Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Liberaal protestant zonder missiedrang zwaait af

Hanneke Goudappel | Friesch Dagblad | Geloof en Kerk | 30 januari 2010
01 februari 2010
Prof. dr. Jan N. Bremmer neemt afscheid van Rijksuniversiteit Groningen

Groningen - Forse verschuivingen maakte hij mee, de afgelopen twintig jaar. En persoonlijk veranderde prof. dr. Jan N. Bremmer ook: hij schoof op van orthodox naar liberaal protestant. Gisteren nam de hoogleraar afscheid van de Faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Door Hanneke Goudappel.
 
Jan Bremmer (1944) groeide op in een orthodox-gereformeerd milieu en stamt uit een domineesgeslacht. Dr. R.H. Bremmer is zijn vader en prof.dr. L. Lindeboom zijn overgrootvader. Lindeboom behoorde bij de afgescheidenen die in 1892 met de Dolerenden fuseerden tot de Gereformeerde Kerken in Nederland (inmiddels opgegaan in de Protestantse Kerk in Nederland). Hij was jarenlang hoogleraar aan de Theologische Universiteit te Kampen (nu onderdeel van de Protestantse Theologische Universiteit).
Bij Bremmer thuis was de kerk het belangrijkste gespreksonderwerp. Zijn vader was theologisch zeer geïnteresseerd, met name in dogmatiek en kerkgeschiedenis. Hij was eerst een radicaal vrijgemaakt predikant, maar werd later gematigder en promoveerde bij G.C. Berkouwer aan de Vrije Universiteit op Herman Bavinck als dogmaticus.
,,De gereformeerde traditie is mij met de paplepel ingegoten. Ik voel mij nog altijd verbonden met die traditie. Maar ik zou mezelf nu eerder definiëren als liberaal protestant.”
Hij waardeert aan de gereformeerde traditie ,,de serieusheid waarmee men met vragen van geloof en zingeving omgaat, de maatschappelijke betrokkenheid, het verantwoordelijkheidsgevoel en de plichtsgetrouwheid”.
Relativeren
De verschuiving naar de meer liberale kant was al bezig voor zijn benoeming als hoogleraar Godsdienstwetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn vakgebied heeft zijn scepsis ten opzichte van de dogma’s van de orthodox-gereformeerde traditie versterkt, zoals ,,het geloof in een persoonlijk God in een hemel boven ons hoofd, en het denken over het verbond en de natuur van God en Christus”.
Want op de faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap staat neutraliteit hoog in het vaandel. ,,Je ontdekt het relatieve van godsdienstpraktijken en godsdienstbeleving, omdat je ontdekt hoeveel verscheidenheid er in de wereld is. Als je je realiseert dat jouw traditie maar één van de vele is, relativeert dat toch enigszins je eigen traditie. Het draagt niet bij aan het idee van de uniciteit van je eigen geloof. Bovendien ben je er niet om missie te bedrijven voor je eigen overtuigingen, maar moet je het beste uit de studenten halen.”
Helemáál aan de kant gezet heeft Bremmer zijn traditie niet. En het grappige: ,,Bij de voorbereiding van mijn afscheidscollege had ik het gevoel dat ik er weer iets dichterbij kwam. Vooral de bestudering van de Duitse kerkhistoricus Harnack liet me nog weer zien hoe je kritisch maar toch ook verbonden met je eigen traditie kunt zijn.”
Martelaren
Bremmer staat bekend om zijn studies van de Griekse godsdienst en mythologie. Daarnaast is hij kenner van het vroege christendom; in het bijzonder boeit hem martelaarschap. Eind jaren zeventig is hij samen met Jan den Boeft - die later hoogleraar Latijn aan de Vrije Universiteit werd - begonnen met het lezen van christelijke martelaarsakten.
,,Wat mij daaraan fascineerde is dat deze mensen bereid waren om tot het uiterste te gaan voor hun geloof.” Het intrigeerde hem ook hoe de kleine groep volgelingen van Jezus zo snel kon groeien in de eerste eeuwen.
Vrouwen
In de jaren negentig begon de faculteit een project met de Universiteit van Boedapest over de apocriefe Handelingen van de apostelen, maar ook op de RUG zelf hield Bremmer zich bezig met onderzoek naar martelaren. Zijn belangstelling voor de martelaren is vooral sociaal van aard, zegt hij. ,,Ik ben niet zo geïnteresseerd in leerstellingen over bijvoorbeeld de natuur van God. Mij boeien meer vragen als: wie werd er christen, waarom, wat dreef hen? Aardig om te weten is dat binnen de eerste christenheid vrouwen de eerste twee eeuwen in de meerderheid waren.”
