Ledentallen
Vrijwel alle politieke partijen hebben leden. Via hun leden staan partijen in contact met de samenleving, wat helpt bij het opstellen van verkiezingsprogramma’s. In hun ledenbestand kunnen partijen kandidaten vinden voor de volksvertegenwoordigende organen. Bovendien dragen leden met hun contributie bij aan de inkomsten van de partij. Sinds 2005 wordt de hoogte van de subsidie die politieke partijen ontvangen ook ten dele bepaald op grond van het aantal leden (die dan aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen).
Het ledental van de ChristenUnie is door de jaren heen redelijk stabiel gebleven en schommelt doorgaans tussen de 23.000 en 28.000 leden. Opvallend is dat de partij bij haar oprichting in 2002 ruim 1.800 leden méér telde dan haar voorlopers, GPV en RPF in het jaar daarvoor gezamenlijk hadden. Verder was er in 2008 sprake van een bescheiden piek, mogelijk samenhangend met de eerste regeringsdeelname van de ChristenUnie in 2007. Opmerkelijk is verder dat de schommelingen in het aantal zetels in de Tweede Kamer, variërend tussen drie en zes, nauwelijks terug is te zien zijn in de ledenontwikkeling. Dit wijst erop dat de ChristenUnie kan rekenen op een trouwe achterban. Deze is traditioneel vooral afkomstig uit de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en verschillende gereformeerde kerken. Tegelijkertijd probeert de ChristenUnie, met enig succes, om ook christenen uit andere geloofstradities aan zich te binden, wat terug is te zien binnen de kaderfuncties van de partij.

Ledental per 1 januari.
|
2026
|
24.224
|
|
2025
|
23.985
|
|
2024
|
24.707
|
|
2023
|
25.261
|
|
2022
|
26.159
|
|
2021
|
25.495
|
|
2020
|
25.238
|
|
2019
|
25.170
|
|
2018
|
25.071
|
|
2017
|
23.695
|
|
2016
|
23.398
|
|
2015
|
23.521
|
|
2014
|
23.631
|
|
2013
|
24.080
|
|
2012
|
24.776
|
|
2011
|
25.489
|
|
2010
|
26.441
|
|
2009
|
26.745
|
|
2008
|
27.683
|
|
2007
|
26.673
|
|
2006
|
24.156
|
|
2005
|
24.235
|
|
2004
|
25.074
|
|
2003
|
27.000
|
|
2002
|
27.250
|