Skip to ContentSkip to Navigation
Wubbo Ockels School for Energy and ClimateOnderdeel van Rijksuniversiteit Groningen
Wubbo Ockels School for Energy and Climate
Samen voor een groenere en eerlijker energietransitie en klimaatadaptatie
Wubbo Ockels School for Energy and Climate Nieuws

Minor Climate Change and Inequality: ‘Wat mij het meest opviel, was de betrokkenheid van de docenten’

03 april 2026

Technologie is maar een deel van de oplossing voor de overgang naar een eerlijke en duurzame samenleving. Dat is een belangrijk inzicht voor de eerste lichting studenten van de minor Climate Change and Inequality, een interdisciplinaire minor aan de Rijksuniversiteit Groningen die dit collegejaar van start ging. Een docent, twee studenten en een projectmanager van de gemeente Groningen delen hun verhalen. ‘De combinatie van persoonlijke ervaring en academische kennis is het meest waardevol.’

Tekst: Jelle Posthuma

minor Climate Change and Inequality

BlaDe minor is opgezet om de kloof tussen verschillende disciplines aan de RUG te overbruggen, zegt Gorazd Andrejč. Hij is universitair docent filosofie van religie, en een van de initiatiefnemers en coördinator van de minor. De technologie om klimaatverandering tegen te gaan bestaat al, stelt Andrejč. ‘We hebben de oplossing. Als we een deel van de Sahara bedekken met zonnepanelen, is er genoeg energie voor de hele wereld – om maar een voorbeeld te noemen. Toch gebeurt het nog niet.’

Verschillende perspectieven

Een belangrijke verklaring is dat de uitdagingen niet alleen technisch, wetenschappelijk of economisch van aard zijn, maar ook moreel, sociaal, juridisch en politiek. Dit vraagt om het verbinden van verschillende perspectieven, weet de universitair docent. Opvallend genoeg erkenden de onderzoekers van FSE (Faculty of Science and Engineering, red.) meteen het belang van de minor, aldus Andrejč. ‘Zij onderkennen ook dat technologische oplossingen alleen niet voldoende zijn.’

Lina Volkmann, bachelorstudent Minorities and Multilingualism aan de RUG, behoorde tot de eerste lichting van de minor. Vooral de combinatie van bètavakken en sociale en geesteswetenschappelijke vakken trok haar aan. ‘Ik wilde een programma volgen dat zich meer richtte op de wetenschappelijke en technische kant van klimaatverandering. Deze minor behandelt de wetenschappelijke aspecten van klimaatverandering, zoals hoe opwarming van de aarde werkt, en koppelt die aan ongelijkheid en machtsstructuren rondom klimaatverandering. Juist die combinatie van natuurwetenschappen en sociale perspectieven vond ik erg boeiend en inspirerend.’

Ook Robyne Kerver (International Relations) zat in de eerste groep studenten van de minor. De sociale kant van klimaatverandering had altijd al haar interesse. In de minor leerde Kerver ook andere perspectieven kennen, ‘waaronder wetenschappelijke. Vaak worden de wetenschappelijke en sociale aspecten vrij gescheiden behandeld, dus het was interessant om ze samen te brengen en met elkaar in verband te brengen.’

Ongelijke verdeling

Een belangrijk onderdeel van de minor is klimaatverandering en ongelijkheid. De mondiale gevolgen van klimaatverandering zijn ongelijk verdeeld en zullen in de toekomst tot nog meer ongelijkheid leiden, legt Andrejč uit. ‘Rijke landen hebben onevenredig veel bijgedragen aan klimaatverandering, terwijl arme landen een kleine ecologische voetafdruk hebben maar de grootste gevolgen ondervinden.’ Hij noemt de overstromingen in Bangladesh als voorbeeld: een arm land dat zwaar wordt getroffen door klimaatverandering.

Volgens Volkmann boden de colleges belangrijke inzichten in deze ongelijkheid. ‘Ik leerde hoe belangrijk inheemse kennis is bij het aanpakken van klimaatverandering, maar ook hoe uitdagend dat is. En ik leerde hoe essentieel het is om groene energie eerlijk te verdelen. Wat mij het meest opviel, was hoe betrokken de docenten waren. Toen ik bijvoorbeeld een vraag stelde over afvalbeheer, keken we in het volgende college een video om er dieper op in te gaan. Die betrokken en snelle reactie maakte veel indruk.’

Challenge-based

De minor bestaat uit twee onderdelen. In het eerste blok doen studenten via colleges fundamentele kennis op over mondiale ongelijkheid en klimaatverandering. In het tweede blok werken studenten aan zogeheten challenge-based projecten. De eerste lichting studenten werd verdeeld in twee groepen die samenwerkten aan twee echte vraagstukken van maatschappelijke stakeholders. Uiteindelijk schrijven de studenten een beleidsadvies op basis van de kennis uit het eerste blok.

De projecten zijn zeer divers. Eén groep werkte aan een energievraagstuk in de Groningse wijk Selwerd. De tweede groep kreeg een opdracht van een organisatie in Afrika, gericht op een groot politiek en veiligheidsprobleem veroorzaakt door klimaatverandering in de Karamoja Cluster, een gebied tussen Ethiopië, Kenia, Zuid-Soedan en Oeganda. Uiteindelijk presenteerden de studenten hun bevindingen aan de stakeholders. Andrejč: ‘De studenten hebben fantastisch werk geleverd. Er is een duidelijke behoefte bij de stakeholders naar de kennis en oplossingen van studenten. Dat is voor ons een belangrijke bevestiging van de manier waarop we de minor hebben ingericht.’

