Bomen op je bedrijf: bescherming tegen weersextremen én een extra inkomstenbron
Extreme weersomstandigheden vormen een steeds groter punt van zorg voor de landbouw. Droogte en hitte kunnen de opbrengsten verlagen en het vee extra belasten, terwijl hevige regenval, stormen en overstromingen gewassen kunnen beschadigen en bedrijfsprocessen kunnen verstoren. Boeren hebben altijd moeten omgaan met wisselvallig weer, maar een veranderend klimaat kan de onvoorspelbaarheid nog verder vergroten.
In Nederland zijn deze uitdagingen vaak extra complex. Een bedrijf kan in een droge zomer te maken krijgen met droogte en watertekort, gevolgd door perioden van intense regenval en wateroverlast. De risico’s verschillen ook per regio en landschap: zandgronden in Brabant zijn kwetsbaarder voor droogte, terwijl open landbouwlandschappen, zoals die in Zeeland, sterker worden blootgesteld aan harde wind. In kustgebieden is verzilting een andere opkomende zorg.
Dit roept een praktische vraag op: kunnen landbouwbedrijven zo worden ingericht dat ze niet alleen produceren, maar ook beter bestand zijn tegen klimaatschokken?

Meer dan een windscherm
De integratie van bomen en struiken in landbouwsystemen is één van de benaderingen die kan bijdragen aan deze veerkracht. Bomen nemen klimaatrisico’s niet weg en zijn niet overal geschikt. Maar als ze zorgvuldig worden ontworpen en beheerd, kunnen ze verschillende preventieve functies vervullen die de landbouwproductie ondersteunen.
Eén van de meest gevestigde functies van bomen en heggen is bescherming tegen wind. Strategisch geplaatste windsingels kunnen de windsnelheid over de percelen verlagen, wat helpt om windschade, gewasverdamping en bodemerosie te beperken. Bomen kunnen ook bescherming en beschutting bieden aan vee: schaduw zorgt voor comfortabelere omstandigheden voor dieren tijdens warm weer. Ook voor waterbeheer kunnen bomen een belangrijke rol spelen, omdat de wortelstelsels van meerjarige vegetatie de manier waarop water zich door het landschap beweegt beïnvloeden.
Naast deze fysieke functies kunnen heggen, bomenrijen en perceelsranden zorgen voor een gevarieerder rantsoen voor rundvee en voor leefgebied voor nuttige insecten en andere dieren. Ook vergroten ze de productiediversificatie van het bedrijf, waardoor ze meerdere functies tegelijk vervullen.
Wat betekent dit in de praktijk?
De mogelijke voordelen van het combineren van bomen en struiken met landbouw worden steeds vaker erkend, maar het in de praktijk brengen van dit concept is niet altijd eenvoudig.
Nederlandse landbouwbedrijven bevinden zich in zeer uiteenlopende landschappen, waardoor er geen ontwerp bestaat dat overal werkt. Een bomenrij kan op een akkerbouwbedrijf helpen om gewassen te beschermen tegen harde wind, terwijl op een melkveebedrijf een paar goed geplaatste bomen nuttiger kunnen zijn om schaduw te bieden aan grazend vee. De locatie en het ontwerp van bomen moeten daarnaast passen bij het karakter van het gebied.
Niet alleen het landschap is ingewikkeld, maar ook het regelgevende kader en het landgebruik waarbinnen Nederlandse boeren opereren. Het planten van bomen op landbouwgrond kan vragen oproepen over de registratie van percelen, landschapsbescherming, toekomstig landgebruik en daarmee mogelijke veranderingen in de grondwaarde. Zo kunnen onder het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) het aantal bomen en de manier waarop ze zijn geplaatst van invloed zijn op hoe een perceel moet worden geregistreerd en of het in aanmerking blijft komen voor bepaalde landbouwsubsidies.
