Skip to ContentSkip to Navigation
Onderzoek DNPP Politieke partijen Democraten 66 (D66) Geschiedenis

D66 jaaroverzicht 1990

Uit: P. Lucardie, M. Nieboer en I. Noomen, ‘Kroniek 1990. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 1990’ in: G. Voerman (red.), Jaarboek 1990 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 1991), 14-57, aldaar 28-31.

Inleiding

Voor D66 was 1990 een zeer succesvol jaar. De gemeenteraadsverkiezingen verliepen voor de partij buitengewoon gunstig. De electorale vooruitgang en de ledenwinst riepen zelfs het probleem op hoe ervoor te zorgen dat organisatie en kadervorming gelijke tred hielden met deze groei. Een ander succes dat de partij op haar conto kon schrijven was het verschijnen van het rapport van de Commissie-Deetman over bestuurlijke vernieuwing. Nadat tijdens het debat over de regeringsverklaring in november 1989 een D66-motie in de Tweede Kamer was aangenomen die aandrong op staatkundige, bestuurlijke en staatsrechtelijke vernieuwingen in Nederland was de commissie-Deetman in januari ingesteld. Hans van Mierlo, D66-fractie- voorzitter in de Tweede Kamer en ‘aartsvader’ van de commissie, sprak bij de officiële presentatie van het rapport in november van een ‘kostbaar moment, uniek in de Nederlandse parlementaire geschiedenis’. Dat het goed ging met D66 was ook te merken aan de discussie in PvdA- en VVD-gelederen om de samenwerking met D66 te intensiveren.

Gemeenteraadsverkiezingen

D66 begon de campagne voor de verkiezingen optimistisch. Sinds de partij tijdens de kabinetsformatie in 1989 buiten de boot was gevallen groeide het aantal potentiële D66-kiezers gestaag, zo bleek uit opiniepeilingen. Campagneleider Ernst Bakker sprak op het in februari gehouden congres dan ook de hoop uit dat het aantal raadszetels tenminste zou verdubbelen. Na de verkiezingen van 21 maart bleek de winst echter nog veel groter te zijn: het aantal zetels was verdrievoudigd en bedroeg nu 651. Naast verbazing en vreugde bracht deze gigantische winst soms ook schrik teweeg bij kandidaten, die meenden op een onverkiesbare plaats te staan en nu toch in de raad gekozen waren. De partijtop besloot daarop een ‘informatiepunt’ in te stellen om organisatorische steun te verlenen aan gemeenteraadsfracties die daar behoefte aan hadden. In de Randstad bleek D66 het sterkst. Met name in de grote steden en forensengemeenten was de partij sterk. In Den Helder werd D66 met elf zetels zelfs de grootste partij. Het resultaat in Noord-Brabant en Limburg bleef - vanwege de invloed van lokale lijsten - achter.

In de lokale verkiezingscampagnes had de bestuurlijke vernieuwing een belangrijke rol gespeeld. In gemeenten als Leiden, Den Haag en Amstelveen hadden D66-afdelingen daar concrete voorstellen toe gedaan, zoals bijvoorbeeld het lokaal referendum. In juli namen enkele lokale fracties het initiatief tot het vormen van een overleg over bestuurlijke vernieuwing. Naast het uitwisselen van ideeën wilde men werken aan een gezamenlijke D66-aanpak op dit gebied.

Bij de collegevorming dreigde zich te herhalen wat er bij de kabinetsformatie was gebeurd: in een aantal gemeenten probeerden PvdA en CDA D66 buiten de onderhandelingen te houden. In Utrecht kwam D66 wel met twee wethouders in het college. Dit kwam hen echter op kritiek te staan van de Jonge Democraten - de jongerenorganisatie van D66 - omdat de partij daarvoor haar verkiezingsbelofte had verbroken dat er geen sneltram door de stad aangelegd zou worden.

Partijbijeenkomsten

Op 10 februari hield D66 haar 50ste algemene ledenvergadering in Apeldoorn. In verband met de komende gemeenteraadsverkiezingen was het congres voor een belangrijk deel gewijd aan het lokale bestuur. In deelsessies werd gediscussieerd over thema’s als reorganisatie van het binnenlands bestuur, democratie en nieuwe bestuursvormen, en partijpolitieke samenwerking op lokaal niveau. Naast de plaatselijke, politiek kwamen op het congres ook Internationale contacten aan de orde. Zo gingen de aanwezigen in grote meerderheid akkoord met een resolutie van het hoofdbestuur waarin steun betuigd werd aan het besluit van D66-Europarlementariër Jan-Willem Bertens om toe te treden tot de ELDR, de Liberaal-Democratische fractie in het Europees Parlement. Het congres stemde tevens in met een drietal actuele moties waarin hoofdbestuur, D66-parlementariërs en de Stichting Wetenschappelijk Bureau (SWB) gevraagd werden te onderzoeken hoe gelijkgezinde politieke groeperingen in Midden- en Oost-Europa gesteund zouden kunnen worden.

