Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

A quantitative approach to social and geographical dialect variation

28 juni 2012

Promotie: dhr. M.B. Wieling, 12.45 uur, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Proefschrift: A quantitative approach to social and geographical dialect variation

Promotor(s): prof.dr.ir. J. Nerbonne, prof.dr. R.H. Baayen

Faculteit: Letteren

Dialectvariatie beter in beeld te brengen

Het centrale thema van Martijn Wielings proefschrift is het onderzoeken van dialectvariatie. Om een objectief beeld te krijgen van dialectvariatie meten we dialectafstanden op basis van honderden woorden automatisch op basis van genoteerde uitspraken. Wieling verfijnde deze afstandsmaat door het gebruik van (automatisch bepaalde) akoestisch gevoelige klankafstanden. Daarnaast introduceert hij een nieuwe methode die het mogelijk maakt om groepen van vergelijkbare dialecten te vinden, waarbij tegelijkertijd de onderliggende taalkundige basis (gebaseerd op klankcorrespondenties) wordt bepaald.

Voor zowel Engelse als Nederlandse dialecten vond Wieling aannemelijke geografische dialectgebieden samen met hun meest karakteristieke klankcorrespondenties. In het Fries is bijvoorbeeld de toevoeging van ‘sj’ erg kenmerkend: ‘wachten’ wordt ‘wachtsje’.

Wieling ontwikkelde een integrale aanpak, die de invloed van diverse factoren op dialectvariatie per woord kan bepalen. Niet alleen kan via deze methode gekeken worden naar de invloed van geografische ligging, maar ook naar de rol van verschillende sociale en woord-gerelateerde factoren (zoals leeftijd van de spreker en woordfrequentie). Wieling ontdekte bijvoorbeeld bij Nederlandse dialectwoorden dat deze het meest verschillen van de standaardtaal in de provincies Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel, Limburg en Zeeland. Daarnaast blijkt dat de dialectuitspraken van een gemeenschap met een klein aantal inwoners of een hoge gemiddelde leeftijd meer afwijken van de Nederlandse standaardtaal dan die van een gemeenschap met een groot aantal inwoners of een lage gemiddelde leeftijd. Ook blijkt dat meer frequente woorden meer resistent zijn tegen standaardisatie (ook in andere talen). Wielings dissertatie gaat specifiek over uitspraken in dialect. Het zegt niets over het accent van deze sprekers in de standaardtaal.

Over Wielings onderzoek verscheen in september 2011 het persbericht Nederlandse dialecten en hun relatie tot standaard Nederlands.

Martijn Wieling (Emmen, 1981) studeerde informatica en Behavioural and Cognitive Neurosciences (research master) aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij verrichtte zijn onderzoek bij het Center for Language and Cognition Groningen, Faculteit der Letteren. Zijn onderzoek valt binnen het dialectometrie-onderzoek o.l.v. John Nerbonne. Wieling gaat per 1 september werken als onderzoeker met een Rubicon-beurs bij de Universität Tübingen, Duitsland.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:42
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws