Skip to ContentSkip to Navigation
breed in kennis  -  sterk in techniek
Onderzoek DNPP | Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen Politieke partijen ChristenUnie Geschiedenis

Partijgeschiedenis

De ChristenUnie is op 22 januari 2000 opgericht als Unie van het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) en de Reformatorische Politieke Federatie (RPF). Beide partijen bleven binnen de ChristenUnie bestaan tot de volledige fusie op 31 december 2003. De uitgesproken christelijke identiteit van de ChristenUnie vertaalt zich naar conservatieve standpunten op medisch-ethisch vlak, gecombineerd met meer vooruitstrevende standpunten op het gebied van welzijn, milieu en migratie. De partij haalt doorgaans twee tot vier procent van de stemmen. In 2007 mocht zij onder leiding van André Rouvoet voor het eerst in haar geschiedenis deelnemen aan een kabinet: Balkenende IV (2007-2010). In 2017 kwam zij -met Carola Schouten als vicepremier- terug in de kabinetten Rutte III (2017-2022) en Rutte IV (2022-2024). In 2023 werd Mirjam Bikker de nieuwe partijleider. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2025 haalde de partij drie zetels en moest plaatsnemen in de oppositie.

Voorlopers ChristenUnie

De ChristenUnie komt voort uit het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) en de Reformatorische Politieke Federatie (RPF). Het GPV werd in 1948 opgericht als een vrijgemaakt gereformeerde afsplitsing van de voornamelijk gereformeerde Anti-Revolutionaire Partij (ARP). Dit was een logisch gevolg van een kerkscheuring in 1944, waarbij de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) zich hadden afgescheiden van de Gereformeerde Kerken. Lidmaatschap van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) werd een vereiste om lid te worden van het GPV. De RPF werd pas in 1975 opgericht en bestond uit christenen van diverse pluimage, waaronder evangelische christenen en ook veel (niet-vrijgemaakte) gereformeerden, die geen lid mochten worden van het GPV. 

De oprichting van de RPF leidde in eerste instantie tot spanning met het GPV en de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP), aangezien deze partijen vreesden voor versplintering en zetelverlies. Dit werd bevestigd bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1977, waar de RPF net geen Kamerzetel haalde, maar het GPV er wel één verloor. Pas toen de RPF electorale successen boekte zonder dat dit ten koste ging van het GPV of de SGP, kwam er in toenemende mate een samenwerking op gang tussen de drie partijen. Dit leidde tot lijstverbindingen op nationaal en Europees niveau en in sommige gevallen tot gezamenlijke fracties op lokaal niveau. De samenwerking met de SGP werd ondertussen gaandeweg moeizamer. De RPF, en in mindere mate ook het GPV, gaven steeds meer ruimte aan vrouwen om politiek actief te zijn, terwijl het SGP in 1993 juist expliciet liet vastleggen dat vrouwen geen lid van haar partij mochten worden. 

Oprichting ChristenUnie

De RPF had bij haar oprichting in 1975 al de wens uitgesproken om te fuseren met het GPV en de SGP. Een fusie met de SGP was mede door het vrouwenstandpunt van de SGP niet haalbaar, maar de inhoudelijke verschillen tussen GPV en RPF waren klein. Het grootste struikelblok was geweest dat alleen vrijgemaakt Gereformeerden lid mochten zijn van het GPV, maar dit toelatingsbeleid werd in 1993 versoepeld. In 1997 kondigden GPV en RPF dan ook (wat zij noemden) ‘hun verloving’ aan. Op 22 januari 2000 werd de ChristenUnie opgericht, al bleven GPV en RPF binnen de ChristenUnie als onafhankelijke verenigingen bestaan. Op 31 december 2003 werden GPV en RPF officieel opgeheven en was de fusie van de ChristenUnie voltooid.

Inhoudelijk waren de verschillen tussen GPV en RPF weliswaar klein, het verschil in stijl van politiek bedrijven was aanzienlijk groter. De RPF had met de charismatische Leen van Dijke een uitgesproken en electoraal succesvolle partijleider, maar voor de Tweede Kamerverkiezingen in 2002 viel de keuze op de meer bedachtzame GPV-senator Kars Veling als eerste lijsttrekker. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2002 haalde de ChristenUnie vier Kamerzetels, één minder dan GPV en RPF daarvoor samen hadden. Tineke Huizinga werd met voorkeurstemmen gekozen als het eerste vrouwelijke Tweede Kamerlid van de ChristenUnie.

Kabinetsdeelname

Na de verkiezingen in 2002 werd de overspannen Veling als partijleider vervangen door de nummer drie van de kieslijst: André Rouvoet. Rouvoet verloor bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2003 nog een zetel, maar wist zich gaandeweg steeds beter te profileren. Vooral een campagne in 2005 tegen de Europese Grondwet leverde de partij veel publiciteit op. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2006 ging de partij van drie naar zes zetels. Deze zetelwinst werd beloond met deelname aan het kabinet-Balkenende IV, dat bestond uit CDA, PvdA en ChristenUnie. Rouvoet werd vicepremier en programmaminister voor jeugd en gezin. Deze eerste kabinetsdeelname van de ChristenUnie werd mogelijk door een meer versplinterd politiek landschap, waardoor ook kleinere partijen nodig waren om een kabinet aan een meerderheid te helpen. 

Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2010, 2012 en 2017 haalde de ChristenUnie steeds vijf zetels. In 2010 kwam zij niet terug in het kabinet en ook in 2012 bleef de partij met Arie Slob als partijleider veroordeeld tot de oppositiebanken. In 2017 waren de vijf zetels van de ChristenUnie, inmiddels met partijleider Gert-Jan Segers, wel gewenst om het kabinet-Rutte III (met VVD, CDA en D66) aan een meerderheid te helpen. Carola Schouten werd vicepremier en minister van Landbouw. 

Het kabinet-Rutte IV

Na de Tweede Kamerverkiezingen in 2021 volgde de langste formatie in de Nederlandse parlementaire geschiedenis. Terwijl Nederland nog gebukt ging onder de coronapandemie, lekte uit dat premier Mark Rutte had gespeculeerd over een ‘functie elders’ voor het kritische CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt. Gert-Jan Segers reageerde met een interview in het paasweekeinde van 2021: hij wilde niet meer regeren met Rutte als premier. Het interview leidde tot felle kritiek, niet alleen van de VVD, maar ook binnen zijn eigen partij. Segers nam zijn uitspraken grotendeels terug op het daaropvolgende partijcongres. In januari 2022 trad het kabinet-Rutte IV, met daarin alsnog de ChristenUnie, aan.

In juni 2023 kwam het kabinet-Rutte IV alweer ten val. Segers was inmiddels opgevolgd door Mirjam Bikker. De val van het kabinet was voor een groot deel te wijten aan een meningsverschil tussen de VVD en met name de ChristenUnie over het recht op gezinshereniging voor asielzoekers. Bij de vervroegde Tweede Kamerverkiezingen in 2023 ging de ChristenUnie van vijf naar drie zetels. Ondanks principiële bezwaren tegen samenwerking met verkiezingswinnaar PVV koos de ChristenUnie voor een vorm van constructieve oppositie. De ChristenUnie was bereid om te onderhandelen met de coalitie van PVV, VVD, NSC en BBB om het kabinet-Schoof in sommige gevallen aan een meerderheid in de Eerste Kamer te helpen. In 2024 mocht de ChristenUnie voor het eerst een burgemeester van een grote stad leveren: Carola Schouten werd burgemeester van Rotterdam. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2025 haalde de ChristenUnie net drie zetels. Bikker gaf aan dat zij haar partij nu te klein vond om deel te nemen aan een regering en de partij nam dus plaats in de oppositie, waar zij wel bereid is om het minderheidskabinet-Jetten aan meerderheden te helpen.

Geen lijstverbinding met de SGP

De ChristenUnie en daarvoor het GPV en de RPF hadden sinds de eerste Europese Parlementsverkiezingen in 1979 altijd een lijstverbinding met de SGP. Bij de Europese Parlementsverkiezingen in 2024 ging de ChristenUnie voor het eerst geen lijstverbinding aan. Als belangrijkste reden noemde de ChristenUnie dat de SGP in de fractie Europese Conservatieven en Hervormers (ECH) zat, waar in toenemende mate ook Europese radicaal-rechtse partijen toe behoorden. De ChristenUnie daarentegen zocht aansluiting bij de fractie van de Evangelische Volkspartij (EVP) waar ook CDA, BBB en NSC bij horen. Zonder lijstverbinding met de SGP lukte het de ChristenUnie niet om haar zetel te behouden. Overigens is de ChristenUnie wel lid van dezelfde Europese politieke partij als de SGP, namelijk de Europese Christelijke Politieke Partij (ECPP). Met slechts zeven zetels is deze partij echter te klein om een eigen fractie te vormen in het Europees Parlement, waarvoor minimaal 23 zetels vereist zijn. 

In het kort

De ChristenUnie is een christelijke middenpartij met orthodox-christelijke wortels, die de afgelopen tien jaar is opgeschoven in de richting van de christendemocratie. Toch laat de partij zich niet eenvoudig in het politieke spectrum plaatsen. Anders dan bij het CDA bestaat haar achterban nog altijd voor een belangrijk deel uit actieve kerkgangers. Op medisch-ethisch terrein heeft ze conservatieve standpunten die veel overeenkomsten vertonen met die van de SGP. Op sociaal-economisch gebied en in het migratiebeleid echter positioneert de partij zich doorgaans eerder links van het politieke midden. Ten aanzien van de rol van de vrouw, homoseksualiteit en het opkomen voor sociaal zwakkeren kiest de partij voor een christelijk-sociale benadering. Geregeld krijgt de partij om deze redenen het stempel ‘progressief’ opgeplakt. De ChristenUnie zelf weerspreekt dat zij ‘naar links’ is opgeschoven, door te wijzen op de Bijbelse en christelijke grondslag van gemeenschapszin en naastenliefde. 

Deze partijgeschiedenis is voor het laatst bijgewerkt in juni 2026. De auteursrechten over deze tekst liggen bij de DNPP. Wanneer u (delen van) van deze tekst wilt gebruiken, neem dan contact op met het DNPP. 

Laatst gewijzigd:30 juli 2026 14:46