gewijzigd:09 augustus 2018 16:04
printView this page in: English