Skip to ContentSkip to Navigation
Society/businessCommissioning researchIndustry Relations
Header image Industry Relations

Vervanging oude infrastructuur vereist slimme samenwerkingen

Datum:26 augustus 2019
Auteur:Team Industry Relations

Vervanging oude infrastructuur vereist slimme samenwerkingen

De Nederlandse publieke infrastructuur behoort tot de beste ter wereld. Maar een groot deel is verouderd. De vernieuwingspiek ligt rond 2050. De totale kosten? Bijna 350 miljard. Hoe speel je slim in op zo’n omvangrijke vervanging? In samenwerking met Schiphol, Havenbedrijf Rotterdam, ProRail, Alliander en Rijkswaterstaat, ontwikkelt promovendus Robin Neef, Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), een serious game die infrabeheerders helpt om slimme besluiten te nemen over vervanging.

Het onderzoeksproject, Responsive Infrastructure through Responsive Institutions (RITRI), helpt infrabeheerders met het zien en benutten van kansen rondom vervangingsinvesteringen. Daarvoor onderzoekt Neef de manier waarop de beheerders nu samenwerken. Zo worden de samenwerkingsverbanden beïnvloed door formele invloeden als wet- en regelgeving en door informele invloeden zoals gebruiken, gedragsvormen en culturen. Neef: ‘Je zou deze invloeden ’de regels van het (vervangings)spel’ kunnen noemen. In hoeverre stemmen de infrastructuurbeheerders hun projecten op elkaar af? Wie praat er wel met elkaar en wie niet? En wanneer?’ Het identificeren van deze ’regels’ kan verbeteringskansen tonen. Een voorbeeld: de Suurhoffbrug in Rotterdam. Deze brug is onderdeel van drie infrabeheerders. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de weg, ProRail voor het spoor en het Havenbedrijf Rotterdam voor het kanaal. Het probleem? De weg is nu toe aan vervanging, het spoor pas over tien jaar. De vraag is: vervangen we de hele brug in een keer, of stukje voor stukje? ‘Het kan voor de een op korte termijn duurder zijn, of misschien voor allemaal op lange termijn goedkoper. Maar daar zijn de beheerders niet voor verantwoordelijk,’ aldus Neef.

Samenwerkingsverbanden
Om zulke complexe vervangingsopdrachten zoals de Suurhoffbrug te bestuderen, ontwikkelen Neef en zijn collega’s een serious game. Het spel simuleert de vervangingsopgave om zo een beeld te krijgen van de aankomende investeringen en van de kansen voor samenwerking. Bij de Suurhoffbrug spelen bijvoorbeeld de volgende vragen: in hoeverre stemmen de infrastructuurbeheerders de investeringen op elkaar af, moet deze brug een-op-een worden vervangen of functioneert het hoofdwegen-, spoor- en vaarnet gezamenlijk beter met een brug elders? De infrabeheerders spelen het spel en zien welke vervangingen er op elkaar afgestemd zijn. Vervolgens kunnen de samenwerkingsverbanden daar waar nodig aangepast worden. De feedback van de eerste spelronde wordt dus meegenomen naar de tweede spelronde. Zo leren de infrabeheerders over slimme toekomstige vervangingsinvesteringen en de wetenschappers over infrastructuurplanologie. 

Onderzoek en praktijk
RITRI behoort tot een onderzoeksprogramma van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) in samenwerking met Next Generation Infrastructures (NGInfra). Dit onderzoeksprogramma richt zich op het optimaliseren van het netwerk van infrabeheerders en het inbrengen van wetenschappelijk onderzoek in de praktijk. Naast het onderzoek naar samenwerkingsverbanden, doen Neef en zijn collega’s een scenariostudie. Er wordt bestudeerd hoe de Nederlandse infrastructuur er in 2050 mogelijk uitziet, tijdens de vernieuwingspiek. Een deel van het onderzoek van RITRI wordt gedaan door de Universiteit Twente. Die onderzoekt de wederzijdse afhankelijkheden van verschillende infrastructuurlagen. De resultaten van deze studies bepalen onder welke omstandigheden het spel wordt gespeeld, hoe het spelbord eruit komt te zien en tezamen onderzoeken de universiteiten met welke regels er gespeeld wordt. De serious game is daarmee transdisciplinair: zinvol voor de wetenschap door het nauwgezet onderzoeken en testen van de regels en zinvol voor de praktijk door het krijgen van inzicht in vervangingsinvesteringskansen en het benutten hiervan.