Skip to ContentSkip to Navigation
Maatschappij/bedrijvenWetenschapswinkelsTaal, Cultuur en CommunicatieAfgeronde projecten en publicaties

Meertaligheid op de Pabo

Bachelorscriptie taalwetenschappen voor verschillende Pabo's
Meertaligheid
Meertaligheid

Een kwart van de kinderen in het basisonderwijs is naar schatting meertalig. Dit betekent dat zij (bijna) dagelijks twee of meer talen spreken. Alhoewel de meertalige ontwikkeling in vele opzichten op de eentalige ontwikkeling lijkt, zijn er wel duidelijke verschillen. Het is van belang dat docenten van deze verschillen op de hoogte zijn, zodat zij meertalige kinderen goed kunnen onderwijzen. Marijke Laan deed daarom onderzoek naar kennis over meertaligheid onder Pabo-studenten. Ook keek ze wat de houding van de studenten ten opzichte van meertaligheid is. Een positieve houding is namelijk belangrijk voor de ontwikkeling van een kind.

Kennis over het belang van de moedertaal toegenomen

Marijke legde de studenten van vier verschillende Pabo's een test voor. Daarmee kon aan de hand van praktische situaties getest worden welke kennis over meertaligheid de studenten bezaten en hoe hun houding ten opzichte van meertaligheid was. Hun prestaties werden vergeleken met die van docenten uit eerder onderzoek. Met name de kennis over de stille periode en het belang van de moedertaal is nog niet voldoende, de meerderheid van de studenten weet daar niet genoeg vanaf.

Wanneer we de resultaten vergelijken met 2005 is er op één terrein wel vooruitgang te zien. Het gaat dan om het belang van de moedertaal. Voor een goede ontwikkeling van het Nederlands van meertalige kinderen, is ook een goede ontwikkeling van de andere taal (of talen) van belang. Wanneer beide talen gestimuleerd worden en zich goed ontwikkelen, dan kunnen deze talen elkaar namelijk versterken. In 2005 bleek dat veel docenten daar niet van op de hoogte zijn en in sommige gevallen ouders daarom ook verkeerde adviezen geven. Maar 21 % van de docenten beschikte over de juiste kennis over het belang van de moedertaal. In 2014 doen de Pabo-studenten het beter: 41% weet hoe het zit.

Studenten negatiever over opvoeden in het Drents dan in het Engels

De studenten hebben, net als de docenten in 2005, over het algemeen een positieve houding ten opzichte van meertaligheid. Opvallend is wel dat het uitmaakt om welke thuistaal het gaat. Zo is er maar 3% van de studenten negatief over een meertalige opvoeding wanneer het gaat om Nederlands en Engels. Als het gaat om Turks en Nederlands is 6% negatief en over Drents en Nederlands oordeelt 21% dat je dan kinderen maar beter eentalig kunt opvoeden. De status van een taal speelt voor de studenten dus een belangrijke rol.

Onderwijsaanbod en ervaring met meertaligheid lijken geen effect te hebben

Daarnaast probeerde Marijke Laan te achterhalen welke factoren invloed hebben op de hoeveelheid kennis over meertaligheid. Weet je meer over meertaligheid als je zelf meertalig bent of als er veel meertaligen in je omgeving aanwezig zijn? Dat kon met dit onderzoek niet aangetoond worden. Er bleken geen significante verschillen tussen deze twee groepen.

Ook het onderwijsaanbod op het gebied van meertaligheid op de Pabo's werd onder de loep genomen. Daaruit bleken grote verschillen. De ene Pabo besteedde weinig tot geen aandacht aan het onderwerp, de andere had het juist nadrukkelijk op het programma staan. Helaas kon er in dit onderzoek geen verband worden aangetoond tussen het onderwijsaanbod en de kennis over meertaligheid. Dit verdient nader onderzoek.

Meer weten? Download de volledige scriptie [PDF]!

Laatst gewijzigd:02 oktober 2015 22:45
printView this page in: English