In Memoriam Doeko Bosscher (1949-2026)

Bedroefd en met grote verslagenheid heeft het College van Bestuur van de RUG kennisgenomen van het overlijden van emeritus hoogleraar en oud-bestuurder prof. dr. D.F.J. Bosscher, op 15 juni 2026.
Doeko Bosscher was emeritus hoogleraar Eigentijdse Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ook op bestuurlijk vlak was hij actief bij de RUG, onder meer als decaan en rector magnificus van 1998-2002. Hij stond bekend als een uiterst zorgvuldig en integer bestuurder, maar besloot terug te keren naar de wetenschap. Zijn hart ging meer uit naar onderzoek dan naar vergaderen. Door studenten werd hij omschreven als een toegewijde, enthousiaste en uiterst deskundige docent. Behalve vele (populair-)wetenschappelijke publicaties schreef hij fictie, waaronder een roman en gedichten.
Doeko Fritz Jan Bosscher (Heiloo, 29 juli 1949) studeerde geschiedenis aan de RUG, waar hij in 1980 promoveerde op Om de erfenis van Colijn. De ARP op de grens van twee werelden (1939-1952). In 1978 werd hij namens de PvdA gemeenteraadslid van de toenmalige gemeente Warffum, waarvan hij tussen 1982 en 1990 wethouder was. In 1991 werd hij benoemd tot hoogleraar Eigentijdse Geschiedenis aan de RUG. Van 1994 tot 1998 was hij tevens decaan van de Faculteit der Letteren. Aansluitend was hij rector magnificus van de universiteit. Zijn opvolger Frans Zwarts omschreef Bosscher bij diens afscheid als: ‘De belichaming bij uitstek van het Groningse harmoniemodel, een oase van rust en waardigheid in een vaak hectische omgeving.’
Tijdens Bosschers rectoraat vierde de RUG haar 380-jarige bestaan in 1999. Ter gelegenheid van dit lustrum werd een maatschappelijk eredoctoraat verleend aan de kort daarvoor afgetreden Duitse kanselier Helmut Kohl, de man die de Duitse eenwording tot stand had gebracht. De uitreiking kon pas in oktober 2000 plaatsvinden, maar Kohl was intussen in eigen land in een controverse beland wegens dubieuze financiële transacties. De RUG wilde het eredoctoraat niet intrekken, maar de academische plechtigheid kreeg nu des te meer (internationale) aandacht. Hoewel Bosscher zich had voorgenomen als rector niet steeds op de voorgrond te treden, was hij als hoogleraar Eigentijdse Geschiedenis de aangewezen erepromotor. Hij slaagde erin zijn laudatio warm en lovend te laten zijn, maar het schandaal rondom Kohl niet te negeren. Zoals Van Berkel in zijn driedelige geschiedeniswerk over de RUG schrijft: ‘Dat vergt morele moed en die heeft de Groningse universiteit in dit geval onder leiding van rector Bosscher duidelijk getoond.’

Zijn werk als historicus en auteur stond niet los van zijn persoonlijke leven. Zelf afkomstig uit een rooms-katholieke omgeving en een actief PvdA-lid koos hij voor een promotieonderzoek over de geschiedenis van de ARP, juist omdat het protestant-christelijke milieu voor hem wezensvreemd en daarom interessant was. Een speciale band had hij met de Verenigde Staten en hij was een deskundige op het gebied van de geschiedenis van dat land. In 1983 verbleef hij een jaar als Fulbright Scholar aan de Central Michigan University. Hij zette zich ook in voor de uitwisseling van studenten en medewerkers tussen de universiteiten van Michigan en Groningen. Mede daarom ontving hij in 2000 een eredoctoraat van de Central Michigan University.
De Tweede Wereldoorlog had diepe sporen achtergelaten in het gezin waarin Bosscher de jongste van zeven kinderen was, ook al was hij geboren in 1949. Zijn vader (eveneens Doeko geheten) was actief in het verzet, zat enige tijd gevangen in kamp Beekvliet bij Sint-Michielsgestel en sloot zich later aan bij het Canadese bevrijdingsleger. Zijn oom Fritz Conijn was leider van verzetsgroepen in Amsterdam en Noord-Holland en werd in 1944 op 21-jarige leeftijd gefusilleerd in Kamp Vught. Bosscher publiceerde in 2015 een boek over hem met de titel Haast om te sterven. Het korte leven van verzetsman Fritz Conijn.
Ook na zijn emeritaat bleef Bosscher actief publiceren en gaf hij colleges en lezingen bij bijvoorbeeld HOVO (Hoger Onderwijs voor Ouderen) en Studium Generale, onder meer over de Tweede Wereldoorlog en over Amerikaanse buitenlandse politiek. Hij nam deel aan academische discussies en herdenkingen, waar hij reflecteerde op onderwerpen als de waarde van vrijheid. Ook was hij voorzitter van de Raad van Toezicht van Herinneringscentrum Kamp Westerbork.
Een speciale band had Bosscher met het wierdendorp Warffum en de naburige Waddenzee. Hij was er gemeenteraadslid en wethouder, tot het in 1990 onderdeel werd van de grotere gemeente Het Hogeland. In 2004 verscheen de roman Strandvondst van zijn hand, waarin een man (een wethouder) op zoek gaat naar de herkomst van het aangespoelde lijk van een Canadese zeiler aan de Noord-Nederlandse kust. In 2021 verscheen ook nog Omringd door water, waarin Bosscher samen met zijn ‘partner in crime’ Jan Bank (eveneens emeritus hoogleraar geschiedenis, maar dan in Leiden) de 25 eilanden in het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlandsen beschreef: acht nog bestaande (‘echte’) en zeventien voormalige. Toen hij wethouder van de gemeente Warffum was, bezocht Bosscher geregeld het eiland Rottum, dat deel uitmaakte van de gemeente Warffum. ‘Vrijer dan op een eiland kun je nauwelijks zijn, juist doordat je opgesloten bent. Dit eilandgevoel is de perfecte paradox.’
Bosscher was tot het eind toe betrokken bij de RUG, onder meer als bestuurslid van het Nicolaas Mulerius Fonds. Op 16 juni 2025 hield hij in de Aula van het Academiegebouw nog een lezing ter gelegenheid van de viering van tachtig jaar vrijheid, waarin hij speciaal inging op academische vrijheid.
Meer nieuws
-
26 juni 2026
Stevinpremie voor Iris Sommer
-
26 juni 2026
Start werving nieuwe voorzitter College van Bestuur
-
17 juni 2026
Studenten winnen de Self Driving Challenge