Skip to ContentSkip to Navigation
Onderzoek DNPP Politieke partijen Democraten 66 (D66) Geschiedenis

D66 jaaroverzicht 1988

Uit: L. Koeneman, I. Noomen en G. Voerman, 'Kroniek 1988. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 1988' in: R.A. Koole (red.), Jaarboek 1988 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 1989), 16-58, aldaar 31-36.

Inleiding

'D66 is veranderd. De rebellenclub is reeds lang verleden tijd', aldus journalist Mark Kranenburg in het NRC Handelsblad van 12 november. Het jaar 1988 leek lange tijd het beeld van D66 als een wat bezadigde partij te bevestigen. De partij congresseerde tweemaal, over de verkeersproblematiek en het ouderenbeleid, zonder dat er harde noten werden gekraakt. De deining in november over het lijsttrekkerschap bij de Europese verkiezingen kwam voor velen dan ook als een donderslag bij heldere hemel.

Congressen

D66 hield in 1988 twee congressen. De zesenveertigste algemene ledenvergadering werd op 5 en 6 februari in Amersfoort gehouden en stond in het teken van het ouderenbeleid. In de pers trok de politieke rede van Hans van Mierlo echter de meeste aandacht, vooral door de ongezouten kritiek die de leider van de Tweede Kamerfractie van D66 op de VVD leverde. 'Het beeld in de VVD wordt overheerst door een poging om door middel van een drietrapsraket de partij naar rechts te schieten'. Volgens Van Mierio zou de VVD door het verschijnen van achtereenvolgens de discussienota Liberaal Bestek en het rapport Liberalisme van de Teldersstichting en door uitlatingen van Hans Wiegel tijdens de viering van het veertigjarig bestaan van de VVD 'rechtser dan ooit' worden. Van Mierlo bezag deze ontwikkeling met gemengde gevoelens: partijpolitiek gezien kon D66 alleen maar profiteren van een naar rechts opschuivende VVD, maar de door hem vurig gewenste coalitie met PvdA en VVD raakte er steeds verder door uit het zicht. in een reactie noemde VVD-fractieleider Joris Voorhoeve de aanval van Van Mierlo 'uiterst voorbarig' en 'onterecht'.

Op 29 oktober hield D66 haar najaarscongres, hoofdzakelijk gewijd aan de verkeersproblematiek. Ter voorbereiding had het hoofdbestuur in mei de discussienota Richting voor verkeer en vervoer doen verschijnen. In de nota wordt aan het openbaar vervoer prioriteit gegeven en een selectief autobeleid bepleit. Met het beslispunt dat de overheid de subsidiëring van de exploitatielasten van het openbaar vervoer stopzet, kon het congres zich niet verenigen. In de speech van politiek leider Van Mierlo viel ten aanzien van de VVD een mildere toon te beluisteren. Van Mierlo brak een lans voor zijn stokpaardje, een coalitie van D66, PvdA en VVD in 1990. Hoewel hij met betrekking tot de VVD zijn twijfels behield over de mogelijkheid om het CDA politiek buitenspel te zetten, had het leiderschap van Voorhoeve Van Mierlo wel nieuwe hoop gegeven. Hij riep de VVD op om haar liberale gezicht te laten zien en haar medewerking te verlenen aan de D66-wetsontwerpen betreffende de regeling van de euthanasie en de gelijke behandeling. Van de PvdA verwachtte Van Mierlo dat zij zich behoedzaam tegenover de regeringspartijen op zou stellen, zodat de PvdA bij de kabinetsformatie in 1990 niet eenvoudig kon worden uitgerangeerd.

Op het congres werd Michel Jager, in het dagelijks leven burgemeester van Culemborg, tot voorzitter van D66 gekozen. Hij was de enige kandidaat voor deze functie, die de afgelopen twee jaar door Saskia van der Loo was vervuld.

Partijreorganisatie

De discussie over de reorganisatie van de partij werd in 1988 voortgezet. In september 1987 had de commissie Adviesgroep partijstructuren haar bevindingen gepresenteerd. Eén van de hoofdpunten van het advies behelsde het voorstel om de adviesraad op te heffen en te vervangen door een 'ledencollege', dat de algemene ledenvergadering enigszins zou moeten ontlasten. Op de voorstellen van de commissie kwamen veel reacties van partijleden. Het hoofdbestuur verwerkte deze in een notitie, die in Democraat (6 januari) werd gepubliceerd. Hieruit bleek dat de achterban verdeeld oordeelde over de reorganisatievoorstellen. Wel leek men vrij eensgezind van mening dat de regionale binding tussen partijtop en -basis voor verbetering vatbaar was. Op 23 januari gaf de adviesraad het hoofdbestuur de raad om de huidige partijstructuur (inclusief de adviesraad) te handhaven en de regionale binding te versterken.