Volgens Kerver, die aan het Karamoja-project werkte, ‘laat het project zien hoe ongelooflijk complex de problemen daar zijn. Verschillende landen en regio’s zijn betrokken, er zijn terugkerende conflicten en problematisch overheidsbeleid. Het was leerzaam, maar ook moeilijk om oplossingen te vinden, wat juist het doel van ons project was. Je wordt gedwongen om verschillende soorten maatregelen te nemen en buiten de gebruikelijke kaders van klimaatverandering en de effecten ervan te denken om tot werkbare oplossingen te komen.’

Volkmann, betrokken bij het Selwerd-project, leerde niet alleen hoe ze een beleidsstuk moet schrijven, maar ontwikkelde ook andere vaardigheden. ‘We voerden goede discussies en werkten samen met externe partijen in een interdisciplinair team. Wat het voor mij aantrekkelijk maakte, is dat het een universiteitsbrede minor is. Je zit daardoor met een diverse groep studenten uit verschillende opleidingen, wat leidt tot interessante discussies en nieuwe perspectieven. Ik koos bewust voor iets anders dan mijn eigen studie en de werkwijzen binnen mijn faculteit. Deze minor sloot daar perfect bij aan.’

minor Climate Change and Inequality

Academische kennis en ervaring

Annemarie Hofman-Tualena, projectmanager ‘aardgasvrije wijken’ bij de gemeente Groningen, legt uit dat het minorproject in Selwerd draaide om het betrekken van bewoners. De gemeente wil de wijk CO2-neutraal en aardgasvrij maken door woningen aan te sluiten op het warmtenet. Hoewel ongelijkheid en energiearmoede in Selwerd grote thema’s zijn, beslissen bewoners  uiteindelijk zelf of zij hun woning aansluiten op het warmtenet en onder welke voorwaarden, benadrukt Hofman-Tualena. ‘Uiteindelijk draait het om consensus. Wij zijn te gast in hun wijk. Bewoners ervaren het op hun eigen manier. Er zijn zorgen, bijvoorbeeld over het openbreken van straten. Daar vellen we geen oordeel over.’ 

Daarom was het cruciaal dat de studenten de wijk in gingen, vervolgt de projectmanager. ‘Ga het zelf ervaren, was mijn boodschap. Alleen dan ontdek je wat er speelt in de wijk. De combinatie van persoonlijke ervaring en academische kennis is het meest waardevol.’ Ze adviseerde de studenten ook om bewoners op een creatieve manier te betrekken. ‘Bij de energietransitie zijn we dat niet echt gewend. Kijk bijvoorbeeld naar hoe het publiek wordt betrokken in de culturele sector, zei ik tegen de studenten. Daar wordt het publiek onderdeel van de voorstelling. Daar kunnen we van leren. We moeten verder kijken dan de grenzen van onze technologische blik.’

In hun presentatie kwamen de studenten met concrete oplossingen. Een belangrijk uitgangspunt in hun aanbevelingen was het aansluiten bij bestaande initiatieven. Hofman-Tualena wil de inzichten van de studenten in de nabije toekomst toepassen. ‘Ze noemden bijvoorbeeld de breiclub in Selwerd. Bewoners komen daar al samen en kunnen binnen de club in gesprek gaan over de energietransitie. Een gebreide sjaal is natuurlijk een mooie aanleiding om het over warmte te hebben!’ Voor Hofman-Tualena was de diversiteit van de studenten een openbaring, die verder ging dan alleen hun academische achtergrond. ‘Vroeger, toen ik studeerde, was ik de enige vrouw in de klas. Nu gaven vijf vrouwen mij een presentatie over de energietransitie. Dat is pas diversiteit!’

Comfortzone

De minor is een samenwerking tussen de faculteit Religie, Cultuur en Maatschappij, de faculteit Letteren en de faculteit Science & Engineering (FSE), en is toegankelijk voor alle studenten van de RUG. Het wetenschappelijke deel is zo opgezet dat alle studenten, of ze nu uit de geesteswetenschappen, sociale wetenschappen of natuurwetenschappen komen, de stof kunnen volgen. ‘Aan het begin van de minor hebben we een beknopte lijst met kernbegrippen samengesteld die studenten moesten bestuderen,’ legt Andrejč uit. Volgens hem duwt de multidisciplinaire aanpak studenten uit hun comfortzone, wat helpt om het leerproces te verbreden.

De Wubbo Ockels School voor Energie en Klimaat speelde een belangrijke rol bij de ontwikkeling en start van de minor. Zonder de steun van de School zou het moeilijker zijn geweest om de minor te starten, aldus Andrejč. ‘Maar nu staat de trein op de rails en kunnen we zelfstandig verder.’ In het eerste jaar volgde een kleine maar toegewijde groep studenten de minor. Voor het komende academisch jaar verwacht Andrejč meer studenten. ‘We maken ons klaar voor verdere groei,’ besluit hij.

Laatst gewijzigd:09 april 2026 16:30
Deel dit Facebook LinkedIn
View this page in: English
Volg ons optwitter linkedin youtube