Skip to ContentSkip to Navigation
founded in 1614  -  top 100 university
Over ons Campus Fryslân Research Centrum voor Duurzame Landbouw Transitie

Tussen druk en perspectief: bouwen aan een toekomstbestendige landbouw

29 april 2026

De transitie naar een duurzame landbouw vraagt om krachtenbundeling. ELAN is een van de partijen die, net als het CDLT, werkt aan een toekomstbestendige sector. Want één ding is zeker: deze opgave lossen we niet alleen op.

In Friesland werken boeren, bestuurders en gebiedsorganisaties samen binnen ELAN, een collectief voor agrarisch natuurbeheer. Vanuit die rol spreken secretaris Wout van Vulpen en voorzitter Grytsje van der Sluis dagelijks met boeren over de praktijk, beleid en de toekomst van de sector. Die praktijk is weerbarstig. Boeren willen vooruit, maar bewegen in een systeem dat schuurt. Regels stapelen zich op, doelen botsen en een duidelijke koers ontbreekt. Wat betekent dat voor het ondernemerschap op het erf? En wat is er nodig om duurzame landbouw écht mogelijk te maken? In dit gesprek delen zij hun ervaringen, zorgen en perspectieven op verandering.

Zoekend naar balans in een complex systeem

De landbouw staat voor grote opgaven. Van stikstof en biodiversiteit tot waterkwaliteit en klimaat: de lijst met doelen is lang. Toch zit het grootste knelpunt volgens ELAN niet in het gebrek aan oplossingen, maar in de complexiteit van het systeem zelf. Er is niet één probleem, en dus ook niet één oplossing. Boeren verschillen onderling sterk, en dat geldt ook voor de uitdagingen waar zij voor staan. Oplossingsrichtingen zoals kringlooplandbouw of natuurinclusief werken zijn waardevol, maar brengen ook nieuwe vragen met zich mee. Want wanneer is iets daadwerkelijk duurzaam? En wat betekent ‘natuurinclusief’ in de praktijk? Wat volgens ELAN steeds duidelijker wordt, is het belang van grondgebondenheid. Bedrijven die hun productie kunnen verbinden aan hun eigen grond, hebben meer mogelijkheden om te sturen. Zodra die koppeling ontbreekt, ontstaan afhankelijkheden – bijvoorbeeld rondom voer en mest – die het ondernemerschap beperken. Tegelijkertijd laat de praktijk zien dat juist die grondgebondenheid onder druk staat.

Ook op mondiaal niveau speelt complexiteit een rol. Internationale markten en verschillen in regelgeving zorgen voor een ongelijk speelveld. Boeren opereren binnen steeds strengere kaders, terwijl dat niet overal ter wereld het geval is. “Wij houden ons aan steeds meer regels, terwijl andere partijen dat niet doen,” klinkt het. Dat maakt de discussie over duurzaamheid niet alleen lokaal, maar ook internationaal ingewikkeld.

Waar boeren vroeger vooral werden beoordeeld op hun vakmanschap, draait het werk vandaag de dag in hoge mate om regelgeving. Deadlines, normen en administratieve verplichtingen bepalen de speelruimte. De sector is terechtgekomen in een wirwar van regels waarin boeren moeilijk hun weg vinden. Die stapeling van beleid leidt bovendien tot tegenstrijdigheden. Instrumenten zoals kritische prestatie-indicatoren laten zien dat doelen niet altijd samen te behalen zijn. Wie op het ene vlak goed scoort, levert vaak in op een ander vlak. De realiteit is dat niet alles tegelijk kan.

Daar komt bij dat beleid regelmatig verandert. Nieuwe kabinetten zetten andere lijnen uit, waardoor langeretermijn keuzes onzeker worden. Voor boeren, die investeren in jaren en soms generaties, is dat een fundamenteel probleem. “Vertel ons wat we moeten doen, en dan doen we dat – maar verander niet steeds de spelregels,” is een geluid dat ELAN veel terug hoort in de praktijk. Het resultaat is terughoudendheid en een groeiend wantrouwen richting de overheid. De gevolgen van dit systeem worden zichtbaar op het erf. Boeren maken keuzes die niet altijd aansluiten bij hun eigen visie, maar wel noodzakelijk zijn om economisch te blijven draaien. Een voorbeeld is de omgang met mest en grondgebruik. Door hoge kosten en beperkingen zoeken ondernemers naar alternatieven, zoals het tijdelijk inzetten van land voor akkerbouw. Dat kan praktisch werken, maar staat soms haaks op doelen rond weidegang, bodemkwaliteit en biodiversiteit. In de praktijk betekent dit dat boeren keuzes maken die ze eigenlijk niet willen, maar die nodig zijn om het bedrijf overeind te houden. Ook op beleidsniveau ontstaan daardoor onbedoelde effecten. Wanneer melkveehouderijen verdwijnen en grasland wordt omgezet naar akkerbouw, heeft dat gevolgen voor waterkwaliteit en CO₂-opslag. Daarmee dreigt beleid soms het tegenovergestelde te bereiken van wat het beoogt.