Van Mierlo stond in zijn slottoespraak onder andere stil bij het kabinetsbeleid van CDA en PvdA. Hij achtte de tijd nog niet rijp om een definitief oordeel te geven, maar de start vond hij ‘niet hartveroverend’. Hij uitte kritiek op de houding van de PvdA die naar zijn mening relatief vaak het hoofd moest buigen voor het CDA. Over het verschil in oppositievoeren tussen VVD en D66 zei hij dat de VVD zich verzet tegen een centrum-links kabinet, terwijl D66 juist oppositie voert vóór een centrum-links beleid van het kabinet. In zijn rede sprak Van Mierlo ook nog over de afbraak van de klassieke ideologieën. Andere partijen werden daar in toenemende mate mee geconfronteerd, maar D66 had zich vanaf het begin van haar bestaan al gekenmerkt door ‘idealen zonder ideologie’, hetgeen haar nu een voorsprong op die andere partijen zou verschaffen.

Het laatste weekeinde van juni organiseerde D66 samen met het Deense Radicale Venstre en de Zweedse Folkpartie een driedaagse Internationale Oost-West conferentie in Hoenderloo. Aanwezig waren vertegenwoordigers van sociaal-liberale partijen en milieugroeperingen uit West- en Oost-Europa. Van Mierlo hield een betoog waarin hij het Westen opriep de Sovjet-Unie niet te hard te dwingen een volledig NAVO-lidmaatschap van het herenigde Duitsland te accepteren. Voor de Sovjet-Unie zou de NAVO - gelet op het verleden - te beladen zijn. Ook Laurens Jan Brinkhorst - oud D66-fractievoorzitter in de Tweede Kamer en huidig directeur-generaal voor milieuzaken van de Europese Gemeenschap - voerde het woord. Hij meende dat de Oost-Europese landen kernenergie niet zonder meer van de hand zouden moeten wijzen, vanwege de zware luchtvervuiling veroorzaakt door verouderde industrieën en kolencentrales. In de slotverklaring van de conferentie werd het idee gelanceerd een deel van de schulden van Oost-Europa kwijt te schelden en de daardoor vrijkomende gelden ten goede te doen komen aan het milieu.

Op 3 november hielden de Democraten hun najaarscongres in Den Haag. Op deze Algemene Ledenvergadering stond de relatie arbeidsmarktminderheden centraal. Hubert Fermina - wethouder voor D66 in Dordrecht en zelf afkomstig uit een etnische minderheidsgroep - keerde zich tegen subsidies voor activiteiten die waren gericht op het behoud van de eigen cultuur. Dat zou haaks staan op de gedachte van integratie en de stimulans wegnemen om te vechten voor een eigen positie in de maatschappij. Een motie van het hoofdbestuur, waarin werkloze allochtonen op straffe van een korting op hun uitkering verplicht werden gebruik te maken van aangeboden scholingsmogelijkheden, werd door het congres zodanig geamendeerd dat die verplichting ook zou gelden voor autochto­nen. De ontwikkelingen in Oost-Europa waren eveneens onderwerp van gesprek in ‘fringe-meetings’ tijdens het congres. Vertegenwoordigers van verwante partijen uit Hongarije, Tsjecho-Slowakije en Joegoslavië namen hieraan deel.

Het congres koos Ries Jansen - burgemeester van Krimpen aan den IJssel - tot nieuwe voorzitter van de partij. Hij volgde Michel Jager op die de functie de afgelopen twee jaar vervuld had.

Wijziging statuten en huishoudelijk reglement

In het voorjaar startte het Hoofdbestuur de voorbereidingen voor een algehele - grotendeels technische - statutenwijziging. Een reglementencommissie werd ingesteld die daartoe voorstellen moest doen. In oktober publiceerde het hoofdbestuur in het partijblad Democraat een ‘beslispuntennotitie’ aan de hand waarvan het voorjaarscongres van 1991 alvast enige principiële en mogelijk gevoelige onderwerpen zou kunnen behandelen. Het najaarscongres zou dan vervolgens moeten beslissen over het totale pakket van wijzigingsvoorstellen.

Verwante instellingen en publikaties

Het wetenschappelijk bureau van D66 publiceerde eind februari de nota Drugs: kiezen tussen kwaden. De samenstellers pleiten voor het instellen van een gezaghebbende internationale commissie die de alternatieve vormen van drugsbeleid zou moeten gaan onderzoeken. Per 1 maart ver­trok Diederik van der Hoeven als directeur van het wetenschappelijk bureau. Hij werd per 1 juli opgevolgd door Christiaan de Vries. Ook het Politiek Scholings- en Vormingsinstituut van D66 (PSVI) kreeg een nieuwe directeur: Lea Pinxten volgde Maarten Brackel op. Opvallend was dat geen van beide nieuwe functionarissen bij hun benoeming lid van D66 was.

Laatst gewijzigd:31 maart 2023 12:19