Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit RechtsgeleerdheidActueelColumnsArchief Columns

G20 en daadkrachtig leiderschap

Auteur: O. Couwenberg

Dit weekend (15/16 november) kwam de G20 bij elkaar om door middel van daadkrachtig leiderschap de kredietcrisis te beteugelen. Mooie woorden werden aan het papier toevertrouwd, inclusief enkele zinnige en minder zinnige voornemens.

De G20 hebben afgesproken dat ze alles zullen doen wat nodig is om de crisis, inclusief de door de kredietcrisis veroorzaakte recessie, te lijf te gaan. Dit is fijn, maar dat wisten we eigenlijk al. Tenslotte wordt er al massaal door overheden geïntervenieerd en gesproken over generieke economische stimuleringsmaatregelen. Ook dat ze bereid zijn de rente te verlagen (waar overigens menige heren en een dame helemaal niet toe bevoegd zijn) en markten te ondersteunen, is niet nieuw. Maar laten we niet te kribbig worden, het feit dat de G20 dit zo uitspreekt is goed voor de moraal.

Bonusregelingen is een woord dat binnenkort in ieder woordenboek zal worden omschreven als een perverse beloningsregeling leidend tot het nemen van onverantwoorde risico’s. Volgens de G20 is hervorming nodig. Ik vermoed sterk dat sommigen het werkwoord verbieden graag op de bonus hadden vervoegd. Je mag hier niet te hard tegen zijn, want anders kwalificeer je je direct als behorende bij één van die geldwolven. Maar ik moet de regelgeving nog zien komen en ik zal pas echt onder de indruk zijn als die werkt.

Meer internationale samenwerking tussen toezichthouders. Laat me niet lachen. Hoe moet dit vorm krijgen? De Amerikanen zijn nu natuurlijk enigszins deemoedig en moeten wel, maar met ommekomst van enige tijd zal dat minder worden. Deze samenwerking vormgeven lijkt mij straks voer voor psychologen om te analyseren hoe dat niet is gelukt. Overigens als het wel lukt, is het ook voer voor psychologen, maar dan om uit te zoeken hoe dat zo heeft kunnen gebeuren. Belangrijker is echter dat het niet de oplossing is. Toezichthouders zullen eerst en vooral veel dieper in financiële organisaties moeten kijken om te zien welke risico’s er worden genomen en of dat niet teveel is. De kiem voor de volgende crisis ontstaat ergens op de werkvloer. Dit in de gaten houden lijkt mij een heidense klus voor toezichthouders en één waar ik sceptisch over ben of dat ze zal lukken. In ieder geval is het makkelijk de sector aan te wijzen waar de werkgelegenheid zal groeien de aankomende periode. Nog moeilijker wordt het wanneer er meer werkvloeren uit verschillende landen bij betrokken zijn (al is het bij een instelling). Dat behoeft afstemming tussen toezichthouders en wel op zeer gedetailleerd niveau. Ben benieuwd hoe dat gecoördineerd gaat worden. Eind april komt de G20 met voorstellen.

Overigens is het alternatief van Sarkozy om een supranationale toezichthouder op te richten niet per se de oplossing voor een niet werkende internationale samenwerking van nationale toezichthouders. Dit ding gaat net zo mank aan dezelfde problemen als de internationale samenwerking. Bovendien zie ik de Amerikanen nog niet zo snel het toezicht over bijvoorbeeld Goldman Sachs en JP Morgan overhevelen naar een dergelijk orgaan, laat staan dat ik dat Sarkozy zie doen voor Credit Agricole of BNP.

Ook de rating agencies worden aangepakt. In ieder geval onder strenger toezicht geplaatst. Operationeel is dit vrij makkelijk, want er zijn er niet zoveel. Maar welk toezicht moet worden uitgeoefend? Moet gekeken worden naar het proces, naar de maatstaven die worden gehanteerd, naar de modellen om de risico’s te wegen of naar allemaal? En wie betaalt dit: de rating agencies zelf (uiteindelijk zijn dat dan de effectenuitgevende instelling)? Het kernprobleem was dat beleggers teveel waarde zijn gaan hechten aan de inschattingen van deze agencies. De les is hopelijk geleerd: blind vertrouwen op deze instellingen lijkt erg onverstandig.

De Doha ronde wordt uit het slop getrokken om de vrije handel te stimuleren en er is een moratorium afgekondigd op protectionistische maatregelen. Als ik nu ergens enthousiast over ben is dit het. Dat de Doha ronde sneuvelde was een enorme teleurstelling. Het voorkomen van protectionisme en het stimuleren van de wereldhandel is het beste wat de G20 nu kunnen doen om de wereldeconomie te ondersteunen.

Oscar Couwenberg

Hoogleraar Rechtseconomie
Laatst gewijzigd:16 december 2015 11:07
printOok beschikbaar in het: English