Wetenschap Werkt | Nieuwe manier van trainen beschermt kruisbanden
De wetenschap draagt dag in, dag uit bij aan oplossingen voor uiteenlopende maatschappelijke problemen. Van nieuwe medicijnen tot slimme oplossingen voor de landbouw; ons onderzoek helpt de maatschappij vooruit. Dit is echter niet altijd meteen zichtbaar. In de rubriek Wetenschap Werkt, delen we daarom verhalen die gaan over concrete innovaties, producten en ideeën om te laten zien dat wetenschap werkt!
Tekst: Jaap Ploeger, Corporate Communication UG
Bij bal-teamsporten, zoals voetbal, waar spelers snel van richting veranderen en onverwachte bewegingen maken, speelt de voorste kruisband een grote rol in het stabiel houden van de knie. Wanneer de voorste kruisband scheurt, heeft dat grote impact. Of er nu gekozen wordt voor een operatie of niet: het is niet raar om een jaar uit de running te zijn. En niet alleen in topsport, maar ook heel basale dingen zoals traplopen, je kind optillen en een sprintje trekken naar de bus worden beïnvloed. Universitair docent bij de faculteit Medische Wetenschappen/UMCG Anne Benjaminse doet onderzoek naar de factoren die invloed hebben op het scheuren van de voorste kruisband én ontwikkelt in samenwerking met de KNVB en FC Groningen een programma om problemen te voorkomen.

Knikkende knieën
Wat opvalt is dat vooral vrouwen en meisjes een groter risico hebben op kruisband letsel. Dat lijkt op het eerste oog misschien vreemd: hoewel er fysieke verschillen zijn tussen mannen en vrouwen, zitten hun knieën niet anders in elkaar. ‘Het is inderdaad niet zo dat de voorste kruisband echt anders in elkaar zit, maar we zien wel verschillen tussen jongens en meiden,’ vertelt Benjaminse. Het verschil zit ‘m niet zo zeer in spierkracht of -massa, maar bijvoorbeeld meer in de motorische aansturing. Zo ziet Benjaminse dat meiden vaak wat stugger bewegen, stugger landen, waarbij de knie naar binnen knikt. ‘Bij pubermeisjes die midden in een groeispurt zitten, zie je vaak lange ledematen en nog wat onwennige bewegingen’, vertelt Benjaminse. ‘En dan moet je toch maar weer leren omgaan met zo'n lichaam dat nieuw voor je is.’
Met je kop er bij
Maar: puberjongens hebben ook flinke groeispurten, dus er zijn ook andere factoren. Dat klopt, zegt Benjaminse. Er zijn ook belangrijke cognitieve en psychologische factoren. Zo zijn er verschillen in hoe meiden en jongens reageren op stress. ‘Wanneer je niet goed in je vel zit, door slechte cijfers, gedoe met vriendinnen, de tijd van de maand, heeft dat allemaal invloed op hoe goed je presteert,’ vertelt Benjaminse. ‘In een sport als voetbal moet je voortdurend op acties van anderen anticiperen en reageren. Als je er met je hoofd niet helemaal bij bent, heeft dat behoorlijk invloed hoe je je lichaam aan kan sturen, met eventuele blessures tot gevolg.’
Dynamische oefeningen
De inzichten die Benjaminse heeft vergaard helpen haar een oefenprogramma voor voetballers te maken dat dit letsel wellicht kan voorkomen. ‘Er lag al wel een programma, maar de inhoud kan veel beter.’ Benjaminse betrekt trainers en coaches bij haar programma en zorgt dat de inhoud specifiek, uitdagend en leuk is zodat de sporters het programma ook écht gaan gebruiken. ‘In plaats van meer basale oefeningen met squats en lunges die vooral kracht en conditie trainen, gebruiken we meer dynamische oefeningen in twee- of drietallen die de onvoorspelbaarheid van het voetbalveld meer meenemen,’ legt Benjaminse uit. ‘Vooral dat laatste pakt het cognitieve element meer mee, omdat je in een teamsport altijd om je heen moet blijven kijken, en het maakt het ook veel leuker.’
Beeldspraak helpt
Benjaminse kijkt ook naar de manier van coachen. ‘Van oudsher wordt er erg expliciet verteld hoe de sporters moeten bewegen. Een coach zal dus zeggen dat je goed je knieën moet buigen als je landt.’ Maar het gaat niet alleen om wat de sporters moeten doen, ook om hoe ze de beweging aanleren. Benjaminse: 'We hebben ontdekt dat meer impliciet leren, bijvoorbeeld met behulp van beeldspraak - alsof je op een stoel gaat zitten - veel beter beklijft.’
Nuttig voor iedereen
Het programma is nog niet af, maar Benjaminse verspreidt de kennis al wel, via publicaties en congressen. En dat slaat aan: zo zijn er al fysiotherapeuten die met haar benadering van impliciet leren aan de slag zijn gegaan, en hoort ze van trainers dat die hier en daar al met haar oefeningen werken. Ook werkt Benjaminse samen met de KNVB en FC Groningen om het programma in de praktijk te testen en verder te ontwikkelen. ‘De bedoeling is dat het opgenomen wordt in ‘Rinus’, de webtool voor trainers van de KNVB, zodat alle trainers het kunnen gaan gebruiken.’ Het hoeft ook niet bij voetbal te blijven: 'Ik werk nu met de KNVB, maar ook binnen andere sporten is dit heel nuttig’. Sterker nog: de benadering is ook buiten sport heel relevant, de inzichten laten zich bijvoorbeeld goed vertalen naar revalidatie en valpreventie voor ouderen. Voorkomen is tenslotte beter dan genezen.
Wil je meer weten over Wetenschap werkt? Bekijk dan de overzichtspagina voor alle edities.