Skip to ContentSkip to Navigation
Maatschappij/bedrijvenWetenschapswinkels

Hoe kan een arts weten of de vele combinaties van medicijnen geen nare gevolgen voor de patiënt zullen hebben, ook op langere termijn?

Medicijnen
Medicijnen

Veel mensen krijgen van hun arts meerdere soorten medicijnen voorgeschreven. Hoe kan een arts van de vele combinaties van medicijnen weten of dat geen nare gevolgen voor de patiënt zal hebben, ook op langere termijn? De bijsluiter zegt in de meeste gevallen alleen iets over de bijwerkingen van dat medicijn zelf. Ik kan me niet voorstellen dat bijvoorbeeld de producent van aspirine alle mogelijke combinaties gaat uitproberen! Bestaat er zoiets als een internationale medicijndatabase waar een arts kan checken of zijn patiënt problemen kan krijgen met die gekozen combinatie van medicijnen?

Dit is een hele zinvolle vraag. Er zijn immers heel veel mensen die niet één, maar meerdere medicijnen tegelijk gebruiken. Eén op de tien apotheekbezoekers gebruikt meer dan vijf geneesmiddelen. Als je ouder wordt, neemt de kans op meervoudig gebruik van medicijnen toe. 35% van de 75-jarigen gebruikt 5 of meer geneesmiddelen (bron). Dit komt omdat ze vaak last hebben van meerdere langdurige, chronische aandoeningen, zoals astma, hoge bloeddruk, hartklachten, reuma of diabetes. Het is dus belangrijk om te weten of deze medicijnen in die combinaties niet meer schade veroorzaken dan dat ze goed doen. Een combinatie van medicijnen die elkaars werking beïnvloedt noemen we interactie. Van aspirine is bijvoorbeeld bekend dat het in combinatie met middelen tegen bloedstolsels (antistollingsmiddelen) de kans op bloedingen vergroot wordt omdat aspirine zelf niet alleen pijnstillend werkt, maar ook een bloedverdunnend effect heeft. Maar hoe komen we aan die kennis?

In Nederland moeten alle medicijnen die worden voorgeschreven door artsen of zonder recept verkocht kunnen worden, uitgebreid getest worden. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) schrijft precies voor welke tests gedaan moeten worden en beoordeelt het dossier van deze tests, het zogenaamde registratiedossier. Hierbij kijken ze of het medicijn voldoende werkt en of het medicijn niet onnodig schadelijke effecten veroorzaakt. Dit gebeurt samen met andere registratieautoriteiten in Europa, verenigd in de European Medicines Agency (EMA). Onlangs zijn de richtlijnen voor onderzoek naar interacties met medicijnen in Europa aangepast (bron).

Wat weet de arts?
Wat weet de arts?

De fabrikant moet allerlei tests doen, zowel in het laboratorium als bij gezonde vrijwilligers. Op basis van de onderzochte eigenschappen van een medicijn kun je voorspellen welke interacties kunnen optreden. De interacties kunnen bijvoorbeeld ontstaan doordat de opname van een medicijn geremd wordt door een ander medicijn, zoals bij middelen tegen botontkalking. Deze zogenaamde bisfosfonaten blijven kleven aan maagmiddelen of aan ijzer of kalktabletten. Het advies is daarom om deze middelen met tussenpoos van 2 uur in te nemen. Een interactie betekent dus niet altijd dat je de middelen niet meer mag nemen. Met een juiste gebruiksinstructie kunt je bij dit voorbeeld problemen voorkomen. Sinds 2012 zijn er ook eisen bijgekomen over de interactie met voeding. Het is bijvoorbeeld bekend dat grapefruitsap bij sommige geneesmiddelen meer kans op bijwerkingen kan geven. Dit komt doordat het lichaamseigen enzym, dat de afbraak van die medicijnen regelt, langzamer gaat werken. Het hoeveelheid medicijn in het lichaam stijgt dus tijdelijk.

Van registratiedossiers wordt een openbare samenvatting gemaakt (PAR) die is terug te vinden op de website van het CBG. In die samenvatting, bedoeld voor zorgverleners zoals arts en apotheker, staat een lijst van middelen die een interactie kunnen geven met het medicijn. Van die samenvatting wordt weer een patiëntenbijsluiter gemaakt, waarbij geprobeerd wordt zo duidelijk mogelijk voor patiënten te omschrijven waar ze op moeten letten bij geneesmiddelengebruik. Vaak staan de interacties vermeld in het kopje “Wat u als patiënt moet weten voor gebruik”, bijvoorbeeld “U mag medicijn X niet gebruiken in combinatie met….” of “Overleg met uw arts als u ook ……. gebruikt“. Artsen kunnen dus vooraf controleren of er informatie bekend is over de combinatie van medicijnen. Daarnaast is het een taak van apothekers om te controleren of medicijnen veilig gebruikt kunnen worden, dus ook of de medicijnen samen gebruikt kunnen worden. Die controle is belangrijk omdat veel patiënten meerdere artsen zien zoals bijvoorbeeld een longarts en een cardioloog. De vereniging van apothekers KNMP heeft een speciale werkgroep die alle wetenschappelijke literatuur over interacties bijhoudt en maakt daar bruikbare adviezen voor de praktijk voor (bron). Deze adviezen worden ingevoerd in de computersystemen die de apothekers helpen de recepten te verwerken. Zodra een nieuw recept wordt ingevoerd kan de computer een signaal geven dat een bepaalde combinatie medicijnen ongewenst is. De apotheker neemt dan contact op met de huisarts om te bespreken wat bij deze patiënt een alternatief voorstel zou kunnen zijn. Als patiënt kun je de zorgverleners helpen door te vertellen welke je medicijnen precies gebruikt en hoe je deze inneemt. Op die manier kunnen patiënt, arts en apotheker er samen voor zorgen dat medicijnen veilig worden gebruikt.

Beantwoord door de afdeling Farmacotherapie en Farmaceutische Patiëntenzorg, Universitair Centrum voor Farmacie.

Terug naar de vragen

Laatst gewijzigd:02 oktober 2015 22:47