Ontbrekende gebiedsvisie

Terugkerend punt is het ontbreken van een duidelijke gebiedsvisie. In regio’s rond Natura 2000-gebieden verdwijnen bedrijven, maar blijft de vraag open wat ervoor in de plaats moet komen. Wordt het natuur, landbouw, recreatie of woningbouw? Zonder heldere keuzes ontstaat versnippering en onzekerheid. Grond komt vrij en wordt vaak opgekocht door partijen die wel kunnen investeren, wat schaalvergroting verder aanjaagt. Tegelijkertijd is dat niet per se de richting die beleidsmatig wordt nagestreefd. Volgens ELAN vraagt dit om meer regie: duidelijke kaders en consistente keuzes over wat er met een gebied moet gebeuren. Nu voelt het voor veel boeren alsof veranderingen hen overkomen, in plaats van dat zij onderdeel zijn van een doordachte koers.
Om duurzame landbouw mogelijk te maken, is een bredere benadering nodig. Niet alleen ecologische doelen moeten centraal staan, maar ook economische haalbaarheid en sociale impact. Dat betekent dat er gewerkt moet worden aan een verdienmodel dat verder gaat dan productie alleen. Nevenactiviteiten zoals recreatie of zorg kunnen bijdragen aan een toekomstbestendig bedrijf, mits daar ruimte voor wordt geboden. Tegelijkertijd mag de verantwoordelijkheid voor verduurzaming niet volledig bij de boer worden gelegd. Het vraagt om een gezamenlijke inspanning van overheid, markt en samenleving.

De kracht van kennisdeling en samenwerking

De meest hoopvolle ontwikkelingen liggen volgens ELAN in initiatieven van onderaf. Boeren beschikken over veel kennis en ervaring, maar die kennis wordt nog onvoldoende gedeeld. Studiegroepen, praktijknetwerken en ‘living labs’ bieden mogelijkheden om daar verandering in te brengen. In zulke omgevingen leren boeren van elkaar, experimenteren ze en passen ze inzichten direct toe op hun eigen bedrijf. Het succes zit niet alleen in de inhoud, maar ook in het sociale aspect: elkaar ontmoeten, ervaringen delen en samen werken aan verbetering. Verandering werkt het beste wanneer die van onderaf komt. Wanneer boeren zelf onderdeel zijn van de oplossing, ontstaat er draagvlak en beweging. Niet omdat het moet, maar omdat het werkt en meerwaarde biedt in de praktijk.

Tot slot speelt de boer een belangrijke rol in de bredere plattelandsgemeenschap. Boeren dragen bij aan de leefbaarheid, sociale cohesie en voorzieningen in dorpen. Wanneer bedrijven verdwijnen, heeft dat gevolgen die verder gaan dan landbouw alleen. De landbouw staat daarmee op een kruispunt. De bereidheid om te veranderen is aanwezig, maar wordt geremd door onduidelijkheid en tegenstrijdige prikkels. Wat nodig is, is richting: heldere doelen, consistente keuzes en ruimte voor maatwerk. Met meer regie, vertrouwen en samenwerking kan een landbouwsysteem ontstaan dat niet alleen duurzaam is op papier, maar ook werkt in de praktijk. Een systeem waarin boeren weer kunnen bouwen aan hun toekomst, in plaats van voortdurend te moeten bijsturen.

Vanuit het CDLT geloven we dat de sleutel ligt in verbinding: tussen wetenschap en praktijk, en tussen partijen onderling. Alleen door samen te leren en te sturen op samenhang ontstaat een landbouw die écht toekomstbestendig is. Dit artikel is tot stand gekomen met behulp van collectief ELAN.

Laatst gewijzigd:29 april 2026 09:46
Deel dit Facebook LinkedIn
View this page in: English