Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Aankondiging studiedag Riet Bons-Storm in Trouw

13 mei 2013
Riet Bons-Storm
Riet Bons-Storm

Woensdag 15 mei organiseert de faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap van de Rijksuniversiteit Groningen een studiedag ter ere van Riet Bons-Storm, getiteld ‘Vrouwen in dialoog’. De dag gaat over de rol van vrouwen bij vredesinitiatieven in Israël en de interreligieuze dialoog in Nederland. Op 11 mei stond in Trouw een interview met Riet Bons-Storm.

God is nog steeds heer en vader

Het vuur brandend houden, dat is de taak waar de feministische theologie voor staat. Emeritus hoogleraar Riet Bons-Storm (80) is nog volop actief, maar ze verwacht ook veel van de ‘jonge blommen’.

Interview door Sanne Hoving

Feministische theologie, is dat niet iets van de jaren zeventig?

Absoluut niet, zegt Riet Bons-Storm. De emeritus hoogleraar praktische theologie en vrouwenstudies is onlangs tachtig jaar geworden, maar ze is nog volop actief in de feministische theologie. “We zijn een heel stuk opgeschoten. Maar als het goed gaat denkt men dat het klaar is. Het is nog lang niet klaar.” Zolang God uitsluitend als man wordt gezien, is de emancipatie niet voltooid, stelt Bons-Storm. “In de dominante taal van kerk en theologie is God heer en vader. En een heer is een man met macht. Zolang men niet overal in kerken en theologie kritisch en genderbewust durft te denken over het godsbeeld schieten we niks op.”

Is uw God een vrouw?

“Ook. Ik heb niet een vast godsbeeld. God is soms een duw in je rug, als je bang bent. Dan denk ik weleens: goh, daar kon God wel achter zitten. Voor mij is God de essentie van het goede. Maar ik denk ook heel concreet. Er is een tijd geweest dat ik God zag als een soort oudere vriendin die langer in het leven staat, meer gezien heeft en die soms zegt: “Riet, zo ken ik je niet h è .”

Wat voor godsbeeld zou de kerk volgens u moeten aannemen?

“Iedereen moet zelf kiezen welk godsbeeld hij of zij aanvaardt. Als je maar weet dat jouw wijze van kiezen patriarchale tendensen in zich kan hebben: het idee dat mannen het voortouw hebben. De hele theologie werkt met menselijke constructies en dat maakt het zo interessant. Als je daar dieper over nadenkt, dan ga je ook over andere geloven anders denken.”

Hoe bedoelt u?

“Ik word niet geïnspireerd door ‘het christendom’. Ik kan ook niet geïnspireerd worden door ‘de islam’ of ‘het hindoeïsme’, of ‘het jodendom’. Nee, ik word geïnspireerd door sommige christenen, door sommige moslims en mensen van andere geloven, die ik goed ken. Doordat ik zie hoe ze hun geloof beleven, hoe ze erdoor geïnspireerd en getroost worden. Dat maakt dat ik meer van zo’n geloof wil weten. In haar studeerkamer, thuis in de Groningse gemeente Loppersum, is een muur gereserveerd voor vrouwen die ze bewondert. Zoals Tine Halkes, de eerste Nederlandse feministisch theologe. Maar ook vrouwen die het stokje van haar hebben overgenomen.

“Elk jaar zijn er wat ik noem jonge blommen. Vrouwen die er weer aan beginnen. Ik ben blij nog steeds mee te mogen doen in de kring van vrouwenstudies theologie, zoals we de feministische theologie tegenwoordig noemen.”

Voor welke taak staat de feministische theologie op dit moment?

“Haar taak is om het vuurtje brandende te houden. Niet te denken dat de emancipatie al is voltooid. Als vrouw heb je nu eenmaal een andere bestaansbeleving dan een man, al zijn er ook tussen vrouwen en tussen mannen onderling vele verschillen. Het interessante is om na te gaan wat dat betekent, voor je denken, je voelen, je functioneren. En voor wat je inbrengt in je baan, in de kerk, in de wetenschap.”

Toen u hiermee begon, in de jaren zeventig, was dit een hot onderwerp. Nu nog steeds?

“Het is nooit populair geweest, absoluut niet. We hebben altijd met veel tegenstand te maken gehad. Er was in die tijd nog een heleboel te verwerven, omdat de macht bij mannen lag en die dachten er niet over na dat wat zij zeiden ook mannelijk was. Ze dachten dat dat gewoon algemeen menselijk was. De feministische theologie is in de kerk en wetenschap heel lang, en nog steeds, een stoorzender geweest. En dat was nodig. Je ziet gewoon dat er aardig wat is bereikt in die dertig, veertig jaar.

Wat is er dan bereikt?

“We hebben nu een vrouwelijke voorzitter van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), dat was vroeger niet denkbaar geweest. Dat is een spectaculaire ontwikkeling. Maar dat wil niet zeggen dat nu alles oké is. Uiteindelijk gaat het om de zeggingskracht van vrouwen. Je kunt wel een aardige positie hebben, maar het belangrijkste is dat er naar je visie geluisterd wordt. Men vindt het nog steeds niet helemaal vanzelfsprekend dat vrouwen dezelfde zeggenschap hebben als mannen.”

