Skip to ContentSkip to Navigation
founded in 1614  -  top 100 university
Over ons Actueel Nieuws

Duurzaam samenleven op de savanne

08 juni 2026

Hoe kunnen wilde dieren, mensen en vee naast elkaar leven op de iconische savannes van Oost-Afrika? Dat is de vraag in CoCoST, een internationaal onderzoeksprogramma medegefinancierd door het Ubbo Emmius Fonds. Promovendus Yuhong Li onderzocht wat er gebeurt als vee en wilde dieren een ecosysteem delen; Michael Kimaro bestudeerde de effectiviteit van een hek dat olifanten uit akkers moet weren. Beiden promoveren op 9 juni aan de RUG.

Tekst: Nienke Beintema

Op de grens van Kenia en Tanzania ligt het Greater Serengeti-Mara Ecosystem. Het is het welbekende landschap uit de documentaires over Oost-Afrika. In het hart ervan ligt het Serengeti National Park, waar op een uitgestrekte savanne enorme kuddes zebra’s en gnoes rondzwerven. Giraffen knabbelen aan de toppen van acacia’s en antilopen zijn alert op roofdieren.

Maar het ecosysteem omvat niet alleen de beschermde kern. Buiten de grenzen van het nationaal park leven mensen, vee en wilde dieren dagelijks met elkaar samen. Al generaties lang delen herders deze landschappen met wilde dieren, steeds op zoek naar vers gras en water. Maar deze manier van leven staat steeds meer onder druk vanwege bevolkingsgroei, veranderend landgebruik en klimaatverandering.

Gezamenlijk aanpakken

Het is een voortdurende zoektocht naar balans. Vee en wilde dieren zijn vaak afhankelijk van dezelfde graslanden. Olifanten kunnen gewassen beschadigen. Roofdieren zoals leeuwen en hyena’s vallen soms vee aan, wat zwaar is voor veehouders die het toch al moeilijk hebben. Tegelijkertijd staan veel van deze wilde diersoorten zelf onder druk door habitatverlies, klimaatverandering en stroperij. Het zijn dus onlosmakelijke opgaven: natuurbescherming, ondersteuning van lokale gemeenschappen en klimaatadaptatie. Het CoCoST-programma (zie kader) is in het leven geroepen om deze uitdagingen gezamenlijk aan te pakken.

`Samen willen we de vraag beantwoorden: hoe kan dit wereldberoemde landschap een plek blijven waar zowel wilde dieren als mensen kunnen gedijen?’ , zegt Michael Kimaro, oprichter en directeur van de Tanzania Research and Conservation Organization. Hij is tevens een van de promovendi in het CoCoST-programma. Kimaro kwam in 2019 vanuit Tanzania naar Groningen voor een master in Ecologie en Evolutie aan de RUG, ondersteund door het Eric Bleumink Fellowship, een initiatief van het Ubbo Emmius Fonds.

`Tijdens mijn master in Groningen ontmoette ik hoogleraar Han Olff’, vertelt Kimaro. `Ik vertelde hem dat ik meer wilde leren over monitoringstechnieken en datamanagement voor natuurbehoud. Hij zei: Wat dacht je ervan om met me mee te gaan naar de Serengeti?’

Een andere CoCoST-promovendus is Yuhong Li. Na haar studies in Shandong (China) en Uppsala (Zweden) behaalde zij dezelfde master in Groningen. `Ik ben naar Groningen gekomen vanwege Han Olff’, zegt ze met een brede glimlach. `Het is altijd al mijn droom geweest om met grote dieren in Afrika te werken.’

decoratieve afbeelding
Yuhong Li (foto: Han Olff)

Voedzamer gras

Kimaro vertelt over de uitdagingen in de regio. `Tanzania is een van de vijf Afrikaanse landen met de grootste rijkdom aan wilde dieren’, zegt hij. `Er leven hier ook ongeveer 70 miljoen mensen en meer dan 30 miljoen stuks vee. Die dieren hebben voedsel nodig. Veel veehouders hebben geen andere keuze dan de beschermde gebieden in te trekken om gras te vinden.’ Li vult aan: 'En andersom: grote kuddes wilde dieren zoals zebra’s en gnoes grazen ook buiten de reservaten op wat wij de graslanden noemen: de savannelandschappen die de beschermde gebieden omringen, en die ook door lokale veehouders worden gebruikt. In het oostelijk deel van het gebied heb ik onderzocht hoe begrazing door vee de vegetatie op de graslanden verandert, en wat dit vervolgens betekent voor de wilde herbivoren die er ook van afhankelijk zijn.’

