Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Stijging gemeentelijke woonlasten lager dan ooit gemeten

27 maart 2014

De stijging van de gemeentelijke woonlasten is met 0,9 procent lager dan ooit eerder gemeten en ook lager dan de inflatie. De onroerendezaakbelasting is wel meer verhoogd dan afgesproken, maar de gemiddelde afvalstoffenheffing daalt en de rioolheffing is nog nooit zo weinig gestegen. Dat blijkt uit de Atlas van de Lokale Lasten die COELO vandaag presenteert. COELO (Centrum voor onderzoek van de economie van de lagere overheden) is een onderzoeksinstituut verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

De gemeentelijke woonlasten voor huiseigenaren bestaan uit de onroerendezaakbelasting (ozb), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Bunschoten is het goedkoopst met 514 euro, Wassenaar het duurst met 1.183 euro. Gemiddeld betalen meerpersoonshuishoudens dit jaar 704 euro aan hun gemeente. Dat is 0,9 procent (6 euro) meer dan vorig jaar. Het is al het derde jaar dat de stijging van de gemeentelijke woonlasten lager is dan de inflatie. Die bedraagt 1,5 procent. De beperkte stijging van de gemeentelijke woonlasten komt vooral doordat de grootste heffing, de afvalstoffenheffing, niet stijgt maar daalt. Ook de stijging van de rioolheffing is lager dan ooit, zie onderstaande grafiek.
Grafiek: Stijging tarief rioolheffing en afvalstoffenheffing meerpersoonshuishouden (%)
Grafiek: Stijging tarief rioolheffing en afvalstoffenheffing meerpersoonshuishouden (%)

Afvalstoffenheffing daalt

Gemiddeld betalen huishoudens 261 euro aan afvalstoffenheffing. Dat is 3,85 euro minder dan in 2013 (-1,5 procent). Dit is al het vierde jaar op rij dat de afvalstoffenheffing daalt. Gemeenten besparen op de kosten en geven het voordeel door aan de burger. De ontwikkeling verschilt per gemeente. In Smallingerland daalt het tarief met 21 procent het meest. Dit betreft een eenmalige korting. De stijging is in Eemsmond het hoogst (100 procent). Toch is het tarief in Eemsmond nog steeds het laagst. Een meerpersoonshuishouden betaalt maar 48 euro. Dat komt doordat een groot deel van de afvalkosten uit andere inkomsten wordt betaald. In Wassenaar betalen meerpersoonshuishoudens het hoogste tarief (438 euro).

Rioolheffing

De rioolheffing stijgt dit jaar gemiddeld met 1,6 procent (3,01 euro). Dat is bijna gelijk aan de inflatie (1,5 procent) en daarmee de kleinste stijging sinds de COELO-Atlas verschijnt. Meerpersoonshuishoudens betalen het minst in Lelystad (70 euro) en het meest in Brummen (373 euro). Het gemiddelde komt op 186 euro. De rioolheffing stijgt met 28 procent het sterkst in Oosterhout. Dat komt doordat in 2013 een deel van de rioleringskosten werd betaald uit de reserves en in 2014 niet meer. Het tarief daalt het sterkst in delen van de voormalige gemeente Boarnsterhim. Deze gemeente is opgesplitst; de inwoners die nu deel uitmaken van Heerenveen betalen 36 procent minder voor de rioolheffing dan in 2013.

Ozb

Gemiddeld betaalt een huishouden 256 euro aan ozb. Alleen eigenaren van woningen betalen ozb, huurders niet. Inwoners van Texel betalen het minst aan ozb (gemiddeld 117 euro), in Blaricum betalen inwoners het meest: 633 euro. Het gemiddelde ozb-tarief voor woningen stijgt met 2,7 procent. De stijging is met 33 procent het sterkst in Vlagtwedde, en het kleinst in het deel van het voormalige Boarnsterhim dat nu deel uitmaakt van de nieuwe gemeente De Friese Meren. Het ozb-tarief voor niet-woningen (bedrijfspanden) stijgt met 2,3 procent.

Macronorm ozb overschreden

Elke gemeente mag de ozb-tarieven zo hoog maken als zij wil. Maar de Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft met de Rijksoverheid afgesproken dat de ozb-opbrengst van alle gemeenten samen niet meer dan 2,45 procent mag stijgen. Dit heet de macronorm. De ozb-opbrengst stijgt echter harder: met 2,75 procent. Gemeenten halen 11 miljoen meer binnen dan de norm toelaat. Maar hoe erg is dat? De ozb is een kleine belasting, goed voor niet meer dan 1,6 procent van de landelijke belastingopbrengst. Door de overschrijding van de macronorm stijgt de totale belastingopbrengst in Nederland met slechts 0,005 procent meer dan de bedoeling was.

Steeds vaker toeristenbelasting, maar minder hondenbelasting

De gemiddelde toeristenbelasting stijgt met 2,2 procent. De beperkte stijging komt deels doordat de toeristenbelasting in een aantal gemeenten afhankelijk is van de overnachtingsprijs. Deze is door de recessie op veel plekken gedaald. Zes gemeenten voeren een toeristenbelasting in. Dat komt steeds meer voor: in 2012 voerden 10 gemeenten een toeristenbelasting in, in 2013 waren dat er net als dit jaar zes. De hondenbelasting daalt gemiddeld met 0,1 procent. Negen gemeenten schaffen hun hondenbelasting dit jaar af. De toeristenbelasting en de hondenbelasting leveren overigens weinig op vergeleken met de ozb.

Opbrengst provinciale belasting fors hoger

Autobezitters betalen de provincie opcenten op de motorrijtuigenbelasting. Het tarief stijgt gemiddeld met 0,7 procent. De opbrengst stijgt met 4,7 procent echter veel sterker. Provincies houden er bij het vaststellen van de tarieven geen rekening mee dat dit jaar meer auto’s onder de motorrijtuigenbelasting vallen dan in 2013. De vrijstelling voor zuinige auto’s vervalt, en die voor oldtimers is beperkt. De tarieven gaan echter niet omlaag, behalve in Limburg.

Meer informatie

Contact: Corine Hoeben, Maarten Allers of Lieneke Janzen

  • M.A. Allers, C. Hoeben, L. Janzen, M. van Gelder, J. B. Geertsema, en J. Veenstra, Atlas van de lokale lasten 2014, Monitor van de ontwikkeling van de lokale lasten op macro- en microniveau. COELO, Groningen, ISBN 978 90 76276 89 2.
Tarievenoverzicht 2014
Tarievenoverzicht 2014
Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:33
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws