Skip to ContentSkip to Navigation
Rijksuniversiteit Groningenfounded in 1614  -  top 100 university
Onderwijs Opleidingen Andere studiemogelijkheden Groningen Academy for Radiation Protection Onderwijs stralingsbescherming Stralingsbescherming

Proefexamen

TS MR-t

Bij de meerkeuzevragen moet één van de vier alternatieven (a, b, c of d) worden aangekruist. Per vraag is maar één antwoord juist. Voor de open vragen 31 en 32 wordt maximaal het aangegeven aantal punten toegekend als uitwerking en antwoord beide goed zijn.

Het examen is gebaseerd op de syllabus Stralingshygiëne voor toezichthoudend medewerkers stralingsbescherming - meet- en regeltoepassingen - toestellen en versnellers, die is geschreven door F. Pleiter, H.F. Boersma and A.A. Froma. De goede antwoorden vindt u hier .

  1. Vul de zin correct aan: Het aantal elektronen in de elektronenwolk van een elektrisch neutraal atoom is gelijk aan het...
    1. aantal neutronen
    2. atoomnummer
    3. massagetal
    4. verschil van massagetal en atoomnummer
  2. Vul de zin correct aan: Karakteristieke röntgenstraling ontstaat...
    1. als een elektron overgaat van de ene schil naar een andere met lagere energie
    2. als een elektron wordt afgeremd
    3. als een elektron wordt versneld
    4. ten gevolge van het Compton-effect
  3. Vul de zin correct aan: De waarschijnlijkheid voor het optreden van het foto-effect...
    1. hangt nauwelijks af van de fotonenergie
    2. hangt nauwelijks af van het atoomnummer van het materiaal
    3. neemt toe als de fotonenergie hoger wordt
    4. neemt toe als het atoomnummer van het materiaal groter wordt
  4. Tijdens niet-destructief materiaalonderzoek met behulp van een hand-held röntgentoestel draagt de technicus een persoonlijk beschermingsmiddel. Welk middel verdient in het algemeen de voorkeur?
    1. een loodschort met een equivalente looddikte van 0,25 mm voorzien van schildklierkraag
    2. een loodschort met een equivalente looddikte van 0,25 mm zonder schildklierkraag
    3. een loodschort met een equivalente looddikte van 0,35 mm voorzien van een schildklierkraag
    4. een loodschort met een equivalente looddikte van 0,35 mm zonder schildklierkraag

    Gebruik bij de beantwoording van de volgende vraag de transmissie van gips voor röntgenstraling (zie figuur A ).

  5. De buisspanning van een röntgentoestel staat ingesteld op 90 kV. Hoeveel mm gips is nodig om de intensiteit van de röntgenbundel met een factor 50 te verminderen?
    1. 100 mm
    2. 120 mm
    3. 150 mm
    4. 190 mm

    Het hand-held röntgentoestel voor niet-destructief materiaalonderzoek staat ingesteld op een buisspanning van 50 kV. Tijdens het onderzoek draagt de radiologisch technicus een loodschort met een dikte van 0,25 mm loodequivalent, waardoor de equivalente dosis van de organen achter het loodschort verlaagd wordt met de transmissiefactor van het schort. Gebruik bij de beantwoording van de volgende vraag de transmissie van lood voor röntgenstraling (zie figuur B ).

  6. Hoe groot is de transmissie van de muur
    1. 0,0002
    2. 0,006
    3. 0,035
    4. 0,1
  7. Vul de zin correct aan: Bescherming tegen röntgenstraling is over het algemeen vrij eenvoudig omdat...
    1. de indringdiepte van röntgenstraling in het menselijk lichaam zeer klein is
    2. de stralingsweegfactor wR van röntgenstraling erg klein is
    3. het dosistempo van een röntgentoestel altijd zeer klein is
    4. röntgenstraling meestal met een dun laagje lood kan worden afgeschermd
  8. Vul de zin correct aan: Als men de buisspanning verlaagt terwijl de overige instellingen van het röntgentoestel niet veranderen, dan zal...
    1. de energie van de karakteristieke röntgenstraling afnemen
    2. de energie van de karakteristieke röntgenstraling gelijk blijven
    3. de energie van de karakteristieke röntgenstraling toenemen
    4. de stralingsopbrengst van de röntgenbuis gelijk blijven

    De halveringsdikte is de hoeveelheid materiaal die het dosistempo halveert.

