Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaMensen en meningenOpinie

Opinie 03: Steeds meer problemen door het "nieuwe leren"

De kwaliteit van het onderwijs daalt zienderogen, scholieren weten niet waar ze aan toe zijn en docenten zijn niet betrokken genoeg. Volgens Greetje van der Werf, hoogleraar Onderwijzen en leren aan de Rijksuniversiteit Groningen, zijn de gevolgen van het ‘nieuwe leren’ nu al pijnlijk zichtbaar. ‘Wat mij nog het meest verbaast is dat een dergelijke onderwijshervorming wordt ingevoerd zonder dat ooit onderzoek is gedaan naar de gevolgen.’

 

Het ‘nieuwe leren’ schrijft voor dat scholieren zelfstandig hun kennis leren te vergaren. De docent is hierbij niet langer verstrekker van kennis, maar begeleidt als coach de zoektocht van de leerling. Een taak waarvoor de meeste docenten niet zijn opgeleid. Dat veel docenten maar weinig interesse tonen in de individuele leerling, vindt Van der Werf dan ook niet verwonderlijk. ‘Ineens komt er van boven een nieuw concept waaraan ze zich dienen te houden en intussen worden ze ook nog afgerekend op hun prestatie. Of liever gezegd, de cijfers van hun leerlingen.’

 

Grote hiaten

Door het ‘nieuwe leren’ ontstaan enorme hiaten in de (basis)kennis van scholieren. Zo zijn veel leerlingen prima in staat de oplossing voor een natuurkundig probleem te vinden, maar het waarom, daarvan weten ze niets. Toekomstige studenten van een bètaopleiding aan de universiteit moeten tegenwoordig een bijspijkercursus volgen om het niveau daar aan te kunnen. En studenten die voor een studie geneeskunde uitwijken naar België, slagen niet eens voor het toelatingsexamen.

 

Steeds meer problemen

Dit is pas het topje van de ijsberg van de problemen die het ‘nieuwe ‘leren’ met zich meebrengt, verwacht Van der Werf. Zo zullen in de toekomst bijvoorbeeld steeds meer scholieren problemen krijgen bij het kiezen van een vervolgopleiding. ‘Want om te weten waarover je graag meer wilt leren, moet je een basis hebben waarop je kunt verder bouwen. Een basis die nu ontbreekt.’

 

Verandering om de verandering

Van der Werf vreest dat deze omslag in onderwijsland een verandering is, puur om de verandering. ‘Scholen merkten dat ze hun leerlingen niet meer konden bereiken en gingen op zoek naar een oplossing. Als vervolgens een legertje pedagogische instellingen beweert dat het ‘nieuwe leren’ dé oplossing is voor dit probleem, nemen onderwijsinstellingen dat maar al te graag van ze aan. Dat er onderzoeken zijn waaruit blijkt dat jongeren tot 21 jaar niet eens in staat zijn volledig zelfstandig te leren, doet blijkbaar niet ter zake.’

 

Voldoende begeleiding

Motivatie is altijd een probleem geweest bij leerlingen in de puberteit’, volgens Van der Werf. ‘Kinderen van die leeftijd houden zich veel liever met andere dingen bezig.’ Toch zijn er legio manieren om scholieren wél te interesseren voor de lesstof. ‘Maar daarbij hebben ze wel voldoende begeleiding nodig; iemand die ze vertelt wát ze precies moeten leren en wanneer.’

 

Curriculum vitae

Dr. M.P.C. van der Werf (1953) studeerde psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en promoveerde in 1988 op het proefschrift Het schoolwerkplan in het basisonderwijs: ontwikkeling, implementatie en opbrengst. Ze heeft sinds 1980 op het GION in verschillende functies onderzoek gedaan naar onder andere achterstanden in het onderwijs die te maken hebben met sekse, sociaal milieu en etniciteit, en naar effectief onderwijs voor leerlingen met achterstanden. Sinds 2004 is ze hoogleraar Onderwijzen en leren aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Informatie

Prof.dr. M.P.C. van der Werf, tel. (050) 363 66 57, e-mail: m.p.c.van.der.werf@rug.nl

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10