Skip to ContentSkip to Navigation
How to find us dr. P. (Paulien) de Winter

dr. P. de Winter

Universitair Docent

Geschiloplossing in het sociaal domein (2019-2022)
In samenwerking met de Hogeschool van Amsterdam, doen Bert Marseille, Heinrich Winter, Marc Wever en Paulien de Winter onderzoek naar de vraag welke best practices kunnen bijdragen aan een laagdrempelige, vroegtijdige en rechtvaardige geschiloplossing tussen burgers en bestuursorganen en aan een gerichte en effectieve inzet van professionele rechtsbijstand daarbij. Het onderzoek wordt uitgevoerd bij gemeenten, waar gekeken wordt wat die allemaal doen om geschillen met burgers zo veel mogelijk te voorkomen dan wel bevredigend op te lossen en hoe succesvol dat beleid is, om op basis daarvan 'best practices' te formuleren die we vervolgens bij een aantal gemeenten gaan testen. Het betreft een project gedurende de periode 2020-2022 dat wordt uitgevoerd in opdracht van de Raad voor Rechtsbijstand. 

Analyse ombudsprudentie - behoorlijkheidsnormen (2021)
‘Behoorlijkheid’ is de norm waaraan de Nationale ombudsman het handelen van de overheid toetst. Rapporten van de Nationale ombudsman resulteren in een kwalificatie van het overheidshandelen waarover een klacht is ingediend. De conclusie kan zijn dat het overheidshandelen behoorlijk of onbehoorlijk is. In het eerste geval is de klacht ongegrond, in het tweede geval is de klacht gegrond. Rapporten van de Nationale ombudsman vermelden ook altijd waarom het overheidshandelen (on)behoorlijk is en de klacht dus wel of niet gegrond. In de afgelopen decennia is een groot aantal criteria ontwikkeld op basis waarvan wordt beslist of het handelen waarover een klacht is ingediend al dan niet behoorlijk is. In de loop van de jaren zijn deze criteria aangepast en uitgebreid. De uiteenlopende criteria vormen tezamen de behoorlijkheidsnormen waaraan de Nationale ombudsman overheidshandelen toetst. Aan deze normen kan worden afgelezen met welke normatieve blik de ombudsman naar de relatie tussen burger en overheid kijkt. Veranderingen in de gehanteerde criteria geven gewijzigde opvattingen weer over de eisen waaraan een overheid moet voldoen, wil haar handelen als behoorlijk kunnen worden gekwalificeerd. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Paulien de Winter en Bert Marseille in opdracht van de Nationale ombudsman. 

Evaluatie wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap in het belang van de nationale veiligheid (2019-2020)
Sinds 1 maart 2017 geeft artikel 14 lid 4 RWN de minister van Justitie en Veiligheid de bevoegdheid het Nederlanderschap in te trekken van uitreizigers die zich vrijwillig hebben aangesloten bij een terroristische organisatie die een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid. Deze bevoegdheid is toebedeeld aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De wijziging van de RWN komt voort uit
het Actieplan integrale aanpak jihadisme, dat onderdeel uitmaakt van het contraterrorismebeleid van de regering. Doel van de wetswijziging is de bescherming van de nationale veiligheid. Dit wordt bewerkstelligd door intrekking van het Nederlanderschap van deze categorie uitreizigers. Door het intrekken van het Nederlanderschap, gecombineerd met een ongewenstverklaring, wordt
bewerkstelligd dat uitreizigers niet legaal terugreizen naar Nederland. Op deze wijze wordt de feitelijke terugkeer bemoeilijkt. Tijdens de behandeling van de wetswijziging in de Eerste Kamer heeft de toenmalige minister van
Veiligheid en Justitie toegezegd dat artikel 14 lid 4 RWN drie jaar na inwerkingtreding zou worden geëvalueerd om vast te stellen of de bepaling na de vervaldatum (1 maart 2022) zal worden gehandhaafd, al dan niet in gewijzigde vorm. Het onderzoek is – in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum – uitgevoerd door Viola Bex-Reimert, Bert Marseille, Marc Wever, Heinrich Winter en Paulien de Winter.