  9. Welke eigenschap geldt voor de straling die door een röntgentoestel wordt opgewekt?
    1. de halveringsdikte van de primaire bundel is groter dan de halveringsdikte van de verstrooide bundel
    2. de halveringsdikte van de primaire bundel is kleiner dan de halveringsdikte van de verstrooide bundel
    3. de halveringsdikte wordt groter als de belichtingsduur toeneemt
    4. de halveringsdikte wordt kleiner als de belichtingsduur toeneemt
  10. Als de overige instellingen onveranderd blijven, bij welke combinatie van buisstroom en belichtingstijd levert een röntgentoestel dan de grootste stralingsopbrengst?
    1. 4 mA gedurende 0,4 seconde
    2. 5 mA gedurende 0,3 seconde
    3. 6 mA gedurende 0,2 seconde
    4. 7 mA gedurende 0,1 seconde

    In een orgaan met een massa van 100 gram wordt door röntgenstraling een energie van 2 joule afgegeven.

  11. Hoe groot is de geabsorbeerde dosis in dat orgaan?
    1. 0,02 Gy
    2. 0,05 Gy
    3. 20 Gy
    4. 50 Gy
  12. Vul de zin correct aan: De weefselweegfactor wT wordt gebruikt voor de omrekening van...
    1. alleen equivalente dosis naar effectieve dosis
    2. alleen geabsorbeerde dosis naar equivalente dosis
    3. noch equivalente dosis naar effectieve dosis noch geabsorbeerde dosis naar equivalente dosis
    4. zowel equivalente dosis naar effectieve dosis als geabsorbeerde dosis naar equivalente dosis

    Tijdens het bevolkingsonderzoek borstkanker onder vrouwen ontvangt één van beide borsten een equivalente dosis van 0,7 mSv. De weefselweegfactor voor borstweefsel is wborst = 0,12.

  13. Hoe groot is de bijdrage van deze blootstelling aan de effectieve dosis die de vrouw ontvangt?
    1. 0,042 mSv
    2. 0,084 mSv
    3. 0,7 mSv
    4. 5,8 mSv

    De stralingsdosis afkomstig van natuurlijke bronnen wordt in Nederland voor bijna de helft veroorzaakt door één enkele soort bron.

  14. Welk soort stralingsbron is dat?
    1. bodem
    2. kosmische straling
    3. radon
    4. voedsel
  15. Waarvan hang de precieze werking van een ionisatiedetector vooral van af?
    1. de afmeting van de detector
    2. de druk van het telgas
    3. de samenstelling van het telgas
    4. de spanning tussen anode en kathode
  16. Wat wordt er bedoeld met "contrast van de foto" ?
    1. de gemiddelde helderheid van de foto
    2. de grootste grijswaarde van de foto
    3. de kleinste grijswaarde van de foto
    4. het verschil in grijswaarden van lichte en donkere delen van de foto
  17. Vul de zin correct aan: Een kleine grijswaarde betekent dat...
    1. de foto een grote gemiddelde helderheid heeft
    2. de huiddosis wordt lager
    3. het verschil in helderheid van lichte en donkere delen van de foto groot is
    4. het verschil in helderheid van lichte en donkere delen van de foto klein is
  18. In welk weefsel zijn cellen het meest gevoelig voor ioniserende straling?
    1. weefsel dat de meeste straling ontvangt
    2. weefsel dat in de buikholte gelegen is
    3. weefsel waarvan de cellen niet meer delen
    4. weefsel waarvan de cellen snel delen
  19. Voor welk effect van ioniserende straling is de kans van optreden niet evenredig met de dosis?
    1. een genetisch effect
    2. een kansgebonden effect
    3. een weefselreactie
    4. leukemie
  20. Welke aandoening kan als een kansgebonden effect ten gevolge van ioniserende straling worden aangemerkt?
    1. leukemie
    2. permanente steriliteit
    3. tijdelijke steriliteit
    4. vermindering van het aantal witte bloedlichaampjes

    Een ongeboren vrucht ontvangt gedurende de eerste tien dagen na de conceptie een geabsorbeerde dosis van 0,5 Gy.

