Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Nederlandse dialecten en hun relatie tot standaard Nederlands

09 september 2011

Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit van Alberta hebben uitgezocht welke factoren een rol spelen bij de uitspraakverschillen tussen standaard-Nederlands en honderden Nederlandse dialecten.

De belangrijkste factoren blijken de geografische locatie, het aantal inwoners en de gemiddelde leeftijd in een plaats, maar ook woordeigenschappen zoals de frequentie en het type van een woord (zelfstandig naamwoord of werkwoord) zijn van betekenis. Qua geografie blijkt de uitspraak in de perifere gebieden (Friesland, Groningen, Twente, Limburg en Zeeland) meer af te wijken van standaard-Nederlands dan de uitspraak in de Randstad en het midden van Nederland.

Plaatsen met meer inwoners en een lagere gemiddelde leeftijd hebben gemiddeld genomen een uitspraak die dichter bij standaard-Nederlands ligt. Wat betreft woordeigenschappen liggen zelfstandige naamwoorden en meer frequente woorden verder van het standaard-Nederlands af.

Omgekeerd patroon

Het precieze effect van de factoren ‘gemiddelde leeftijd’ en ‘aantal inwoners’ bleek op individuele woorden echter significant te variëren. Terwijl de dialectuitspraak van de meeste woorden in een grote plaats met een lage gemiddelde leeftijd dichter bij standaard-Nederlands lag, waren er ook woorden die juist een omgekeerd patroon lieten zien. Onder andere de woorden bier en vrij liggen juist verder van standaard Nederlands af in een plaats met meer en jongere inwoners.

Politieke invloed

De resultaten laten duidelijk zien dat veranderingen in uitspraak (in de richting van standaard-Nederlands) begonnen in het westelijke, economische en politieke centrum van Nederland en zich vooral voor laag-frequente woorden uispreidden naar de perifere gebieden van Nederland. Hierbij werden deze veranderingen minder overgenomen in gebieden waar volgens historische redenen de politieke invloed van het westen kleiner was.

Het artikel is gepubliceerd in het wetenschappelijke open-access tijdschrift PLoS ONE en kan zonder kosten gelezen worden via: http://dx.plos.org/10.1371/journal.pone.0023613.

Noot voor de pers

Meer informatie: Martijn Wieling, Computationele Taalkunde, tel. 050-3635977, e-mail: m.b.wieling@rug.nl

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:31
printView this page in: English

Meer nieuws

  • 09 januari 2019

    Franse aandacht voor onze Bijzondere Collecties

    De Société bibliographique de France, een Franse vereniging voor boekwetenschappers en boekhistorici, heeft conservator Alisa van de Haar geïnterviewd over de Groningse Bijzondere Collecties. In het interview vertelt Van de Haar onder andere over de...

  • 08 januari 2019

    Het licht voor literatuur aansteken

    Mathijs Sanders leeft ín en mét literatuur en draagt dat uit waar hij kan. Als hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde kan hij er bovendien ván leven. Hij beschouwt zichzelf als een geluksvogel. ‘Ik zou niks anders willen doen.’

  • 18 december 2018

    Populisme bestormt de hitlijsten

    De Top 2000-tijd breekt weer aan: sommigen haten de uitzending, voor anderen mag het nog wel langer duren. De samenstelling van deze lijst ‘beste’ popnummers is onlosmakelijk verbonden met lobby’s om nummers hoog in de lijst te krijgen. Waarom vinden...