Where Play Comes Alive!

Kinderen in de stad: Hoe alledaagse ervaringen de sleutel zijn tot kindvriendelijke stedelijke planning
In dit proefschrift onderzoekt Soran Mansournia hoe de alledaagse ervaringen van kinderen in de stad zichtbaar kunnen worden gemaakt in stedelijk onderzoek en ruimtelijke planning.
De resultaten laten zien dat de plekken die kinderen waarderen vaak geen speciaal ontworpen speelruimtes zijn, maar gewone openbare ruimtes zoals straten, parken, waterkanten, bazaars en stadscentra. Niet alleen de aanwezigheid van voorzieningen is van belang, maar vooral of plekken toegankelijk zijn, ingebed zijn in het dagelijks leven, en sociale verbondenheid, spel, beweging en een gevoel van ergens bij horen ondersteunen. Het proefschrift laat zien dat de geleefde ervaringen van kinderen belangrijke kennis opleveren voor het begrijpen en verbeteren van kindvriendelijke steden.
Steden worden vaak beoordeeld aan de hand van door volwassenen bepaalde maatstaven, zoals speelplekken, groenvoorzieningen of vervoersinfrastructuur, terwijl de eigen kennis van kinderen over de plekken die zij gebruiken, waarderen en prettig vinden nog vaak onderbelicht blijft.
Om deze kloof te verkleinen, ontwikkelt en test dit proefschrift Playscape-mapper, een geospatiale methode die digitale cartografie combineert met verhalen en visueel materiaal van kinderen.Het onderzoek werd uitgevoerd met 1.480 kinderen in vijf steden in Rojhilatê Kurdistan (Iran), Nederland en Aotearoa Nieuw-Zeeland. In de eerste stap van de Playscape-mapper brachten kinderen hun omgevingservaringen in kaart op 5.920 plekken.
Op basis van deze gedigitaliseerde gegevens ontwikkelt het proefschrift twee ruimtelijke indicatoren — HAPiDAYS en SUBindex — om de kindvriendelijkheid van steden te beoordelen en om te vergelijken hoe de favoriete plekken van kinderen samenhangen met hun dagelijkse routines. In de tweede stap, gericht op geo-tagging en geo-storytelling, leverden kinderen 715 geografisch gekoppelde verhalen en visualisaties (foto’s en tekeningen) aan, waarin zij uitlegden waarom de door hen gemarkeerde plekken voor hen betekenisvol waren.