“Het moeilijkste blijft het in gezinnen. Hoe je als partners met elkaar omgaat, elkaar de ruimte voor eigen ontplooiing biedt, in samenspraak met elkaar. Dus niet: ik mag alles en jij mag ook alles, dat kan natuurlijk nooit. Maar wie zorgt er voor de kinderen en waarom? Een vrouw is een moeder en kan dus het beste verzorgen, dat is vaak zo basaal dat men daar geen vragen bij stelt. Ook veel vrouwen niet. En als ze wel voor hun carrière kiezen, geeft dat een schuldgevoel. Ik heb geloof ik nog nooit een vrouw zonder schuldgevoel ontmoet in mijn leven.”

Hebt u zelf een schuldgevoel gehad?

“Och ja, verschrikkelijk. Onze oudste is in 1959 geboren. Toen was het toch wel een beetje gek dat een moeder werkte. Maar ik heb een man getroffen die dat vanzelfsprekend vond. En ik moet zeggen, in de tijd dat we echt een jong gezin hadden, zaten we in Indonesië. Daar had je vanzelfsprekend hulp in de huishouding, dat maakte het gemakkelijker. In Nederland was het waarschijnlijk ingewikkelder geweest.”

Tegenwoordig is het toch wel makkelijker?

“Ja, het landschap verandert. Maar jonge vrouwen die zeggen: ‘wat een onzin die feministen’, mogen best blij zijn dat er vroeger vrouwen op de barricaden zijn gaan staan. Anders waren ze nooit waar ze nu waren. En nog, als je als vrouw kinderen krijgt, kom je vaak voor de oude dilemma’s te staan. Of je moet een bijzonder aardige partner vinden. Die zijn er gelukkig wel, maar het is nog steeds geen gemeengoed. Hebt u die serie ‘Borgen’ gezien? Daarin zie je precies hoe het gaat. Een aardige, goedwillende man die het toch niet kan verdragen dat zijn vrouw carrière maakt en hij niet. Ik vond dat een heel goede schets van hoe het kan gaan.”

Wie is Riet Bons-Storm?

Theologe Riet Bons-Storm (80) was van 1990 tot 1998 hoogleraar vrouwenstudies en pastoraat aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als jonge vrouw woonde ze tien jaar in Indonesië, waar haar man zendingspredikant was. Daar doceerde ze pastorale psychologie. Terug in Nederland promoveerde ze en werd ze één van de gezichten van de feministische theologie in Nederland. Na haar emeritaat houdt Bons-Storm zich vooral bezig met de interreligieuze dialoog en de rol van vrouwen in het conflict tussen Israël en de Palestijnen. In 2011 schreef ze met anderen over dit onderwerp het boek ‘Bidt Jeruzalem vrede toe’. Samen met Nelly van Doorn publiceerde ze in 2012 ‘Dubbele dialoog, vrouwen en mannen in interreligieuze ontmoetingen’, over de interreligieuze dialoog in Nederland.

Christiane van den Berg
Christiane van den Berg
De nieuwe generatie

Jonge vrouwelijke theologen en godsdienstwetenschappers bouwen voort op de feministische traditie. Deze drie vrouwen nemen deel aan het onderzoeksnetwerk dat mede door Riet Bons-Storm werd opgericht.

Christiane van den Berg (38) doet promotieonderzoek aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) naar seksuele grensoverschrijding in pastorale relaties. “Het onderwerp seksueel geweld is door het feminisme op de agenda gezet. Zij wezen ook als eerste op de verantwoordelijkheid van de pastor voor het waarborgen van veilige grenzen in relaties. Hierbij aansluitend zoek ik naar een genuanceerder slachtofferbeeld dat niet voorbijgaat aan de schade van seksuele grensoverschrijding voor slachtoffers, maar dat ook ruimte biedt aan hun betrokkenheid bij en hun inzet voor hun geloofsgemeenschap of andere slachtoffers.

Froukje Pitstra
Froukje Pitstra

Froukje Pitstra (35) schrijft een biografie over Anne Zernike, de eerste vrouwelijke predikante van Nederland. “Binnen mijn onderzoek speelt gender een belangrijke rol. Anne Zernike beweerde in haar autobiografie stellig dat het er in haar beroep niet toe deed dat ze vrouw was, maar dat deed ze zo vaak dat het bij mij de vraag opriep waarom ze het zo nodig vond om dat te doen. Ook nu, honderd jaar later, is een vrouwelijke predikant in sommige kerken nog steeds niet vanzelfsprekend. Ik ben nieuwsgierig naar de argumenten die nu worden gebruikt om vrouwen van de kansel te weren. Zijn dat dezelfde als toen? In de tijd van Anne Zernike zijn bijbelse en psychologische argumenten daarvoor door elkaar gaan lopen, die probeer ik weer uit elkaar te halen en te benoemen.”

Wietske de Jong
Wietske de Jong

Wietske de Jong (31) promoveert binnenkort op de postkoloniale feministische theologie. “Ik onderzoek hoe oude koloniale denkbeelden nu nog (onbewust) doorwerken in de theologie. De theologie is nog steeds heel westers georiënteerd, terwijl in de praktijk de kerk juist heel groot is in andere werelddelen. De westerse cultuur wordt nog steeds als superieur gezien, en dat heeft paralellen met de superioriteit van de man waar het feminisme kritiek op heeft. Ik denk dat dit iets is waar het feminisme op dit moment mee worstelt, want in alle culturen zijn er ook vrouwen die bewust kiezen voor traditionele verhoudingen. Daarmee zijn ze niet meteen passief en onderworpen. Maar als het feminisme dit nuanceert, wat is dan nog de bevrijdende boodschap?”

(C) Trouw

Laatst gewijzigd:04 juli 2014 21:37

Meer nieuws