Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaMensen en meningenOpinie

‘Europees beleid omtrent fertiliteit is naïef’

De bevolking vergrijst. Niet alleen in Nederland, maar in heel Europa. De meest voor de hand liggende oplossing is dat er meer kinderen moeten komen. Maar hoe zet je mensen aan tot het stichten van een gezin? De Europese Commissie heeft hiervoor een Europees fertiliteitbeleidsplan opgesteld. Volgens Melinda Mills, universitair docent Sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, is het echter niet realistisch om daar veel resultaat van te verwachten: ‘De verschillen tussen Europese landen zijn te groot om deze kwestie op Europees niveau benaderen.’

Mills: ‘Over het geheel genomen is het probleem in alle Europese landen vergelijkbaar: de reden waarom veel mensen wachten met kinderen, of besluiten helemaal geen gezin te stichten, is de onmogelijkheid om werk en zorg goed te kunnen combineren. Maar de exacte redenen en daarmee ook oplossingen liggen voor elk land weer anders. En ook binnen landen zelf bestaan weer veel verschillende groepen die verschillend benaderd moeten worden. Het is ronduit naïef om te denken dat één Europees beleid overal succesvol kan worden toegepast.

Emotionele beslissing

Meer kinderen als oplossing voor de vergrijzing klinkt als een eenvoudige en vooral ook logische oplossing. Maar hoe krijg je mensen zover? Mills: ‘Economisch gezien is de meerwaarde van kinderen tegenwoordig nihil voor stellen. Sterker nog, kinderen zijn zelfs een forse kostenpost. En waar het vroeger noodzaak was om een gezin te stichten als oudedagsvoorziening, is dat nu geregeld met een pensioen. De beslissing om al dan niet voor kinderen te kiezen is dan ook puur emotioneel.’

Financieel onhaalbaar

Iedereen heeft het recht om kinderen te krijgen, dat is vastgelegd in een verdrag van de Verenigde Naties. Maar er is een grote discrepantie tussen willen en kunnen, aldus Mills. ‘In landen als Griekenland en Italië is het voor een groeiend percentage van de bevolking simpelweg niet financieel haalbaar meer om kinderen te krijgen. Het gevolg is dat het krijgen van kinderen steeds wordt uitgesteld, waarna het lichamelijk vaak niet eens meer mogelijk is.’

Individualistisch

Ook in andere landen wordt dit laatste steeds meer een probleem. Mills: ‘Mensen zijn steeds individualistischer. Ze willen een auto, een mooie computer, en kinderen krijgen lijkt vooral een hoop gedoe, waardoor de beslissing steeds verder vooruit wordt geschoven. Meer IVF toestaan en zelfs vergoeden kan dan helpen om mensen alsnog over de drempel te trekken. Maar dat betekent ook meer twee- en drielingen en medische complicaties terwijl het aantal successen beperkt is. Ook dat is dus geen reële oplossing.‘

Babybonus

De zoektocht naar oplossingen voor het fertiliteitprobleem levert bijzondere situaties op. Een nationale vrije ‘liefdesdag’ in Rusland bijvoorbeeld. En in regio’s van Italië: een flink geldbedrag voor elke jonggeborene. ‘Er is ook op Europees niveau verbazingwekkend veel aandacht voor zo’n babybonus’, merkt Mills, ‘maar de invloed daarvan is nauwelijks merkbaar. Alleen bij de laagste sociale klasse werkt het, maar die komen vaak weer niet op het niveau dat zo hard nodig is om te voorzien in economische vraag. En er wordt geen aandacht geschonken aan gevolgen op langere termijn: de armoede en het welzijn van de kinderen zelf.’

Culturele omslag

Wat wel een belangrijke bijdrage kan leveren aan de keuze om (tijdig) kinderen te nemen is het goed regelen van ouderschapsverlof, zwangerschapsverlof en kinderopvang. ‘Maar ook dat werkt niet honderd procent. Ook in Nederland is nog steeds cultureel bepaald dat moeders zelf hun kinderen willen opvoeden. Voor je daar verandering in brengt is een hele cultuuromslag nodig. En daar gaat flink wat tijd overheen.’

Onderzoek mannen

Daarbij ligt de focus veel en veel te sterk op vrouwen, vindt Mills. ‘Wat ik mis in dit hele debat zijn de mannen. Al het onderzoek, alle mogelijke oplossingen zijn gericht op vrouwen, maar wat willen mannen eigenlijk? Hoe staan zij hierin? Om kinderen te maken zijn toch twee mensen nodig! Om tot een structurele oplossing te komen is meer onderzoek onder mannen dan ook noodzakelijk.’

Curriculum Vitae

Dr. Melinda Mills (Canada, 1969) studeerde sociologie en demografie in Alberta. In 2000 promoveerde ze cum laude aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarna werkte ze aan de universiteit van Bielefeld en aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Op het ogenblik is ze als Rosalind Franklin fellow verbonden aan de afdeling sociologie van de RUG.

Contact: dr. M. Mills

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10
printOok beschikbaar in het: English