Vergroening van de wetenschap

“Als de wetenschap zich inzet voor het aanpakken van wereldwijde milieuproblemen, moet de wetenschappelijke praktijk daar ook naar handelen.”
Laboratoria behoren tot de meest energie- en grondstofintensieve omgevingen binnen universiteiten. Energie- en waterverbruik, chemisch afval, materialen voor eenmalig gebruik en vervanging van apparatuur: dit alles heeft negatieve milieueffecten. Hoe kunnen gedragsinterventies bijdragen aan vergroening van de wetenschap?
Bijna elke fase van laboratoriumonderzoek gaat gepaard met een te grote CO2-voetafdruk. Van de energie die nodig is om zuurkasten en koelkasten continu te laten draaien tot ontelbare wegwerphandschoenen en pipetpunten, liters water voor experimenten en het schoonmaken van spullen, het afvoeren van gevaarlijke chemicaliën en veelvuldige vervanging van apparatuur: de emissies en het afval van scheikundelaboratoria zijn aanzienlijk.
In een studie uit 2024 van wetenschapper Thomas Freese en coauteurs van de Rijksuniversiteit Groningen is geconstateerd dat laboratoria mogelijk verantwoordelijk zijn voor maar liefst 60 à 65% van het energieverbruik en circa 60% van het waterverbruik van de universiteit.
Bij de Rijksuniversiteit Groningen wordt de jaarlijkse werkgerelateerde CO2-voetafdruk per onderzoeker bij de Faculty of Science and Engineering geschat op 10 à 37 ton CO2e. Ter vergelijking: in het Klimaatakkoord van Parijs is afgesproken dat het jaarlijkse CO2-budget slechts 1,5 ton CO2e per persoon mag bedragen.
Wat is een groen laboratorium?
Kunnen wetenschappelijke laboratoria milieuvriendelijker worden? Hoe ziet een groen wetenschappelijk laboratorium eruit? Freese legt uit dat groene laboratoria “hun milieuvoetafdruk actief verlagen zonder afbreuk te doen aan hoogwaardig onderzoek en onderwijs.”
Freese, lid van Green Labs RUG en oprichter van Green Labs NL, erkent dat wetenschappers geconfronteerd worden met een paradox: “Ze spelen een cruciale rol bij het begrijpen van milieucrises en het bedenken van oplossingen, maar de manier waarop wetenschap vaak wordt bedreven, met name in laboratoria, kan toch gepaard gaan met het verbruik van grote hoeveelheden energie en grondstoffen.”
Dit besef heeft in juni 2021 bij de Rijksuniversiteit Groningen geleid tot een initiatief waarbij een groep wetenschappers van het Stratingh Institute for Chemistry het Green Labs-team in het leven riep.
Ze maakten een gids met gemakkelijk uitvoerbare duurzaamheidsinitiatieven voor laboratoria, zoals het monitoren van het water- en energieverbruik, het verkorten van de openstand van zuurkasten, het doeltreffender beheren van de temperatuur van vriezers, het verminderen van kunststoffen voor eenmalig gebruik en wegwerphandschoenen, en het verbeteren van praktijken op het gebied van recycling en chemisch afval.
Circulariteit en milieubehoud
Een aantal laboratoria van de Rijksuniversiteit Groningen waar Freese en zijn medeonderzoekers van Green Labs milieuvriendelijkere wetenschap hebben uitgetest, bevindt zich in het ultramoderne Feringa-gebouw, dat in 2025 is geopend. De laboratoria hebben de beschikking over energie-efficiëntere systemen en apparatuur, maar de onbeperkte toegang tot materialen en elektriciteit kan alsnog tot hoge emissies en veel afval leiden.
Het hergebruiken van apparatuur en materialen, het repareren van instrumenten, het minimaliseren van afval en het bedenken van experimenten om overmatig gebruik van schaarse materialen zoals reagentia te voorkomen, zijn in laboratoria in minder welvarende landen de dagelijkse praktijk. Deze op "genoeg” gerichte aanpak sluit goed aan bij circulariteit en milieubehoud, en volgens Freese zouden universiteiten in westerse landen er verstandig aan doen om te kijken naar de duurzame praktijken van andere landen en hun voorbeeld te volgen.
Enkele onderzoekers in laboratoria die bezig zijn met de uitrol van groenere werkwijzen hebben hun bezorgdheid geuit over mogelijke negatieve effecten op hun werk als ze het met minder water of chemische stoffen zouden moeten doen. Volgens Freese is in de praktijk vaak het tegenovergestelde het geval: naarmate wetenschappelijke onderzoekers duurzamer gaan werken, met een nauwgezettere documentatie en meer transparantie, gaat de wetenschappelijke kwaliteit er alleen maar op vooruit dankzij een verhoogde reproduceerbaarheid. Een hogere reproduceerbaarheid leidt tot minder mislukte experimenten en herhaling, en dus tot minder energie- en waterverspilling en gevaarlijk chemisch afval.