Mensen gaan er vaak vanuit dat begrazing door vee schadelijk is voor de graslanden, legt Li uit, maar in feite ligt het genuanceerder. `Ik zag dat de diversiteit aan plantensoorten daar juist hoger is dan in de beschermde gebieden’ , zegt ze. `Daarnaast blijft het gras door veebegrazing korter, jonger en voedzamer dan het hogere, vezelrijkere gras in het nationale park. Dit heeft invloed op welke herbivoren er voorkomen. Het meer begraasde grasland is gunstig voor kleinere herbivoren zoals gazellen, maar de buffels trekken juist weg.’

decoratieve afbeelding
Een groep buffels (foto: Yuhong Li)

Blij met het hek

Kimaro onderzocht het westelijke deel van het ecosysteem. Hier zijn de boeren akkerbouwers, die vooral maïs telen. `De akkers liggen pal aan de rand van een beschermd gebied’, zegt Kimaro. `Hier is een 30 kilometer lange elektrische omheining geplaatst, als proefproject, om olifanten buiten de akkers te houden. Ik heb gekeken naar de effectiviteit en de bijeffecten van dat hek.’ Omheiningen kunnen schade aan gewassen voorkomen, maar ze kunnen ook migratieroutes blokkeren en wilde dieren schaden. `Of je een omheining moet plaatsen, en waar dan precies, is een complexe kwestie’, zegt Kimaro. `Ik heb onderzocht hoe mensen op deze omheining reageerden en wat de gevolgen ervan waren voor dieren en vegetatie.’

De omheining bleek zeer effectief in het buitenhouden van olifanten, stelde Kimaro vast. `Mensen waren er erg blij mee’, zegt hij. `Voorheen besteedden ze veel tijd aan het beschermen van hun gewassen. Nu konden ze die tijd ergens anders aan besteden. Dit had een positief effect op de familiebanden.’ Omgekeerd verhinderde de omheining ook dat vee het natuurreservaat in kon. Hoewel dit positief was voor het beschermde gebied, betekende het dat mensen hun vee elders moesten laten grazen, in de al overbegraasde graslanden. Kimaro: `De omheining verplaatste het probleem in feite naar niet-omheinde gebieden. Zo’n omheining vraagt dus om slimme ruimtelijke ordening, herstel van de graslanden en monitoring op lange termijn.’

Niet per se beter of slechter

Wat betreft de mogelijke nadelen van het hek: Kimaro vond zeer weinig gevallen van verstrikking of elektrocutie van wilde dieren, en hij zag dat de migratieroutes van wilde dieren niet significant veranderden. "Binnen het omheinde gebied was er echter meer hoog gras, wat waarschijnlijk wel invloed gaat hebben op de wilde herbivoren.' Na zijn onderzoek schreef Kimaro een beleidsnota met zijn belangrijkste bevindingen en aanbevelingen. Ook Li trok duidelijke conclusies uit haar onderzoek. `Bij zorgvuldig beheer is er op de graslanden zeker ruimte voor zowel wilde dieren als vee’ , zegt ze. `Door vee begraasd grasland is niet per se beter of slechter dan het nationale park. Periodieke begrazing en periodiek branden kunnen helpen de kwaliteit van het grasland te behouden.’

decoratieve afbeelding
Rechts Michael Kimaro (foto Han Olff)

Capaciteitsopbouw

Het doel van alle CoCoST-projecten is niet alleen wetenschap. `Al het onderzoek is gekoppeld aan de training van lokale ecologen’ , benadrukt Kimaro. `Zo werken we aan kennisopbouw en monitoring- en conservatieplannen, en bouwen we tegelijkertijd capaciteit op. Zowel Yuhong als ik hebben meegewerkt aan deze trainingen.’ Kimaro zou hierna graag als postdoc meer ervaring opdoen met fondsenwerving. `Dat is nodig om het werk van mijn NGO verder te brengen. En net als Han Olff zou ik graag lesgeven aan een Tanzaniaanse universiteit.’ Li’s plannen zijn minder concreet. `Ik wil graag doorgaan met onderzoek’ , zegt ze, `maar ik weet nog niet precies hoe en waar. Ik wil in elk geval graag beter leren programmeren. Maar ik vind veldwerk ook erg leuk.’ In ieder geval wil ze dat haar werk de natuurbescherming dient: `Omdat dat belangrijk is. En ook echt heel interessant.’

CoCost: vier samenhangende thema’s

In het programma CoCoST – een afkorting van Corridors, Coexistence, Synergies, Transitions, and Training – bestuderen onderzoekers uit Kenia, Tanzania, China en Nederland samen het Greater Serengeti-Mara Ecosystem. CoCoST is bedacht door Han Olff, hoogleraar Community and Conservation Ecology aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Het programma wordt gefinancierd door het Ubbo Emmius Fonds van de RUG, samen met de Nederlandse stichting DOB Ecology, Grumeti Fund en verschillende lokale NGO’s. Vier nauw verbonden thema’s staan centraal: corridors voor wilde dieren veiligstellen, begrijpen hoe mensen en wilde dieren naast elkaar kunnen bestaan, natuurbehoud verbinden met lokale bestaansmiddelen, en ondersteuning van sociale en ecologische transities voor een toekomstbestendig ecosysteem.

Laatst gewijzigd:08 juni 2026 12:35
Deel dit Facebook LinkedIn
View this page in: English