Wetenschap als bindmiddel: hoe onderzoek bijdraagt aan samenwerking

De energietransitie stopt niet bij landsgrenzen, maar is een mondiale uitdaging. Welke rol kan de wetenschap spelen bij internationale samenwerking? Tijdens Wind Meets Gas stond deze vraag centraal in de sessie over ‘Science Diplomacy’, die georganiseerd werd door de Wubbo Ockels School for Energy and Climate.
Tekst: Jelle Posthuma
Wie heeft er last van vliegschaamte? Die vraag legde gespreksleider Lorenzo Squintani, hoogleraar Energierecht en voormalig directeur van de Wubbo Ockels School (WOS), aan het begin van de bijeenkomst voor aan het publiek. Een logische vraag, want zowel diplomaten als wetenschappers vliegen de wereld over voor internationale samenwerking. Menig diplomaat en onderzoeker heeft dan ook de Gold-status bij een of andere luchtvaartmaatschappij.
Verschillende dimensies
Kilometers voor internationale uitwisseling. Als deze uitwisseling gepaard gaat met wetenschap, komt de term ‘science diplomacy’ om de hoek kijken. Science diplomacy kent drie dimensies. Bij diplomacy for science zet diplomatie zich in om internationale wetenschappelijke samenwerking mogelijk te maken. Bij science in diplomacy draagt wetenschappelijke kennis bij aan goed onderbouwd buitenlands beleid. En bij science for diplomacy fungeert wetenschap als brug tussen landen en helpt zij diplomatieke relaties te versterken.
De gasten Eric Beerkens (NWO), David Koole (RVO), Evrim Ursavas (RUG) en Nienke Homan (Impact Hydrogen) deelden hun ervaringen met ‘science diplomacy’ en gingen daarover met elkaar en het publiek in gesprek tijdens een paneldiscussie. Beerkens, hoofd internationale programma’s, lichtte toe hoe wetenschapsfinancier NWO alle drie de dimensies van ‘science diplomacy’ ondersteunt. Daarbij benadrukte hij het belang van langdurige relaties, die vaak ontstaan vanuit kleinschalige, persoonlijke contacten.
Ook Koole, waterstof adviseur bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), ging in op het bouwen van relaties. Bij RVO draait het om de Triple Helix, legde hij uit: de samenwerking tussen overheden, bedrijven en kennisinstellingen. Volgens hem helpt wetenschappelijke kennis bij het versterken van vertrouwen binnen deze drie-eenheid. Als voorbeeld gaf hij het windpark Ecowende in de Noordzee, waar wetenschappelijke inzichten over de ecologie centraal staan bij de aanleg van het park. Inzichten die volgen uit de bouw van dit windpark kunnen vervolgens weer leiden tot nieuwe onderzoeksresultaten.
Van kennis naar impact
Ursavas vertelde over het omzetten van wetenschappelijke kennis naar impact, bijvoorbeeld bij de Schools for Science and Society van de Rijksuniversiteit Groningen, opgezet om de samenwerking tussen disciplines en met de maatschappij te vergroten. Ze noemde de kennishubs – het Public Participation Center, het Klimaat Adaptatieplatform en de Hydrogen Valley Campus Europe. Bij de laatste draait om het ontwikkelen van kennis over waterstof om het vervolgens in te zetten voor grote maatschappelijke uitdagingen.
Ook de laatste spreker, Nienke Homan, was nauw betrokken bij de ontwikkeling van het ecosysteem op het gebied van waterstof binnen HEAVENN, de eerste Hydrogen Valley in Europa. Een belangrijke les? Volgens Homan hebben kennisinstellingen en bedrijven verschillende ‘snelheden’. Bedrijven willen direct resultaat, terwijl onderzoek kijkt naar de lange termijn. Daarom is de betrokkenheid van overheden, die als mediator en katalysator tussen kennisinstellingen en bedrijven instaan, volgens haar cruciaal.





Kennisveiligheid en knopen doorhakken
Maar hoe doen we dat: samenwerken? Toevallig zijn we daar in Nederland erg goed in, reageerde Koole op de vraag uit het publiek. We kennen in Nederland een lange en succesvolle traditie van het poldermodel, waarin samenwerking centraal staat. Zijn we niet te veel op zoek naar samenwerking, reageerde iemand in de zaal. De energietransitie vraagt om een rigoureuze verandering, is het niet tijd voor een ‘verlichte despoot’. Natuurlijk moeten er soms knopen worden doorgehakt, klonk het vanuit het panel. Maar internationale samenwerking gaat uiteindelijke over langdurige en zorgvuldig opgebouwde relaties.
Een grote uitdaging bij internationale samenwerking in het huidige tijdsgewricht is kennisveiligheid, erkenden de panelleden. Niet alle onderwerpen lenen zich voor internationale samenwerking, zeker als het gaat om sensitieve technologie. Recente voorbeelden zijn er genoeg, zoals de politieke ontwikkelingen in de Verenigde Staten, problemen met studenten uit Iran, of beperkingen in de samenwerking met China. Tegelijkertijd kan wetenschap een brugfunctie blijven vervullen, benadrukten de panelleden: onderzoek blijft een internationale activiteit.
Wat kan het Noorden leren van deze bijeenkomst? Die vraag legde gespreksleider Squintani aan het einde voor aan de panelleden. Groningen heeft een sterk profiel, met een internationale universiteit die stevig regionaal is verankerd, onder meer via het samenwerkingsverband van de Universiteit van het Noorden. Benut als Noorden ook het grote alumninetwerk, was hun advies. Veel Groningse alumni koesteren warme herinneringen aan het hoge Noorden – al is het maar vanwege de onbeperkte openingstijden van de Groningse kroegen.
Meer nieuws
-
03 september 2026
Ming Cao herbenoemd tot wetenschappelijk directeur Jantina Tammes School
-
01 september 2026
Evrim Ursavas benoemd tot wetenschappelijk directeur Wubbo Ockels School
