Skip to ContentSkip to Navigation
About us Faculty of Arts
Header image Uit de collegebank geklapt

Moederziel alleen

Datum:27 maart 2024
Leonie Moreels
Leonie Moreels

Buiten zwijgen zelfs de zwaluwen nog als ik op een vroege zaterdagochtend uit bed rol en aan mijn bureau ga zitten. Voor me wacht een blanco document. Ik moet schrijven, een scriptie maakt zichzelf niet. Een paar uur later brengt mijn moeder me een hete cappuccino met havermelk. Ik graaf op dat moment naar informatie in doctoraalscripties, wetenschappelijke papers en krantenartikelen. Ik glimlach naar mama en vraag haar: “Hoe kan het toch dat ik wel over moeders lees in boeken, maar dat literatuurwetenschappers er geen onderzoek aan wijden?” Zij haalt haar schouders op, geeft me een zoen op mijn voorhoofd en loopt mijn slaapkamer uit. Ik zet een raam open en hoop dat de wind ook wat door mijn hoofd heen waait.

Armoede(r)

Ik ben een vrouw. Een jonge, lezende vrouw. Ik verlies mezelf graag en regelmatig in de woorden van een ander. De afgelopen maanden lag die literatuur thematisch vaak dicht bij elkaar. Bregje Hofstede, Niña Weijers, Saskia De Coster, Nina Polak,… het zijn stuk voor stuk jonge vrouwen die over moederschap in al haar vormen schrijven. Queer moeders, niet-biologische moeders, ongewenste moeders: allemaal krijgen ze een plekje in hun boeken. Groot was mijn verbazing dan ook toen ik in literatuuronderzoek weinig tot geen bronnen kon vinden die de representatie van deze moeders onder de loep neemt. Hoe kan het dat mama’s wel een intrede deden in literatuur, maar dat ze blijven drentelen op de drempel van de wetenschap?

Buiten het Nederlandstalige gebied

In de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn literatuurwetenschappers ons een stapje voor. Zo opent Adrienne Rich in 1976 met Of Woman Born het debat over moeders. Zij haalt haar inspiratie uit antropologie, psychologie en feministische theorie. Vooral die laatste studie valt op. De tweede golf van het feminisme rolt vanaf 1960 over de wereld heen. Wereldwijd streven vrouwen voor meer autonomie, erkenning én anticonceptie. De moeder wordt naar het verdomhoekje geduwd: hoe kan je immers onafhankelijk en geëmancipeerd zijn als je verder leeft in miniversies van jezelf? Als je je over kinderen moet ontfermen? Onderzoekers als Rich en Ruddick reageren op deze angst. Zij scheiden ‘motherhood’ van ‘mothering’. Bij motherhood gaat het om de maatschappelijke verwachtingen rondom moeders, die vaak door mannen worden bepaald. Moeders moeten steeds bereikbaar, empathisch en verzorgend zijn – een onrealistisch én onderdrukkend idee. Bij ‘mothering’ gaat het veel meer om de individuele moeder en hoe zij zélf haar moederschap invult. Mothering, zo stellen zij, is bijzonder emanciperend. 

De moeder bestaat in het buitenland dus al lang in literatuuronderzoek. Toch is het wachten tot 1992 voordat O’Reilly een vak in motherhood studies opstart aan York University. Bovendien is de onderzoekstak op dit moment nog selectief blind: witte, heteroseksuele moeders krijgen voorzichtig een stem, maar alle anderen moeten zwijgen. Hier komt vanaf 1990 verandering in. 

Binnen het Nederlandstalige gebied

Aan Nederlandstalige zijde is de oogst schraal. Maaike Meijer schrijft aan het einde van de 20ste eeuw voorzichtig een eerste representatiekritiek, maar wijdt geen tekst aan de weergave van moeders. Het is wachten tot 2011 (!) voordat Jos Leonarda Weusten haar doctoraatscriptie bij de Universiteit van Maastricht indient en moeders onder de loep neemt. Vlaamse en Nederlandse universiteiten zijn beschamend traag als het gaat om motherhood studies. Zo merkt Saskia Pieterse (2018) op dat een nieuwe generatie schrijvende vrouwen zich in het literaire landschap werpt met boeken over, jawel, moeders! Ze krijgen dus wel een stem, maar worden in academische kringen nog te weinig gehoord. 

De vrouw? De moeder?

Wanneer het CPNB in 2019 de Boekenweek inluidt met het thema De moeder, de vrouw is het hek van de dam. Het Boekenweekgeschenk én -essay werden immers geschreven door mannen! In een open brief uiten meer dan driehonderd schrijvers, dichters en kunstenaars hun ongenoegen: “Alleen zonen over hun moeders laten horen, sluit naadloos aan op de pijnlijke traditie die de woorden van vrouwen negeert, en anderen voor hen laat spreken. Lezers willen niet alleen weten hoe mannen tegen moeders aankijken. Ze willen ook de dochters horen, en de moeders zelf.”

Is er inmiddels veel veranderd? Eigenlijk niet. Nederlandstalige literatuurwetenschappers blijven achterop hinken. Hoog tijd om daar verandering in te brengen, dacht ik wanneer ik mijn scriptievoorstel schreef. 

Ik nip van mijn lauwe havercappuccino en open het document op mijn computer, inmiddels propvol informatie. Mijn scriptie wil moederende mensen in hun positie herstellen. In de wereld zijn zij aanwezig, maar in literatuuronderzoek blijven ze verdacht lang onzichtbaar. Het is hoog tijd om hen aan te moed(er)igen.






Reacties

Reacties laden...