Op het voorjaarscongres in februari werd over de voorstellen vrijblijvend van gedachten gewisseld. De teneur van de discussie was dat de structuur van D66 geen ingrijpende wijzigingen behoefde, dat volstaan kon worden met organisatorische aanpassingen en verbetering van de wijze van communniceren binnen de partij. Door het hoofdbestuur werd dit samengevat onder de noemers 'decentralisatie, oftewel het versterken van met name de regionale component van de partij.., en participatie, ruimte voor directe discussie, het verkleinen van de afstand' (Democraat, 29 juni). Op 9 april en 11 juni had het dagelijks bestuur de regiobesturen van D66 bijeengeroepen om hierover concrete afspraken te maken. Verder werd een 'begeleidingscommissie organisatie-ontwikkeling' ingesteld, die het hoofdbestuur bij het proces van interne partijvernieuwing bij moet staan. De algemenne ledenvergadering zou van de vorderingen van dit proces op de hoogte worden gehouden.

Commissies 2000 en 2001

In januari kwam voor het eerst de Commissie 2000 bijeen. Enkele ervaren D66-ers en buitenstaanders waren door het hoofdbestuur aangezocht met als doel de samenleving rond de eeuwwisseling min of meer in kaart te brengen. Tot de leden en adviseurs behoorden onder meer Van Mierlo, D66-senator Jan Vis, ex-staatssecretaris Ineke Lambers-Hacquebard, de directeur van het wetenschappelijk bureau van D66, Diederik van der Hoeven en Olga Scheltema-de Nie, voorzitter van de commissie. Het hoofdbestuur stelde tevens een soortgelijke commissie in van D66-ers die niet ouder waren dan 35 jaar. Van deze jongere generatie leden verwachtte men dat zij andere accenten zouden leggen. Deze Commissie 2001 stond onder voorzitterschap van Thom de Graaf.

In december brachten beide commissies verslag uit. De Commissie 2000 deed, na een prognose te hebben gegeven van de te verwachten ontwikkelingen in het laatste decennium van deze eeuw, enkele 'suggesties voor beleidsrichtingen'. Zo diende de overheid bijvoorbeeld voorwaarden te scheppen voor de toenemende zelfstandigheid van het individu. Bescherming van het milieu verkreeg de hoogste prioriteit. Op Europees niveau stelde de commissie een aanzienlijke uitbreiding van de bevoegdheden van het Europees Parlement voor. Rode draad in de rapportage van de Commissie 2001 was de individualisering. Het beleid moest erop gericht zijn 'dat het individu zich weerbaar kan opstellen in een samenleving waarin normen en relaties niet vanzelfsprekend zijn, maar door hemzelf gevonden resp. aangegaan moeten worden'.

De bevindingen van de beide commissies werden door het hoofdbestuur als basis gezien waarop het beleid voor de jaren negentig kon worden uitgestippeld. De verslagen zouden eveneens bij de opstelling van het verkiezingsprogram voor 1990 worden betrokken. De leden werden uitgenodigd op de rapporten te reageren.

Tweede Kamerverkiezingen 1990

Aan het einde van 1988 werd door het hoofdbestuur een informele 'stuurgroep' samengesteld, waarin leden van het hoofdbestuur, de programmacommissie en de Tweede Kamerfractie zitting namen. De groep kreeg tot taak de hoofdlijnen van het concept-verkiezingsprogram van D66 voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1990 op te stellen. Hierbij zouden de rapportages van de Commissies 2000 en 2001 dienen te worden betrokken. De 'hoofdlijnennotitie' zal daarna door het hoofdbestuur worden vastgesteld, waarna de programcommissie het tot een conceptprogram zal uitwerken, dat in mei 1989 gereed moet zijn.

Europese verkiezingen

Meer aandacht dan voor de Tweede Kamerverkiezingen had D66 in 1988 voor de Europese Verkiezingen. Op het voorjaarscongres besloot D66 tot deelname in 1989 aan de verkiezingen voor het Europese Parlement, waarin de partij sinds 1984 niet meer was vertegenwoordigd. In Democraat (7 September) werd het concept-verkiezingsprogram gepresenteerd, dat door het partijcongres in februari 1989 zal worden vastgesteld. Op dat congres zal eveneens de lijsttrekker worden aangewezen, nadat eerst op basis van een schriftelijke stemming door de leden de volgorde van de kandidaten is bepaald.

