Skip to ContentSkip to Navigation
founded in 1614  -  top 100 university
Over ons Actueel Nieuws

Opinie | Laat de overheid lokaler én protectionistischer aanbesteden

01 juni 2026
Willem Janssen

De Europese Commissie werkt aan een herziening van de aanbestedingsrichtlijnen. Eind juni 2026 worden de voorstellen voor de aanpassingen verwacht uit Brussel. De huidige regels, die Nederlandse overheden die op de markt diensten, leveringen en werken inkopen moeten volgen, stammen uit 2014. Willem Janssen, bijzonder hoogleraar Aanbestedingsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en hoofddocent aan de Universiteit Utrecht pleit voor een aantal radicale veranderingen die ervoor zorgen dat overheden duurzamer én strategischer kunnen aanbesteden. Regels zijn nuttig, maar dienen ze nog wel het juiste doel? Volgens Janssen schieten de regels op sommige plekken te kort, en zijn ze op andere vlakken veel te rigide.
Opgetekend door Marrit Wouda, Corporate Communicatie RUG

Vrijblijvendheid van maatschappelijke doelen

‘Sinds de jaren ‘70 hebben we in Nederland en Europa regels over aanbestedingen. Immers, het gaat om overheden die publiek geld uitgeven. Niet onverstandig om verplichtingen te hebben over hoe dat moet. Het uitgangspunt is dat opdrachten gelijk en transparant verdeeld worden. De praktijk keek echter lange tijd naar aanbesteden als manier om goedkoop in te kopen. Inmiddels zijn we er achter dat goedkoop vaak duurkoop is, en dat je ook ándere belangen kunt dienen met je inkoopbeleid.

Bijvoorbeeld: als je de A2 wilt verbreden, kun je circulaire materialen inkopen of langdurig werklozen inzetten zodat zij weer kunnen integreren in de arbeidsmarkt. Daarmee kun je twee vliegen in één klap slaan. Je aankoop dient zo niet alleen het primaire doel (de A2 verbreden) maar ook een secundair, maatschappelijk doel. Bij het ontwikkelen van de regels van 2014 is er daarom meer ruimte gekomen om groener en socialer te kunnen inkopen. Maar wat blijkt? Daar wordt veel te weinig gebruik van gemaakt, omdat de regels vrij maar niet dwingend zijn.’

Rigide regels

‘Waar er op het ene vlak vrijheid is, zijn de aanbestedingsregels tegelijkertijd ook erg rigide. Het kader is gericht op gelijkheid, maar het gevolg is dat we heel rigide kijken naar hoe we het concurrentieproces inrichten. Daarmee verspillen we publiek geld. Neem het herstellen van fouten in de inschrijving, daar zouden we flexibeler in moeten zijn. Ook is de praktijk vaak dat iedere vier jaar weer opnieuw wordt aanbesteed. Ik denk dat we veel meer hebben aan lang termijn samenwerking, want dan komen we tot innovaties waar we naar op zoek zijn

Een ander voorbeeld is dat het niet mogelijk is om lokaal in te kopen. Om een interne markt te bevorderen is het idee dat je vanuit Duitsland moet kunnen inschrijven op een aanbesteding, en vice versa. Als je zegt dat je lokaal wilt aanbesteden discrimineer je andere Nederlandse partijen, maar ook die partijen in Duitsland. En dat mag niet. Terwijl dat duurzaamheid of de lokale economie wel kan dienen. De regels zijn streng, en daarmee schieten we ons doel voorbij.’

Onafhankelijk én duurzaam

‘Er moet ook meer ruimte komen om strategisch handelsbeleid te voeren. Om te zeggen: we kopen dit Europees in. Door een veranderend wereldtoneel worden we steeds meer gedwongen om na te denken of we nog wel afhankelijk willen zijn van buitenlandse bedrijven bij essentiële publieke taken. Protectionisme is geen vies woord meer. Maar waar ik me zorgen over maak, is dat door die strategische handelsfocus de gedachte over duurzaam inkopen steeds meer op de achtergrond komt te staan.

De Industry Accelerator Act, een recent wetsvoorstel van de Europese Commissie, is een mooi voorbeeld, van hoe het wel moet. Deze combineert klimaatvereisten met strategische autonomievereisten voor aanbestedingen. Dus als je als overheid aluminium wilt inkopen, moet dat uit Europa komen, maar moet het ook aan bepaalde duurzaamheidseisen voldoen. Onafhankelijk én duurzaam, precies de koers die we moeten varen.’

Meer regels, minder rigide

‘Hoe lossen we dat op? Het antwoord is nu echt: meer regels, maar minder rigide. Jarenlang is er meer gepleit voor meer marktwerking en ruimte: ‘laat ons vrij, dan gaan we groener en socialer inkopen,’ zeiden overheden. Maar groen en sociaal is nog steeds niet de norm is geworden. We hebben dus de ene regelgevende aanpak geprobeerd (vrijlaten), daarom mogen we nu wel wat dwingender worden. Door de minimum standaarden te verhogen, kunnen overheden echt ambitieuzer inkoopbeleid gaan voeren. Standaarden halen de ambiguïteit weg, en dat is heel nuttig: vergelijk het met een kind wat soms gewoon duidelijkheid nodig heeft. Natuurlijk, meer regels klinkt eng, maar zelfs marktpartijen geven in de evaluatie van de aanbestedingsregels aan overheden niet ambitieus genoeg uitvragen op het gebied van duurzaamheid en dat het wel een onsje meer mag.’

Meer informatie

Laatst gewijzigd:01 juni 2026 09:27
View this page in: English