Skip to ContentSkip to Navigation
Society/businessCommissioning researchIndustry Relations
Header image Industry Relations

Taalontwikkeling bestuderen via een serious game

Datum:23 augustus 2019
Auteur:Team Industry Relations
© UG, photo: Hans Kuné
© UG, photo: Hans Kuné

Taalontwikkeling bestuderen via een serious game


Meewerken aan belangrijk taalwetenschappelijk onderzoek, terwijl je misschien nog niet eens naar de basisschool gaat. En dat nergens anders dan in Science Museum NEMO in Amsterdam. Bart Hollebrandse, docent aan de Faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen, ontwikkelde een serious game om taalontwikkeling van kinderen te onderzoeken. In twee weken tijd speelden ruim zeshonderd jonge bezoekers van het Science Museum de zogenaamde Possessive Recursion Game, en leverden zo spelenderwijs een bijdrage aan de taalwetenschappen.

Een game die de taalontwikkeling van kinderen onderzoekt: Hollebrandse ontwierp er een samen met studenten Game Design and Architecture van het Alfa-college in Groningen. Hollebrandse nam de taalkundige inhoud voor zijn rekening en de studenten bouwden het spel. De serious game was onderdeel van Science Live, een project van NEMO om het algemene publiek kennis te laten maken met wetenschappelijk onderzoek.

Herhalingen in taal
De serious game test hoe kinderen omgaan met herhalingen in taal, zogenaamde recursie. ‘Ons talensysteem maakt veel gebruik van zulke herhalingen, met behulp van recursieve regels. Bijvoorbeeld: ‘De bal van de moeder, van het vriendje van Noa’. Je kunt met behulp van één regel door die herhalingen oneindig lange zinnen maken’, aldus Hollebrandse. Voor een volwassene is het duidelijk dat bovengenoemde bal niet van Noa is, en ook niet van zijn vriendje, maar van diens moeder. Maar hoe begrijpen kinderen een dergelijke zin? Dit onderzoekt Hollebrandse met behulp van zijn game. ‘Met dit spel testen we of onze vermoedens, over hoe en wanneer kinderen het gebruiken van deze herhalingen leren, ook kloppen.’ 

Het spel
De kinderen spelen het spel op een tablet, met een koptelefoon op. Op de tablet zijn vier personen afgebeeld: Noa, zijn vriendje en hun beide moeders. Via de koptelefoon krijgen de kinderen steeds opdrachten te horen: ‘Geef de bal aan de moeder van het vriendje van Noa’. De kinderen slepen nu de bal naar zijn rechtmatige eigenaar.  Naar wie proefpersonen de bal toe slepen zegt iets over hoe goed ze de zin hebben begrepen. ‘Kinderen leren deze herhalingen in stapjes. Eerst één herhaling, dan twee, dan drie,’ legt Hollebrandse uit ‘We vermoeden dat wanneer kinderen drie herhalingen te ingewikkeld vinden, ze er vrolijk eentje weglaten. De bal belandt dan dus bij iemand anders.’ Laat het kind bijvoorbeeld ‘de moeder’ weg, dan betekent het plots: ‘Geef de bal aan het vriendje van Noa’ en belandt de bal dus bij Noa’s vriendje in plaats van diens moeder.

Samenwerking Alfa-college en NEMO
Hollebrandse prijst zichzelf gelukkig met de samenwerking met het Alfa-college: ‘De leerlingen van het Alfa-college leren om te werken voor een opdrachtgever, ik leer wat gaming voor wetenschappelijk onderzoek kan betekenen.’ Ook de samenwerking met NEMO biedt voordelen: ‘De deelname van dit onderzoek aan het Science Live-project leverde  in korte tijd ontzettend veel proefpersonen op. Dat ging voorheen een stuk moeizamer. Hollebrandse testte de kinderen voorheen op school, eerst ouderwets met pen en papier en later ook met de game op een tablet. ‘Op een goede dag testte ik zo’n acht tot tien leerlingen. Dat schiet natuurlijk niet op. In NEMO hadden we binnen twee weken ruim zeshonderd deelnemers.’ Het succes in NEMO smaakt naar meer. Er liggen zelfs plannen om het spel in meer talen te vertalen en online uit te brengen. ‘Zo kunnen we erg gemakkelijk nóg meer informatie verzamelen en verschillende talen met elkaar vergelijken.’