  21. Wat is het mogelijke gevolg van deze bestraling voor het kind?
    1. een tumor in het latere leven
    2. misvorming van een orgaan
    3. sterfte kort na de geboorte
    4. sterfte voor de geboorte
  22. Hoe groot is het overlijdensrisico ten gevolge van kansgebonden effecten na blootstelling aan ioniserende straling?
    1. ongeveer 0,01 per sievert
    2. ongeveer 0,02 per sievert
    3. ongeveer 0,05 per sievert
    4. ongeveer 0,10 per sievert
  23. Wat houdt het ALARA-principe in?
    1. alle alternatieve mogelijkheden waarbij geen straling wordt toegepast genieten zonder meer de voorkeur
    2. de resulterende stralingsdosis moet zo laag als redelijkerwijs mogelijk worden gehouden
    3. de toepassing moet gerechtvaardigd zijn, dat wil zeggen dat de resultaten nuttig zijn en opwegen tegen de nadelen
    4. er mogen geen dosislimieten worden overschreden
  24. Welke is volgens het Besluit Basisveiligheidsnormen Stralingsbescherming de jaarlimiet voor de effectieve dosis van een blootgestelde werknemer categorie A?
    1. 100 μSv
    2. 2 mSv
    3. 20 mSv
    4. 50 mSv
  25. Welke is volgens het Besluit Basisveiligheidsnormen Stralingsbescherming de jaarlimiet voor de equivalente dosis op de ooglens van een blootgestelde werknemer categorie A?
    1. 20 mSv
    2. 50 mSv
    3. 150 mSv
    4. 500 mSv
  26. Moet een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) altijd worden uitgevoerd door de toezichthouder stralingsbescherming?
    1. ja
    2. nee, dit mag alleen door een geregistreerd stralingsbeschermingsdeskundige worden gedaan
    3. nee, dit mag alleen door stralingsbeschermingsdeskundigen worden gedaan
    4. nee, dit mag in beginsel door iedereen worden gedaan

    In de ANVS Verordening Basisveiligheidsnormen Stralingsbescherming wordt een speciaal waarschuwingsteken beschreven (zie figuur ).

  27. Op welk toestel moet deze waarschuwingssignalering worden aangebracht?
    1. een bagagescanner
    2. een transmissie-elektronenmicroscoop
    3. noch een bagagescanner noch een transmissie-elektronenmicroscoop
    4. zowel een bagagescanner als een transmissie-elektronenmicroscoop
  28. Vul de zin correct aan: Een CT-scanner...
    1. is in het gebruik niet aan beperkingen onderworpen
    2. is vergunningplichtig
    3. mag zonder deskundig toezicht worden gebruikt
    4. moet bij de ANVS worden geregistreerd

    Beschouw de volgende twee instructies aan nieuwe werknemers:
    Instructie I: Het inwijden in de huisregels.
    Instructie II: Het inwijden in de schriftelijke protocollen.

  29. Welke instructie hoort wel en welke niet tot het takenpakket van de toezichthouder stralingsbescherming?
    1. instructie I en instructie II horen beide tot het takenpakket
    2. instructie I en instructie II horen geen van beide tot het takenpakket
    3. instructie I hoort niet, maar instructie II hoort wel tot het takenpakket
    4. instructie I hoort wel, maar instructie II hoort niet tot het takenpakket

    De buisspanning van het röntgentoestel is ingesteld op 70 kV. De onderhoudsmonteur vervangt het bestaande filter van 2 mm aluminium door een filter van 3 mm aluminium. De equivalente intreedosis met het oude filter was 1 mSv. Maak bij de beantwoording van de volgende vraag gebruik van de gegevens in figuur C .

  30. Hoe hoog is de equivalente intreedosis met het nieuwe filter?
    1. ongeveer 0,3 mSv
    2. ongeveer 0,7 mSv
    3. ongeveer 1,1 mSv
    4. ongeveer 1,5 mSv
    Bij de beantwoording van de vragen 31 en 32 moet de volledige berekening worden bijgevoegd. Geef duidelijk aan via welke berekeningsmethode en/of volgens welke beredenering u tot de oplossing komt. Vermeld altijd de gebruikte grootheden en eenheden.

    Gegevens bij vraag 31

    buisspanning 110 kV
    filter 3 mm aluminium
    opbrengst buis zie figure C
    anodestroom 6 mA
    belichtingstijd 0,3 seconde
    afstand focus - huid 50 cm
    Tijdens onderhoud aan het röntgentoestel houdt de onderhoudsmonteur ongewild zijn hand in de directe bundel.

  31. Bereken de equivalente huiddosis.
    (maximaal 4 punten)


    Gegevens bij vraag 32

    buisspanning 50 kV
    filter 2 mm aluminium
    opbrengst buis zie figure C
    anodestroom 0,005 mA
    belichtingstijd 25 seconde
    afstand focus - huid 5 cm
    aantal controles 30 per dag
    aantal werkdagen 200 per jaar
    De eindcontrole van een legering wordt uitgevoerd met behulp van een hand-held röntgentoestel. De werknemer heeft de gewoonte om het product tijdens die controles in zijn hand vast te houden, zodat telkens grote delen van de huid worden blootsgesteld aan de directe bundel.

    1. Bereken de equivalente huiddosis per controlemeting.
    2. Bereken de jaarlijkse equivalente huiddosis.
    (maximaal 6 punten)
Laatst gewijzigd:23 december 2025 16:13
View this page in: English