Skip to ContentSkip to Navigation
About usFaculty of LawActueelNewsNews Archive

RUG onderzoekt Fit en Proper toets woningcorporaties; geschikt instrument in de praktijk?

18 juli 2016
Prof. dr. Heinrich Winter
Prof. dr. Heinrich Winter

De Maserati van de corporatiebestuurder is met de invoering van de fit en proper toets per 1 juli 2015 definitief verleden tijd. Tenminste, dat beoogde de politiek met de invoering van deze test, die kandidaat-bestuurders en -commissarissen toetst op hun geschiktheid en betrouwbaarheid voorafgaand aan hun (her)benoeming bij een woningcorporatie. Enkele mythes doen de ronde; inspecteurs van de Autoriteit woningcorporaties (hierna Aw) zouden bij kandidaten thuis over de vloer komen, het hele privéleven van kandidaten uitpluizen en kandidaten zouden het risico lopen bij een negatieve zienswijze nergens meer aan de bak te kunnen. Een onderzoeksgroep van tien studenten Juridische Bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit van Groningen deed onder leiding van hoogleraar Bestuurskunde, Heinrich Winter, onderzoek naar het functioneren van deze fit en proper toets, die al langer bestaat in de financiële sector.

Uit een vragenlijstonderzoek onder meer dan honderd van de tot juni 2016 getoetste driehonderd kandidaten, blijkt dat de praktijk weerbarstig is. De Aw dringt wel degelijk binnen in de persoonlijke levenssfeer van kandidaten, door een screening van sociale media, het onderzoeken van openbare bronnen en informatie van de Belastingdienst. Vragen naar emotioneel gevoelige privésituaties en buitenlandse contacten gaat de Aw niet uit de weg. Een opvallende constatering die uit de onderzoeksresultaten volgt is dat een derde van de respondenten het gesprek met de Aw als onaangenaam ervaart. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat de vragen vooral over integriteit gaan en niet over de deskundigheid van de kandidaat. Uit het onderzoek komt naar voren dat respondenten de fit en proper toets als het minst geschikte instrument beoordelen als het gaat om de versterking van de kwaliteit van bestuur en toezicht bij woningcorporaties. Interne evaluaties, het systeem van visitatie, permanente educatie en de Governancecode zijn betere methoden in de ogen van de kandidaat-bestuurders en -commissarissen. Daarnaast duurt de duur van de procedure te lang volgens de respondenten. De Autoriteit wijt dat overigens aan de vaak onvolledige aanvragen die de corporaties bij de Aw indienen.

Naast de kritische kanttekeningen die de bestuurders en commissarissen bij de fit en proper toets plaatsen, zijn zij over de procedure niet bijzonder positief of negatief. De fit en proper toets kan goed dienen als reinigend instrument, zodat er over een aantal jaren enkel betrouwbare en geschikte bestuurders en commissarissen werkzaam zijn in de corporatiesector. Volgens commissarissen en bestuurders die hebben meegewerkt aan het onderzoek, zou de toets naar verloop van tijd dan ook wel afgeschaft kunnen worden. Er zijn in het onderzoek verschillende aanbevelingen gedaan om de fit en proper toets te verbeteren. Te denken valt aan betere informatieverschaffing voorafgaand aan het toetsingsgesprek, een verplichte terugkoppeling achteraf aan kandidaten en de aanbeveling ook bestuurders die voor 1 juli 2015 voor onbepaalde tijd zijn benoemd te onderwerpen aan de fit en proper toets. Vraag is of de fit en proper toets met de huidige inkleding van de procedure houdbaar is op langere termijn. De toekomst zal uitwijzen hoe de toets zich zal ontwikkelen. Het lijkt verstandig het functioneren en de effecten van de toets te blijven evalueren.

Hier vindt u het rapport De fit en proper toets woningcorporaties in de praktijk.


Dit bericht is geplaatst door de Faculteit Rechtsgeleerdheid.

Laatst gewijzigd:12 augustus 2019 08:50

Meer nieuws