Daarnaast speelt het praktische ontwerp van het systeem een rol. Bomenrijen moeten passen bij machines, werkzaamheden op het land en logistiek. Een slecht geplaatste bomenrij kan een flinke belemmering voor de bedrijfsvoering worden. Er zijn ook extra uitdagingen rond oogst, verwerking en toegang tot markten voor aanvullende producten die het systeem oplevert. Wie hiervoor kiest, heeft dan ook meer nodig dan een beplantingsplan: het vraagt om een afweging van het bedrijfsplan als geheel.
Door bomen te combineren met gewassen of vee kan de efficiëntie van het landgebruik toenemen.
Om deze onzekerheden weg te nemen is er groeiende belangstelling voor het ontwikkelen van schaalbare verdienmodellen waarin bomen en struiken niet alleen bijdragen aan veerkracht en milieuvoordelen, maar ook aan het inkomen van het bedrijf. Een voorbeeld is de toenemende interesse in notenbomen als onderdeel van productieve agroforestrysystemen nu boeren op zoek zijn naar manieren om hun inkomen te diversifiëren. De mogelijkheden gaan echter verder dan notenbomen. Afhankelijk van het bedrijf en de doelstellingen kan agroforestry verschillende economische kansen bieden. Door bomen te combineren met gewassen of vee kan de efficiëntie van het landgebruik toenemen. Dat voordeel kan worden beoordeeld met de Land Equivalent Ratio (LER), die de productiviteit van gecombineerde en afzonderlijke productiesystemen met elkaar vergelijkt.
Voorbeelden van mogelijke voordelen zijn extra inkomsten uit hout of biomassa en lagere voerkosten door het gebruik van boomvoer voor vee.
Naast de productie kunnen boeren hun bedrijf op verschillende manieren diversifiëren. Ze kunnen bijvoorbeeld op het bedrijf zelf verwerkingsactiviteiten ontwikkelen, zoals het verwerken van boomproducten tot brandhout of houtsnippers, fruit, noten of andere bedrijfsproducten rechtstreeks verkopen aan lokale consumenten. Of een boer kan samenwerkingen aangaan met lokale voedingsbedrijven, biomassaleveranciers of andere boeren om nieuwe markten te ontwikkelen en middelen te delen.

Vooruitblikken
Nu klimaatonvoorspelbaarheid steeds meer onderdeel wordt van het dagelijkse bedrijfsmanagement, kan het integreren van bomen in landbouwsystemen een strategie bieden om klimaatrisico’s te beperken en tegelijkertijd extra en gevarieerde inkomstenbronnen voor boeren te creëren.
Een bomenrij kan potentieel tegelijkertijd een windscherm, een bron van schaduw, een leefgebied, een voederbron en een toekomstige productstroom zijn.
De uitdaging voor de volgende generatie landbouwlandschappen is wellicht om bedrijven zo te ontwerpen dat bomen, gewassen, vee en landschapselementen samenwerken in plaats van simpelweg te concurreren om ruimte.
Het integreren van bomen moet niet worden gezien als een ‘one-size-fits-all-oplossing’. De focus zou in plaats daarvan moeten liggen op het vaststellen waar bomen op elk bedrijf de meeste voordelen kunnen bieden en hoe die voordelen kunnen worden gecombineerd met een dynamisch verdienmodel. Met het juiste ontwerp kunnen benaderingen zoals agroforestry een praktisch hulpmiddel worden om Nederlandse landbouwbedrijven voor te bereiden op toekomstige weersextremen en tegelijkertijd hun veerkracht op de lange termijn te versterken.
Bij CDLT erkennen we dat boeren antwoord nodig hebben op praktische vragen voordat ze deze keuze maken: welke bomen passen bij mijn bedrijf, welke voordelen kan ik verwachten, welke regels gelden er en blijft het systeem op de lange termijn economisch rendabel? Het beantwoorden van deze vragen is essentieel om het potentieel van bomen om te zetten in werkbare oplossingen voor boeren.
Dit artikel is geschreven door Yuri Gelao, praktijkonderzoeker bij CDLT en specialist in agroforestryketens.