Organizing for digital transformation: a multi-level examination of antecedents

Organiseren voor digitale transformatie: een onderzoek op meerdere niveaus naar antecedenten
In het proefschrift van Tristan Thome treft de lezer drie studies aan die gebruikmaken van meerdere methoden om inzicht te verschaffen in hoe organisaties digitale transformatie kunnen organiseren. Hoofdstuk 1 biedt de motivatie en het overkoepelende kader voor het proefschrift. Hoofdstuk 2 vormt de basis van het proefschrift door een holistisch perspectief op organisatieontwerp te hanteren. Specifiek ontwikkelt dit hoofdstuk een typologie van zeven dimensies: digitale bedrijfstransformatie, organisatiecultuur, organisatiebestuur, digitaal leiderschap, organisatieprocessen, organisatiestructuur en talentmanagement, en integreert deze om te begrijpen hoe organisatiekenmerken digitale transformatie ondersteunen.
Hoofdstuk 3 benadert het onderwerp vanuit een directie- en bestuursperspectief en onderzoekt het concept van CEO-compensation-stamina, gedefinieerd als de mate waarin het beloningspakket van leidinggevenden hen blootstelt aan financiële risico’s en langetermijnprikkels. Dit hoofdstuk analyseert hoe compensatiestamina digitale innovatie beïnvloedt, met inachtneming van de modererende rol van digitale expertise binnen de raad van bestuur en de digitale activiteit op sectorniveau. In zijn geheel illustreert Hoofdstuk 3 hoe governance-mechanismen interageren met interne en externe contingenties om strategische digitale uitkomsten te vormen.
Hoofdstuk 4 richt zich op de interface tussen team en structuur en onderzoekt hoe de decentralisatie van besluitvormingsbevoegdheden digitale transformatie beïnvloedt, en hoe interne coopetitie dit effect modereert. Door structurele en relationele perspectieven te combineren, belicht dit hoofdstuk de randvoorwaarden waaronder gedecentraliseerde structuren digitale initiatieven bevorderen of belemmeren. Hoofdstuk 5 bespreekt hoe het proefschrift bijdraagt aan de bestaande literatuur, belicht de theoretische en managementimplicaties van de kernbevindingen, en verkent mogelijkheden voor toekomstig onderzoek.