Van 1 september tot 1 november was de kandidaatstelling voor de Europese verkiezingen geopend. Na de sluiting zouden de leden schriftelijk hun voorkeur bekend maken. Op de valreep werd eind oktober bekend dat  Jan-Willem Bertens zich kandidaat stelde voor het lijsttrekkerschap van D66 in 1989. Bertens had zijn sporen verdiend in de diplomatieke dienst. Zo was hij onder meer ambassadeur in Midden-Amerika geweest. Van 1977 tot 1982 werkte hij als woordvoerder van de minister van Buitenlandse Zaken. Momenteel is hij ambassadeur voor Internationale culturele betrekkingen. Op het najaarscongres trad Bertens eigenlijk voor het eerst publiekelijk in D66 op in een forum over Midden-Amerika. Verder was hij in de partij nauwelijks actief geweest, zoals hij zelf ruiterlijk toegaf.- 'Inderdaad heb ik vroeger nooit met D66-foldertjes langs de deur gelopen'.

De wijze waarop Bertens zich in de publiciteit als kandidaat-lijsttrekker presenteerde, schoot een aantal partijleden in het verkeerde keelgat. Vooral een TV-reportage waarin Bertens bij Van Mierlo op bezoek ging om naar zijn zeggen 'de kandidatenlijst door te nemen', was steen des aanstoots. Medekandidaat Bob van der Bos vond het 'erg on-D66 zoals Bertens opereert'. Ook ex-fractievoorzitter van D66 in het Europees Parlement in de periode 1979-1984 en D66-lid van het eerste uur, Aar de Goede, kwam in verzet tegen de handelwijze van Bertens. In een ingezonden brief in het partijorgaan Democraat (21 november 1988) riep hij op om niet op kandidaten te stemmen die 'even langs komen om gekozen te worden ... D66 verdient beter dan het optreden van de heer Bertens'. In een toelichting bekritiseerde De Goede ook Van Mierio, die kennelijk geen bezwaar had tegen de TV-uitzending. In een reactie onder de brief wees het dagelijks bestuur de kritiek van De Goede op Bertens van de hand. De aandacht die de pers aan Bertens besteedde werd in verband gebracht met zijn voormalige functies; 'noch het DB, noch de Tweede Kamerfractie heeft in de bemoeienis van de pers de hand gehad'.

In het koor der malcontenten voegde zich ook het provinciale partijbestuur in Gelderland. In een brief aan het hoofdbestuur werd protest aangetekend tegen het 'parachuteren' van Bertens als lijsttrekker. De democratische spelregels waren veronachtzaamd; het Gelderse kader vroeg zich bezorgd af of er nog wel wat te kiezen viel. Enkele dagen later verklaarden partijvoorzitter Jager en fractieleider Van Mierlo voor de regioraad van D66 in Gelderland dat Bertens niet door het hoofdbe- stuur of de Kamerfractie voor het lijsttrekkerschap was gevraagd. Van Mierlo gaf toe contact met Bertens te hebben gehad, maar ontkende hem over het lijsttrekkerschap te hebben benaderd. Dat Bertens als gedoodverfd lijsttrekker van D66 werd afgeschilderd lag niet aan hem, maar aan de pers. De verdediging van de partijtop werd door de regioraad aanvaard; de motie waarin het partijbestuur 'manipulatie' werd verweten verdween van tafel. De gemoederen in D66 kwamen daarna weer wat tot rust, zeker nadat eind november de adviesraad had uitgesproken dat bij de kandidatuur van Bertens zich niets onreglementairs had voorgedaan. De adviesraad sprak verder uit dat D66 in het Europees parlement - waar de partij volgens opiniepeilingen op minimaal twee zetels mocht rekenen - zou moeten streven naar de totstandkoming van een eigen progressief-liberale fractie, samen met onder meer het Deense Venstre en de Spaanse CDS.

Aan het einde van het jaar werd de uitslag van de stemming onder de leden over de kandidaten bekend. Tot veler verrassing was Van den Bos op de eerste plaats geëindigd, gevolgd door Bertens. Overigens had niet meer dan 20 procent van de leden de moeite genomen zich uit te spreken.

Publikaties

Op 9 januari organiseerde de Stichting Wetenschappelijk Bureau D66 (SWB) een studiedag over de verhouding tussen overheid en maatschappij. Onder de titel Naar een inspirerende bestuursstijl werden de twee inleidingen gepubliceerd.

In februari werd door de SWE in samenwerking met de Tweede Kamerfractie de nota Het triale bestel gepubliceerd. Binnen het bestaande televisiebestel wil D66 een algemeen cultureel/educatief net, een commercieel net (met reclame) en een geprofileerd net (voor omroepen met een specifieke visie).

Laatst gewijzigd:31 maart 2023 12:24