Cognitive determinants of late life depression

Cognitieve determinanten van depressie op latere leeftijd
Depressie is een van de meest voorkomende psychiatrische aandoeningen bij ouderen en gaat vaak samen met een verminderd denkvermogen en daarmee vroegtijdige opname in het verpleeghuis of zelfs overlijden.
Astrid Lugtenburg heeft in haar promotieonderzoek onderzocht hoe depressie en verminderd denkvermogen met elkaar samenhangen. Niet alle ouderen met een depressie hebben last van een verminderd denkvermogen. Een studie onder 375 depressieve ouderen liet zien dat ongeveer de helft kampt met verminderd denkvermogen, waarbij een deel ook samengaat met lichamelijke veroudering. Juist deze groep bleek binnen zes jaar het grootste risico te lopen op overlijden, vergeleken met niet-depressieve leeftijdsgenoten.
Opvallend is ook dat het gebruik van medicijnen die het denkvermogen negatief kunnen beïnvloeden, zoals slaapmiddelen en bepaalde antidepressiva (met sederende of anticholinerge werking), bij negen van de tien depressieve ouderen voorkomt, hoewel het negatieve effect van deze medicijnen op het denkvermogen klein was in deze studie. Ook bleek het negatieve effect van depressie op het denkvermogen voor een klein deel verklaard door (toekomstige) vaatschade, bleek uit analyse van 83.613 deelnemers van de Lifelines-studie.
Deze resultaten benadrukken dat hoe depressie en verminderd denkvermogen samenhangen, kan verschillen tussen personen. Om dat verder te onderzoeken is ook iedere patiënt apart geanalyseerd. Hieruit bleek dat de factoren (zoals slaap en ernst van de depressie) die bijdragen aan verminderd denkvermogen per persoon verschillen.
Het is essentieel dat toekomstig onderzoek en behandeling zich meer richt op het individu, zodat iedere oudere de best passende behandeling krijgt en hopelijk daarmee kwaliteit van leven kan worden vergroot.