Bremmer heeft ook vergelijkend onderzoek gedaan naar ontwikkelingen in de moderne religiositeit en het martelaarschap in het vroege christendom. Hij constateerde op bepaalde punten gelijkenis tussen de vroege christelijke martelaren en de moderne suicide bombers - moslims die vanuit hun geloof een zelfmoordaanslag plegen. ,,Bijvoorbeeld de bereidheid om te sterven voor het ideaal. Ook gaat het over het algemeen om nog vrij jonge mensen, hoewel je natuurlijk ook hele oude martelaren hebt. Bij beide groepen martelaren zie je de verwachting dat ze meteen naar het hiernamaals gaan. De vergelijking laat natuurlijk onverlet dat suicide bombers meedogenloos allerlei burgers doden.”
Gisteren hield Jan Bremmer zijn afscheidscollege aan de faculteit waaraan hij sinds 1990 verbonden was. In zijn afscheidsrede bekeek hij de opkomst van het christendom door de ogen van Edward Gibbon (1737-1794), Adolf von Harnack (1851-1930) en de nog levende Rodney Stark, ,,de meest provocerende godsdienstsocioloog van de huidige tijd”.
Kantje boord
Van 1996 tot 2005 was Bremmer ook decaan van de faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap. ,,De belangrijkste verandering van de afgelopen twintig jaar is dat wij de kerkelijke opleiding hebben verloren.” Tot Bremmers grote spijt. Samen met Regnerus Steensma heeft hij zich ,,enorm ingezet” voor het behoud ervan. ,,Dat hebben we op het nippertje verloren. We zijn er gelukkig wel in geslaagd de faculteit zelf te behouden.”
Dat was nog kantje boord, want de faculteit dreef qua aanwas van studenten tot het jaar 2000 heel sterk op de studenten theologie. ,,Toen dat wegviel, kelderde de instroom van het aantal studenten. Als we de studie Geestelijke Verzorging niet hadden aangeboden, had het er somber uit gezien.”
Hij zag de studenten veranderen in twintig jaar. ,,Toen ik er kwam, waren er tweehonderd studenten, allemaal theologen. Nu zijn het vooral godsdienstwetenschappers. Een eerstejaarsstudent komt soms nog wel eens uit een kerkelijk meelevend gezin, maar lang niet altijd meer. Vroeger stond ‘Groningen’ bekend om de ethische, de midden-orthodoxe richting.
De echte vrijzinnigen gingen naar Leiden en de bonders naar Utrecht. Tegenwoordig is het zo dat de studenten die nog theologie doen vaak een enigszins evangelicale inslag hebben. Studenten die voor godsdienstwetenschap kiezen, doen dat meestal omdat hen dat gewoon een interessant vak lijkt. Groningen is daarvoor aantrekkelijk omdat wij de afdeling godsdienstwetenschap zijn met de meeste keus: een mooie dosis antropologie, geschiedenis en christelijk erfgoed.”
Bremmer mag dan nu emeritus hoogleraar zijn, hij zit voorlopig niet stil. Hij hoopt de komende tijd nog onderzoek te doen. Binnenkort vertrekt hij voor gastcolleges naar Yale, Philadelphia, Nottingham, Keulen en Bonn. De Royal Opera in Londen heeft hem zelfs gevraagd om een bijdrage te leveren voor hun programmaboekje voor Verdi’s opera Aïda.
Van Utrecht naar Malibu
Bremmer studeerde klassieke talen en was van 1976 tot 1990 wetenschappelijk medewerker oude geschiedenis aan de Universiteit Utrecht.
In 1990 werd hij benoemd tot hoogleraar algemene godsdienstgeschiedenis en vergelijkende godsdienstwetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Als prominent godsdienstwetenschapper doceerde hij ook verschillende malen in het buitenland. Zo deed hij onderzoek aan het Institute for Advanced Study in Princeton in New Jersey en vervulde hij een jaar een bijzondere leerstoel, verbonden aan het Getty Research Center, -,,een Amerikaans kunstmuseum met een bijzonder mooie dependance, de Getty Villa” - over de klassieke oudheid, in Malibu (Californië).
 
Laatst gewijzigd:04 juli 2014 21:18

Meer nieuws