Alcohol, appen en e-bikes

Verkeerspsycholoog Dick de Waard bestudeert al decennialang hoe mensen zich op de weg gedragen. Van appende fietsers tot beschonken studenten en van snelheidsverschillen tot e-bikes: hij onderzoekt het nauwkeurig. In zijn geavanceerde fietssimulator kan hij bovendien de meest risicovolle situaties veilig nabootsen.
Tekst: Beau Oldenburg, Communicatie Faculteit GMW / Foto’s: Henk Veenstra
Op zijn twaalf kilometer lange fietstocht naar de universiteit trapt Dick de Waard onverstoorbaar door, weer of geen weer. Geen e-bike, geen racefiets - gewoon een degelijke tweewieler. ‘Wel een licht model,’ zegt hij. ‘Op de Werkmanbrug, in de volksmond ook wel de Museumbrug genoemd, zigzag ik tussen de mensen door.’ Lachend vult hij aan: ‘Mijn vrouw vindt dat ik roekeloos fiets.’
Beginjaren
Al ruim vijfendertig jaar onderzoekt De Waard hoe mensen zich gedragen in het verkeer - te voet, op de fiets of in de auto. Zijn loopbaan begon eind jaren tachtig, toen hij als student experimentele psychologie terechtkwam bij het toenmalige Verkeerskundig Studiecentrum. Daar onderzocht hij het effect van medicatie op rijgedrag. ‘We hadden een auto met een camera op het dak en een rijinstructeur naast de proefpersoon. Sommige slaapmedicatie had zelfs de volgende middag nog invloed: mensen gingen slingeren zonder dat ze het doorhadden.’ In die jaren ontdekte De Waard wat hem zo aantrok in de verkeerspsychologie: het praktische karakter. ‘Hup de weg op en meten,’ zegt hij. ‘Het is onderzoek waar je wat aan hebt.’
Rijdende telefooncel
Een ander vroeg onderzoek ging over de invloed van de autotelefoon - destijds vooral een hoorn, geen scherm. ‘Een rijdende telefooncel noemden we het. Op de rustige autosnelweg bleek bellen nauwelijks negatieve invloed te hebben, op drukkere wegen wel.’ Met de komst van de smartphone veranderde dat. ‘We hebben onderzoek gedaan naar appende fietsers, toen dat nog mocht,’ vertelt hij. ‘Ze slingerden meer en door de verdeelde aandacht, waren ze minder alert in het verkeer. Als ik iemand zie fietsen met de telefoon in de hand, herken ik het direct aan de zwabberende lijn en de plek op de weg. Soms is dat midden op de rijstrook of op het fietspad.’

Ethisch besef
De Waard zag in de loop der jaren de manier van onderzoek doen veranderen. ‘In de jaren tachtig ging je relatief makkelijk de weg op,’ vertelt hij. ‘Nu is het ethisch besef veel groter - en terecht.’ Dankzij een subsidie van de provincie Fryslân beschikt de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen tegenwoordig over een geavanceerde fietssimulator. ‘Geen hometrainer met een scherm, maar een fiets die echt kan zwenken en leunen. Eigenlijk een heel realistisch lab.’
Simulator
Met die simulator kan De Waard gedrag onderzoeken dat in het echte verkeer te riskant zou zijn. ‘Ik wilde bijvoorbeeld kijken of internationale studenten anders fietsen dan Nederlandse studenten. Van de ethische commissie mochten ze pas deelnemen als ze minstens een half jaar ervaring hadden op de fiets in Nederland. Logisch als je op de openbare weg onderzoek uitvoert, maar daardoor mis je juist de fase waarin ze het verkeer nog niet gewend zijn. En die is nou net interessant.’
Promillage
Niet al zijn onderzoeken zijn hightech. ‘Een van de leukste projecten was toen we met studenten op de Grote Markt het alcoholpromillage van fietsers maten,’ vertelt hij. ‘Van vijf uur ’s middags tot acht uur ’s ochtends. Mensen vonden het prachtig om te blazen. Gemiddeld zaten ze op één promille, soms zelfs twee. Terwijl je maar 0.5 mag scoren. Er waren mensen te dronken om te blazen, maar die konden gek genoeg nog wél fietsen.’ Hij glimlacht. ‘Natuurlijk mag het niet en is het gevaarlijk, maar liever met een slok op fietsen dan in de auto.’
Samenspel
Wie met De Waard praat, merkt al snel dat hij het verkeer niet ziet als een kwestie van ‘de mens’ of ‘de weg’, maar van hun samenspel. Met die blik kijkt hij naar verkeersontwerpen in Groningen, zoals verkeerslichten die voor alle fietsers tegelijk op groen springen. ‘Een slim idee. Ik ben fan,’ zegt hij. ‘Omdat het licht alleen voor fietsers geldt, bots je hoogstens tegen elkaar op. Maar het moet wel kunnen: je hebt ruimte nodig om op snelheid te komen. Bij het station werkt het prima, bij het UMCG niet.’

Shared space
Over de zogenoemde shared spaces, zoals op de Grote Markt, is De Waard genuanceerd. ‘Het idee is mooi: iedereen beweegt zich vrij, voetgangers en fietsers samen. Maar het werkt alleen zolang mensen rekening met elkaar houden. Zodra de snelheidsverschillen te groot worden, gaat het mis.’ Snelheidsverschillen zijn hem sowieso een doorn in het oog. ‘Kijk naar de Duitse snelwegen,’ zegt hij. ‘Daar rijden sommige auto’s 120 en andere 220. Dat is absurd, onnodig en volstrekt onveilig.’
Autoluw
Over de Nederlandse situatie is De Waard overwegend tevreden. ‘We zijn een welvarend land, en dat zie je terug in hoe onze wegen eruit zien. Hoewel er meer fietsslachtoffers te betreuren zijn doen we het op fietsgebied toch goed. Onze steden zijn ingericht met de fietser in het achterhoofd. En dat is precies wat ze leefbaar maakt.’ De autoluwe stad is volgens hem geen modegril, maar een logische ontwikkeling. ‘Je moet ook niet met auto’s in de binnenstad willen komen. Groningen was met het verkeerscirculatieplan in de jaren zeventig een voorloper: auto’s kunnen niet dwars door de stad, maar moeten via de Diepenring. Daardoor werd de stad prettiger om in te wonen, te winkelen en te werken. In de VS zie je het tegenovergestelde: daar is alles op de auto gericht.’
E-bike
En die e-bike, vloek of zegen? ‘Voor veel ouderen is het een uitkomst,’ zegt De Waard. ‘Ze blijven mobiel, kunnen familie en vrienden bezoeken, blijven meedoen. Maar er is ook een keerzijde. Als ouderen vallen, breken ze sneller iets en komen ze in het ziekenhuis. Daardoor lijkt het alsof e-bikes gevaarlijker zijn dan ze zijn. Het ligt niet aan de fiets zelf, maar aan de combinatie van snelheid, infrastructuur en vooral de kwetsbaarheid van de berijder.’
Beter oppassen
De Waard lacht: ‘Wat die kwetsbaarheid van ouderen betreft — zelf ben ik inmiddels ook al 61. Misschien kan het toch geen kwaad als ik wat beter naar mijn vrouw zou luisteren.’
Meer informatie
Meer nieuws
-
13 januari 2026
Lonneke Lenferink nieuw lid van De Jonge Akademie
-
08 december 2025
Burgerparticipatie onmisbaar voor een duurzame energietoekomst