Skip to ContentSkip to Navigation
Rijksuniversiteit Groningenfounded in 1614  -  top 100 university
Over ons Actueel Evenementen Promoties

Proxies and patterns: the assessment of Human Assumed Central Sensitization

Are we ready for clinical practice?
Promotie:I. (Ingrid) Schuttert, MScWanneer:13 april 2026 Aanvang:14:30Promotor:prof. dr. A.P. (André) WolffCopromotor:dr. H. (Hans) TimmermanWaar:Academiegebouw RUGFaculteit:Medische Wetenschappen / UMCG
Proxies and patterns: the assessment of Human Assumed Central
Sensitization

Proxy's en patronen: de beoordeling van de veronderstelde centrale sensitisatie bij de mens

Dit proefschrift van Ingrid Schuttert richt zich op Human Assumed Central Sensitization (HACS) bij patiënten met chronische lage rugpijn (CLBP). HACS verwijst naar de veronderstelling dat centrale sensitisatie, een verhoogde gevoeligheid van het centrale zenuwstelsel, bij mensen aanwezig is op basis van ervaren klachten, klinische tekenen en herkenbare patronen. Omdat centrale sensitisatie niet rechtstreeks meetbaar is bij mensen, wordt gebruikgemaakt van indirecte meetmethoden zoals (pijn)gevoeligheidstesten (QST) en vragenlijsten, waaronder de Central Sensitization Inventory (CSI).

In dit proefschrift werd onderzocht welke definities en meetmethoden voor HACS worden gebruikt, hoe vaak HACS voorkomt bij CLBP, welke rol een selectieve zenuwwortelblokkade speelt wanneer een patiënt met CLBP ook uitstralende pijn naar het been heeft, en of er sekseverschillen bestaan. Uit een systematische review bleek dat veel verschillende definities en methoden worden gehanteerd, waardoor een uniforme beoordeling ontbreekt. Op basis hiervan werd een HACS-gradatiesysteem voorgesteld waarin meerdere meetinstrumenten worden gecombineerd.

De CSI werd opnieuw gevalideerd voor Nederlandse patiënten met chronische pijn, met een aanbevolen afkapwaarde van 30/100, maar met verschillende afkapwaarden voor vrouwen (33/100) en mannen (25/100). Vergelijking van patiënten met wel of niet uitstralende rugpijn liet zien dat sekse en het al dan niet aanwezig zijn van uitstralende pijn invloed hebben op de uitkomsten van HACS-metingen. Verder bleek dat het gebruik van één enkele proxy het risico op overschatting van HACS verhoogt en dat een combinatie van meetmethoden een vollediger beeld geeft.

De bevindingen onderstrepen het belang van een gestandaardiseerde beoordeling van HACS in patiënten met CLBP en dragen bij aan een beter onderbouwde manier om HACS beter vast te stellen. De aanwezigheid van HACS lijkt echter geen bepalende factor voor geschiktheid voor pijnbehandelingen zoals zenuwwortelblokkades.

View this page in: English