De rol van gedragsverandering
Het gedrag van wetenschappers afzonderlijk en hun laboratoriumgroepen tezamen is van cruciaal belang voor het verminderen van de emissies en afvalstoffen die gepaard gaan met de wetenschap die zij bedrijven. Freese heeft onlangs samen met andere onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen een studie uitgevoerd naar factoren die van invloed zijn op groener gedrag in scheikundelaboratoria.
Freese en een interdisciplinaire groep wetenschappers hebben een reeks gedragsinterventies bedacht, waaronder duidelijke instructies en checklists, implementatie-intenties, zichtbare toezeggingen en groepsdoelstellingen en prompts in de laboratoriumomgeving. Alle interventies zijn relatief goedkoop en kunnen op verschillende onderzoeksdomeinen worden afgestemd. De onderzoekers hebben de interventies getest, de doeltreffendheid ervan beoordeeld en gegevens verzameld over laboratoriumafval, energieverbruik en de tijd gedurende welke zuurkasten geopend zijn.
Brian Wagner is promovendus bij de groep Omgevingspsychologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen, en Freese en hij hebben samen aan de ontwikkeling en analyse van de gedragsinterventies gewerkt. “Dit project is een samenwerkingsverband van scheikundigen en psychologen van verschillende faculteiten, die het gezamenlijke doel hebben de milieueffecten van laboratoriumonderwijs te verminderen door hun respectieve expertise in te zetten,” aldus Wagner.
Milieuvriendelijk gedrag beïnvloeden
Wagner richt zich binnen de omgevingspsychologie op de psychologische factoren (determinanten) die van invloed zijn op de vraag of we ons al dan niet milieuvriendelijk gedragen. Uit onderzoek binnen dit domein van de gedragspsychologie blijkt stelselmatig dat de meeste mensen een hoge intrinsieke motivatie hebben om milieuvriendelijker te handelen, maar dat er vaak belemmeringen zijn om vanuit die motivatie te handelen.
Interventies hebben meer kans van slagen als ze op doeltreffende wijze inspelen op determinanten voor duurzaam gedrag, namelijk zelfeffectiviteit en sociale normen. Zelfeffectiviteit houdt in dat mensen geloven dat ze in staat zijn om duurzaam te handelen in het laboratorium en dat milieuvriendelijker handelen praktisch haalbaar is. Als ze dat geloven, is de kans veel groter dat ze gedrag aannemen dat past bij een groen laboratorium. Sociale normen zorgen ervoor dat we onze collega’s duurzame praktijken zien uitvoeren en onderschrijven, waardoor die handelingen normaal worden.
We zijn ons vaak niet bewust van de werkelijke milieueffecten van ons werk. Wagner heeft samen met Ellen van der Werff en Linda Steg bestudeerd wat werknemers motiveert om milieuvriendelijker te werken. Ze constateerden dat hoe meer mensen om het milieu geven en hoe meer ze geloven dat de organisatie waarvoor ze werken om het milieu geeft, hoe groter de kans is dat ze hun manier van werken zullen aanpassen om de milieueffecten van hun werk te verminderen.
Dagelijkse handelingen
De onderzoeksresultaten van Wagner, waaruit blijkt dat werknemers om het milieu geven en meer willen doen om het te beschermen, komen terug in andere in Nederland uitgevoerde studies over wat werknemers op hun werk kunnen doen en in hoeverre ze daartoe bereid zijn. Deze veranderingen kunnen eenvoudige dagelijkse handelingen betreffen, zoals het hergebruiken van materialen in een laboratorium, maar ook het aanmoedigen van onze collega’s om duurzamer te werken, en ons uit te spreken als we praktijken op de werkvloer waarnemen die schade toebrengen aan het milieu.
“Wetenschap is van essentieel belang om te begrijpen hoe milieuproblemen verminderd kunnen worden, maar de wetenschap zelf produceert aanzienlijke emissies en afvalstoffen”, aldus Wagner. Freese beaamt dit: “De motivatie voor ons werk is dat we de wetenschappelijke praktijk willen afstemmen op de waarden die de wetenschap zelf uitdraagt: verantwoordelijkheid voor het milieu en toekomstige generaties. Als de wetenschap iets aan de wereldwijde milieuproblemen wil doen, moet ze daar ook naar handelen.”
Meer nieuws
-
07 april 2026
Gedragsverandering maakt de cirkel rond
-
17 februari 2026
Van ghostbuster tot rampenonderzoeker
-
03 februari 2026
‘Daar zit een goeie kop op’

