Ideologisch-programmatische ontwikkeling
Volgens politicoloog Léonie de Jonge en historicus Gerrit Voerman viel de BBB aanvankelijk te karakteriseren als een ‘agrarische belangenpartij met populistische trekjes.’ In haar eerste verkiezingsprogramma van 2021, dat ook in zes streektalen, waaronder het Haags, werd gepubliceerd, stond dat 'het belang van de rol van boeren, tuinders, vissers en jagers onvoldoende [was] onderkend' en dat ‘het platteland niet het afvoerputje is van politiek Den Haag.’ Concreet waren de standpunten van de BBB onder meer dat alle stikstofmaatregelen van tafel moesten, gemeenten op het platteland niet gedwongen zouden moeten fuseren, basisscholen te behouden zolang ze meer dan 40 leerlingen hebben, in ieder dorp een buurthuis, meer woningen voor jongeren en gratis openbaar vervoer. Vruchtbare landbouwgrond zou zoveel mogelijk moeten worden bespaard; bouwen op lege plekken in de steden, dus, en zo nodig de hoogte in. Wel zouden er 300.000 woningen op de Oostvaardersplassen kunnen komen, want dit natuurproject was ‘mislukt’. Andere speerpunten waren een nieuw Ministerie voor het Platteland op minstens 100 kilometer van Den Haag en dat Tweede Kamerleden, evenals nieuwe bewoners van het platteland, een 'inboeringscursus' zouden volgen, waarbij hen ‘alle facetten van wonen en werken op het platteland [worden] bijgebracht door plattelandsbewoners.’
In haar antwoorden op stellingen van de Stemwijzer nam de BBB dikwijls een wat liberale positie in, zoals bij de legalisatie van softdrugs, en soms een meer linkse of sociaaldemocratische opstelling, bijvoorbeeld door steun uit te spreken voor een hogere winstbelasting voor grote bedrijven. Wat het staatsbestel betreft, toonde de BBB zich opmerkelijk vernieuwend. Ze pleitten voor de directe verkiezing van burgemeesters en de Eerste Kamer door gemeenteraden te laten verkiezen, waarbij het belang van plattelandsgemeenten gediend zou zijn. Ook was de partij voor de invoering van een referendum en een Constitutioneel Hof om wetgeving aan de Grondwet te toetsen. Nadat Van der Plas in een interview met het Dagblad van het Noorden erop was gewezen dat het standpunt dat aan onderwijzers zou worden verboden hun eigen ideologieën onder leerlingen te verspreiden, zacht gezegd, op gespannen voet stond met diezelfde grondwet, beloofde Van der Plas dat de paragraaf in kwestie ‘niet meer terug zou komen.’
Met het in 2023 opgestelde verkiezingsprogramma Iedere dag BBBeter. Van vertrouwenscrisis naar Naoberstaat stelde de partij het begrip ‘naoberstaat’ centraal, waarmee werd bedoeld dat de overheid zich mag opstellen als ‘een betrokken buurvrouw’ op wie de burger kan rekenen, maar die ‘OOK gepaste afstand bewaart tot het persoonlijke erf.’ Het ruim 120 pagina’s tellende programma was met twaalf hoofdstukken duidelijk veelomvattender dan in 2021 en was niet langer hoofdzakelijk gericht op het plattelandsbelang. Met name in het streven naar beperking van arbeidsmigratie en toelating van asielzoekers (maximaal 15.000 per jaar) en zwaardere straffen voor ernstige misdrijven werden er rechtser accenten gelegd.
In het inleidende hoofdstuk nam de BBB de Katholieke Volkspartij en Herman Schaepman als voorbeelden in haar streven om als emancipatiepartij op te komen voor hen ‘die niet gezien en gehoord zijn door de overheid.’ Ze haasten zich er wel bij te zeggen dat de BBB niet gebaseerd is op ‘één soort religie.’ Nieuw waren de standpunten met betrekking tot abortus, euthanasie en medische transities. BBB is voor het recht op abortus, maar wil wel maatregelen om het aantal abortussen te verlagen. De BBB stelt verder ook niet tegen transgenderzorg te zijn, maar wel tegen een medische transitie bij minderjarigen. Opvallend is dat in het programma uitdrukkelijk stond vermeld dat Kamerleden in medisch-ethische kwesties hun eigen afweging mochten maken.
