Neuroplasticity in psychiatric disorders

Neuroplasticity in psychiatric disorders
Een van de meest fascinerende eigenschappen van het brein is het vermogen om zich aan te passen. Deze zogeheten neuroplasticiteit verwijst naar het vermogen van het brein om zijn structuur en functie te veranderen als reactie op ervaringen, leermomenten of beschadiging van het brein.
Neuroplasticiteit is belangrijk voor de vorming van cognitie, emotie en gedrag tijdens zowel de ontwikkeling als de volwassenheid. In dit proefschrift van Jesca Jager staat de vraag centraal hoe dit vermogen van het brein om te veranderen een rol speelt bij psychiatrische stoornissen. In het eerste deel is neuroplasticiteit bij mensen met een schizofreniespectrumstoornis en gezonde broers en zussen onderzocht. Daar werd gezien dat mensen met deze aandoening minder synapsen hebben, de contactpunten tussen hersencellen. Bij de broers en zussen zijn er aanwijzingen dat het brein zich mogelijk aanpast om dit gedeeltelijk te compenseren, waardoor zij de aandoening niet ontwikkelen.
Het tweede deel richt zich op depressie en behandelingen zoals conventionele antidepressiva, elektroconvulsietherapie en ketamine. Er is aangetoond dat deze behandelingen deels via vergelijkbare veranderingen in het brein werken, maar ook elk hun eigen effecten hebben. Sommige van deze veranderingen hangen samen met verbetering van klachten, terwijl andere juist bijwerkingen kunnen verklaren.
Samen laten de bevindingen zien dat het volwassen brein voortdurend verandert en zich aanpast. Hoewel belangrijke veranderingen in de hersenbedrading tijdelijk geheugenverlies kunnen veroorzaken, creëren ze ook het potentieel voor het vormen van nieuwe neurale verbindingen die gunstig zijn voor het mentale welzijn.