Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaMensen en meningenOpinie

Opinie 06: 'Noordelijk tekort aan hoger opgeleiden te voorkomen door aandacht voor de partner'

De economie in Nederland is bezig met een opleving. Een opleving die de komende jaren zeker zal doorzetten. Evenals de toenemende vergrijzing. Het gevolg: een groot tekort aan hoger opgeleiden in de nabije toekomst. Er wordt een hoop over geroepen, merkt Jouke van Dijk, hoogleraar Regionale arbeidsmarktanalyse aan de Rijksuniversiteit Groningen. 'Maar roepen alleen helpt niet. Het is nu de hoogste tijd voor gericht beleid van zowel de overheid als van werkgevers.'

 

De grootste krapte zal ontstaan in de Randstad, verwacht Van Dijk, maar ook elders is het probleem al merkbaar. In het noorden bijvoorbeeld komen veel hoger opgeleiden op de arbeidsmarkt. Maar omdat veel afgestudeerden geen vertrouwen hebben in het carrière­perspectief in dit deel van het land, vertrekt een groot deel naar de Randstad. Bij afgestu­deerde economen en bedrijfskundigen is dit percentage zelfs zeventig procent.

 

Concentreren op de partner

'Als je weet dat meer dan de helft van de mensen na hun studie het noorden verlaat, dan biedt dit werkgevers in het Noorden een geweldige kans', aldus Van Dijk. Zeker nu het tekort aan hoger opgeleiden zo nijpend wordt. Werken in het noorden moet daarom aantrekkelijker worden. En daarbij is het volgens Van Dijk erg belangrijk dat werkgevers oog hebben voor de partners. 'Ook die moeten een baan vinden in het noorden, anders blijven ze niet.'

 

Strategische woonlocatie

Vroeger was het zo dat de man werkte terwijl de vrouw thuis zat of hooguit een marginaal baantje had. Nu werken beide partners en kiezen veel stellen voor een strategische woonlocatie als het Groene Hart. In een straal van 50 kilometer heb je daar tien keer zoveel mogelijkheden voor een baan als in het noorden. Als werkgevers de handen in elkaar slaan en zorgen voor een degelijk, goed netwerk, zal blijken dat werken in het Noorden ook een goed carrièreperspectief biedt en daarbij een mooie woonomgeving.

 

Actieve stimulatie

Minstens zo belangrijk is dat het steeds groter wordende gat tussen hoger en lager opgeleiden wordt gedicht. Steeds meer laagwaardige werkgelegenheid verdwijnt naar landen als China, waar de productiekosten vele malen lager zijn dan in Nederland. Tegelijkertijd neemt de behoefte aan hoger opgeleiden sterk toe. Jongeren moeten dus actief gestimuleerd worden om hoger onderwijs te volgen.

 

Schoolkeuze

'Zeker in kleinere plaatsen zijn er nog altijd kinderen die uitstekend het niveau van havo of vwo aankunnen, maar toch naar het vmbo gaan', merkt Van Dijk. Omdat het vmbo dichterbij is bijvoorbeeld of omdat hun ouders een opleiding niet zo belangrijk vinden. 'Je kunt altijd nog in een fabriek gaan werken', is hun redenering. Maar juist dat werk verdwijnt. Meer voorlichting over de kansen die hun kind kan benutten is dus heel belangrijk. Want hoe hoger het opleidingsniveau, hoe kleiner de kans om werkloos te worden en hoe groter de waarde voor de arbeidsmarkt.

 

Curriculum Vitae

Jouke van Dijk (1956) is hoogleraar Regionale arbeidsmarktanalyse bij de Faculteit der Ruimtelijke Wetenschappen. Hij studeerde economie in Groningen en is sinds 1981 verbonden aan de RUG. In 1986 promoveerde hij aan de RUG op een proefschrift getiteld "Migratie en Arbeidsmarkt". Van Dijk is expert op het terrein van arbeidsmarktvraag­stukken en regionale economie.

 

Informatie

prof.dr. Jouke van Dijk, tel. (050) 363 38 97, e-mail: jouke.van.dijk@rug.nl

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10