Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaMensen en meningenOpinie

Kans op ‘genenpaspoort’ klein

Het wordt steeds makkelijker en goedkoper om jezelf te laten testen op de aanwezigheid van allerlei genen. Ondertussen proberen wetenschappers genen te vinden die kunnen leiden tot bepaalde ziektes. Krijgen we straks allemaal een ‘genenpaspoort’ waarin staat beschreven voor welke ziektes we aanleg hebben? Charles Buys, hoogleraar medische genetica aan de Rijksuniversiteit Groningen, denkt van niet.

‘In de klinische genetica houden we ons bezig met een heleboel ziektes die eigenlijk vrij zeldzaam zijn, maar een grote impact hebben op de families waarin ze voorkomen,’ vertelt Buys. ‘Maar op dit moment is overal de aandacht aan het verschuiven naar de grote volksziektes en probeert men de genen te achterhalen die van invloed zijn op het ontstaan van diabetes, zwaarlijvigheid, hart- en vaatziekten, astma, reuma, de veel voorkomende kankers en psychiatrische aandoeningen. Er wordt veel van dat onderzoek verwacht. Maar bij dit soort ziektes is het ontstaan ervan een samenspel van mogelijk een groot aantal verschillende genen plus omgevingsfactoren.’

Kleine bijdrage

Buys vraagt zich daarom af hoeveel dit soort onderzoek gaat opleveren. ‘Als het bij zo’n ziekte gaat om maar een klein aantal genen met een flinke bijdrage, dan komen we er wel uit. Maar als het zo is dat allerlei verschillende genen allemaal een kleine bijdrage leveren aan het ontstaan van een ziekte, heb je genetisch materiaal nodig van zeer grote aantallen patiënten- en controlegroepen - meer misschien dan haalbaar is. Dan komen we er dus niet uit.’ Toch vindt Buys niet dat we dan maar moeten stoppen met zoeken. ‘We moeten het zeker proberen, omdat je tevoren niet weet om hoeveel genen het zal gaan. Maar ik zeg: stel dan wel van te voren vast hoeveel geld je aan dit onderzoek uit wil geven. En als je niks vindt bij de ene ziekte, begin dan maar aan een andere.’

Verontrusting

Er worden hier en daar bij deze grote volksziekten wel genen gevonden, maar die blijken het risico op de ziekte nauwelijks te verhogen. Buys denkt daarom dat we daar in de praktijk niet zo heel veel aan hebben. ‘Je creëert alleen maar ongerustheid als je mensen zou vertellen dat ze zulke genen hebben. Vooral bij kanker is het duidelijk dat omgevingsfactoren van hele grote invloed zijn. Je kan dan niet tegen mensen zeggen: u hebt aanleg, maar we kunnen niet zeggen of die aanleg tot uiting gaat komen en wanneer. Bovendien willen heel veel mensen, om uiteenlopende redenen, dit soort dingen ook helemaal niet weten.’

Basisschool

Er zijn genetische afwijkingen waarbij de kans wel heel groot is dat ze tot een ziekte leiden. Sommige vormen van borstkanker bijvoorbeeld. Buys: ‘Bij vrouwen met een bepaalde genetische afwijking zal twintig procent geen borstkanker krijgen en tachtig procent wel. Bij vrouwen die al op jonge leeftijd hun moeder verloren hebben aan deze ziekte, zie je soms dat ze preventief hun borsten laten amputeren. Dat zijn complexe kwesties.’ Buys vindt daarom dat er vroeg begonnen moet worden met genetica-educatie. ‘Op de basisschool zouden we al kunnen uitleggen wat DNA is en wat mutaties zijn. Kinderen zijn op die leeftijd heel leergierig. Kennis over genetica is hard nodig wanneer je later voor moeilijke beslissingen komt te staan op dat gebied. En de komende decennia zal de invloed van genetica op ons dagelijks leven alleen maar groter worden.’

Curriculum vitae

Charles Buys (1942) studeerde biologie (bacterie-genetica, biochemie en biostatistiek) in Utrecht en promoveerde op een eiwitbiochemisch onderwerp aan de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds 1976 is hij werkzaam in de humane genetica in Groningen, waar hij in 1987 hoogleraar anthropogenetica werd en voorzitter van de vakgroep Medische Genetica, later afdeling Klinische Genetica van het Academisch Ziekenhuis Groningen en sinds 2006 afdeling Genetica van het Universitair Medisch Centrum Groningen. In 2006 werd hij vanwege uitzonderlijke academische prestaties Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij is momenteel onder andere lid van de nationale Gezondheidsraad (sinds 2000) en lid van het Algemeen Bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (sinds 2001). /EvL

 

Informatie: via UMCG, Communicatie, tel. 050-361 4464 / 361 2200, e-mail: j.m.kruse@bvl.umcg.nl
Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10
printView this page in: English