In het programma voor de Europese verkiezingen van 2024, getiteld Er staat veel op het spel, nam de BBB een gematigd eurosceptische positie in: tegen ‘meer macht voor Brussel’, tegen een ambitieus klimaatbeleid en voor meer nationale vrijheid. Na verkozen te zijn sloten Europarlementariërs Sander Smit en Jessika van Leeuwen zich, net als het CDA en NSC, aan bij de fractie Europese Volkspartij (EVP). In januari 2026 steunde Van Leeuwen de motie van wantrouwen tegen Ursula von der Leyen over het Mercosur-verdrag, en Smit had zich van de stemming onthouden. De EVP nam vervolgens disciplinaire maatregelen tegen hen en Van Leeuwen en Smit stapten over naar de fractie Europese Conservatieven en Hervormers (ECH). In het Onderzoeksrapport BBB in het Europees Parlement van Stichting Wetenschappelijk Bureau BoerBurgerBeweging, dat kort na de overstap verscheen, werd deze keuze gerechtvaardigd omdat de BBB ‘ideologisch, beleidsmatig en op basis van kiezersvoorkeuren het beste past bij een conservatieve, eurosceptische en reformistische koers zoals die van ECH.’
Bij de vervroegde verkiezingen in 2025, na de val van het kabinet-Schoof, wilde de BBB zich ten opzichte van voormalig coalitiepartner PVV, die uit het kabinet was gestapt, profileren als ‘een betrouwbare partner die doet wat ze zegt en zegt wat ze doet.’ Dat bleek onder meer uit de titel van het programma, De BBB levert, en uit het feit dat de BBB, als een serieuze kandidaat-regeringspartij, haar programma voor het eerst door het Centraal Planbureau (CPB) liet doorrekenen. De BBB sloeg desalniettemin een rechtser, anti-immigratiekoers in; wellicht was er de hoop de gedesillusioneerde PVV-kiezer te verleiden. Zo kreeg het thema (asiel)migratie meer ruimte dan in eerdere programma’s en liet Caroline van der Plas zich in de media negatief uit over ‘islamisering’, een term die eerst door Fortuyn en later door Wilders veelvuldig werd gebruikt. Het programma stelde voorts dat overheidscommunicatie niet in het Turks of Arabisch mag worden aangeboden en dat er ook geen nieuwe islamitische scholen mogen bijkomen.
In vergelijking met het eerste programma en het inboeringscursusstandpunt, bijvoorbeeld, was BBB levert aanzienlijk minder luchtig van toon. Het programma ageert tegen een ‘kleine culturele bovenlaag’, ‘nieuwkomers’, ‘spreadsheet-terreur’, ‘klimaatgekte’ en ‘Brusselse dogma’s’ en zegt op te komen voor ‘de stille meerderheid die zich afvraagt waar het gezonde verstand is gebleven.’ Naast dergelijk taalgebruik dat als populistisch valt te kwalificeren, neemt de BBB een radicaal-rechts standpunt in door te stellen dat ‘remigratie’ gestimuleerd moet worden. Volgens een rapport van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst wordt het begrip remigratie, waarop, aldus de BBB, ‘te lang een taboe [heeft] gerust’, door rechtsextremisten gepopulariseerd als eufemisme voor gedwongen uitzettingen van mensen op basis van huidskleur of geloof. Ook was te lezen dat de BBB zich zorgen maakt ‘over de doorgeschoten symboolpolitiek rond LHBTIQ+’, wat de partij in verband brengt met dalende acceptatie van homoseksualiteit: ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.’ Toen Henk Vermeer in 2026 politiek leider werd van de BBB beloofde hij dat de partij zich minder als asiel- en immigratiekritisch zou profileren, en zich weer meer op het plattelandsbelang zou richten.