Skip to ContentSkip to Navigation
OnderwijsOpleidingenAndere studiemogelijkhedenStralingsbeschermingCursusinformatie stralingsbeschermingNiveau 5

Introductie niveau 5

Cursusmateriaal stralingsbescherming

Samenhang van de cursusstof

Het boek Praktische Stralingshygiëne van Van den Eijnde en Schouwenburg (Syntax Media, Utrecht, ISBN 978 90 77423 99 8) is als volgt opgebouwd:

1 atoom/kernfysica
3 wisselwerking 3 afscherming
4 detectie
2 röntgentoestel
6 radiobiologie 6 risicowaarde
6 risicoacceptatie
5 begrippen 7 wet/regelgeving
8 praktijk
- röntgentoestel
- gesloten bron
9 dosimetrie
10 praktijk
- open bron
11 afval

Hoofdstuk 1 behandelt de bouw van atoom en atoomkern, en het radioactieve verval dat aanleiding geeft tot ioniserende straling. In hoofdstuk 3 wordt de wisselwerking van ioniserende straling met de materie behandeld. Deze twee hoofdstukken vormen de fysische basis van de stralingshygiëne. Er volgen nu een viertal speciale gevallen van wisselwerking.

In hoofdstuk 3 wordt uiteengezet hoe je ioniserende straling kunt afschermen. Hoofdstuk 4 behandelt detectoren: de wisselwerking in het detectormateriaal maakt het mogelijk om eigenschappen van de ioniserende straling te meten. Hoofdstuk 2 behandelt onder meer het röntgentoestel, waarmee met opzet ioniserende straling wordt opgewekt voor diagnostisch en therapeutisch gebruik. Tenslotte worden in hoofdstuk 6 de hoogst ongewenste maar onvermijdelijke wisselwerking van ioniserende straling met menselijk weefsel beschreven.

De radiobiologie heeft ons geleerd wat de risico's van ioniserende straling zijn, met name door de gevolgen van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki te bestuderen. Dit is een wetenschappelijk onderbouwd, objectief risicobegrip. Daarnaast kennen we de subjectieve begrippen risico-perceptie en risico-acceptatie.

Het is aan de politiek om regelgeving te formuleren op basis van het objectieve risico van ioniserende straling enerzijds en het door de Nederlandse samenleving als aanvaardbaar ervaren risico anderzijds. Hiervoor zijn een aantal goed gedefinieerde begrippen met betrekking tot dosis en dosislimieten nodig. Deze worden behandeld in hoofdstuk 5.

In hoofdstuk 7 wordt een overzicht gegeven van in Nederland vigerende wetten en besluiten. De wet is vaak geformuleerd in zeer algemene bewoordingen en dat maakt het nodig om op de werkvloer specifieke afspraken te maken die invulling geven aan de eisen die door de wet worden opgelegd. Deze praktische stralingshygiëne wordt in hoofdstuk 8 en hoofdstuk 10 behandeld. In hoofdstuk 9 staan een aantal vuistregels waarmee op een snelle manier de stralingsdosis kan worden berekend. Tot slot beschrijft hoofdstuk 11 hoe er met radioactief afval moet worden omgegaan.

Het Besluit Stralingsbescherming eist onder meer dat werknemers die aan ioniserende straling kunnen worden blootgesteld passende voorlichting en instructie ontvangen, maar het besluit zegt niet hoe die voorlichting en instructie er uit moet zien.

Het Onderwijsinstituut Tandheelkunde heeft het begrip "passende voorlichting en instructie" vertaald als "certificaat stralingsveiligheid niveau 5A".

Laatst gewijzigd:10 april 2016 20:49
printOok beschikbaar in het: English