Slimme handhaving in de praktijk (2019-2020)
Paulien de Winter en Marc Hertogh (Onderzoeksgroep Handhaving van Onderop) zijn in het verlengde van de publicatie Slimme Handhaving gestart met de ontwikkeling van een analyse instrument voor het vaststellen van het individuele profiel van cliënten. ‘Slimme handhaving’ is een nieuw perspectief op handhaving in de sociale zekerheid. Het uitgangspunt van ‘slimme handhaving’ is dat bij de inrichting van de handhavingsrelatie zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met het individuele profiel van de burger. Om medewerkers te helpen bij het vaststellen van het profiel van uitkeringsgerechtigden is een elektronisch analyse instrument ontwikkeld. In een kleinschalig pilot-onderzoek is deze getest bij één uitvoeringsinstantie. De eerste ervaringen van uitkeringsgerechtigden en medewerkers met het analyse instrument zijn positief. Het onderzoek is uitgevoerd met financiële ondersteuning van Instituut Gak.

Onderzoek misbruikrisico’s WW en ontwikkelen afwegingskader (2019)
Vanaf oktober 2018 zijn er meerdere brieven door de minister van SZW aan de Tweede Kamer gestuurd over het onderwerp Uitkeringsfraude WW en zijn er verslagen van de overleggen met de Tweede Kamer. Op 11 oktober 2018 is hierover een debat geweest met de minister van SZW in de Tweede Kamer. In het debat werd door alle politieke partijen benadrukt dat fraude met WWuitkeringen onacceptabel is. Een ander terugkerend punt in de Kamer was de vraag in hoeverre het UWV in staat is om zijn handhavingstaak naar behoren te vervullen. Naast een verantwoording voor het gevoerde beleid lichtte de minister de maatregelen toe die het UWV met SZW heeft afgesproken om fraude beter te bestrijden. Enkele van die maatregelen zijn intensievere controle op adressen,
registratie van tussenpersonen en een extern onderzoek naar de frauderisico’s in de uitvoering van de WW en de ontwikkeling van een afwegingskader. Het onderzoek bestaat uit twee onderdelen; het inzichtelijk maken van de risico’s en het ontwikkelen van een afwegingskader. Het onderzoek in opdracht van van Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is in samenwerking met KPMG uitgevoerd door Gijs Vonk en Paulien de Winter. 

Handhaving van Onderop - Tussen de regels  (2014-2019)
Naleving van de regels op het gebied van sociale zekerheid en werk is belangrijk voor een economisch krachtig en sociaal Nederland met werk en bestaanszekerheid voor iedereen. Maar hoe zorg je ervoor dat iedereen zich aan de regels houdt? In dit onderzoek bekijken we verschillende handhavingsinstrumenten, analyseren we de effecten van deze instrumenten, en ontwikkelen we op basis van deze gegevens een model voor ‘effectief handhaven’. Anders dan in het meeste onderzoek tot nu toe, beoordelen we in dit onderzoek de verschillende handhavingsinstrumenten niet ‘van bovenaf’, maar ‘van onderop’.

Het onderzoek draait om de volgende centrale vraag: Hoe beïnvloeden verwachtingen en opvattingen van burgers over de uitvoeringsinstanties binnen de sociale zekerheid de instrumenten die handhavers kiezen; wat betekent dit voor het nalevingsniveau; en hoe zou – in dit licht – een model voor ‘effectief handhaven’ eruit kunnen zien? Om dit te onderzoeken, voeren we gesprekken met handhavers en burgers in focusgroepen, houden we een landelijk representatieve enquête onder burgers, en voeren we vijf uitgebreide casestudies uit bij alle betrokken uitvoeringsinstanties. Dit betekent dat de onderzoekers belangrijke dossiers bekijken, ‘meelopen’ met een aantal handhavers, en praten met zowel handhavers als burgers. Tenslotte leggen we onze bevindingen voor aan mensen uit de praktijk en andere deskundigen.

Laatst gewijzigd:04 februari 2021 13:34

Contact information

Oude Kijk in 't Jatstraat 26
9712 EK Groningen
The Netherlands

Harmoniecomplex

Room:
1314.208
Telephone: