Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Van orthodox naar scepticus

Klaas van der Zwaag | Reformatorisch Dagblad | Kerk & Godsdienst
28 januari 2010
Foto Christiaan Zielman
GRONINGEN – Drie generaties Bremmer. Prof. Jan Bremmer voor een foto met grootvader ds. Lucas Lindeboom (1845-1933), hoogleraar in Kampen, en diens dochter, de moeder van prof. Bremmer. Foto Christiaan Zielman

GRONINGEN – Theologie raakt uit, religiestudies is in. De Groninger godsdienstwetenschapper prof. dr. Jan Bremmer betreurt de teloorgang van de christelijke traditie.

Als zoon van dr. R. H. Bremmer groeide hij in een orthodox-gereformeerd milieu op. „Ik ben nu liberaal protestant, ben door mijn vakgebied sceptischer geworden maar denk met respect aan mijn komaf. Het ging tenminste ergens over.”

Jan Bremmer (1944) werd in Groningen het jaar van de Vrijmaking geboren. „Mijn vader was een fervent volgeling van K. Schilder.” Toch ontwikkelde de vader zich tot een buitenbeentje in vrijgemaakte kring door aan de Vrije Universiteit op Herman Bavinck te promoveren.

Die breedte pakte zoon Jan ook op. Hij studeerde klassieke talen, werd leraar aan het Christelijk Streeklyceum in Ede en sloeg zijn vleugels uit naar de internationale godsdienstwetenschap.

In 1990 werd hij benoemd tot hoogleraar algemene godsdienstgeschiedenis en vergelijkende godsdienstwetenschap aan de Universiteit van Groningen. Hij ontwikkelde zich tot een prominent godsdienstwetenschapper die in verschillende landen doceerde en werkzaam was. Zijn specialiteit was de Griekse en vroeg-christelijke wereld. Morgen neemt hij afscheid van de Groninger universiteit, waarvan hij van 1996 tot 2005 decaan was.

Zijn afscheidsrede gaat over de opkomst van het christendom door de ogen van Gibbon, Harnack en Rodney Stark. Het intrigreert prof. Bremmer hoe een relatief klein aantal overtuigde volgelingen van Jezus zo snel opgang maakte in de eerste eeuwen. „We hebben relatief weinig bekeringsberichten van de eerste christenen. Maar de reden van de snelle groei is mijns inziens dat zij zich duidelijk in hun leven onderscheidden van de rest van hun omgeving. Zij hadden een intieme liefdesband met God die zij zagen als een Vader, van wie zij Zijn kinderen waren. Dat was uniek in de Grieks-Romeinse religieuze wereld.

Tegenwoordig staan christenen veel onzichtbaarder in het leven. Wie weet nu van zijn buren welke religieuze opvattingen zij erop nahouden? In de oudheid kwamen de christenen meteen in de openbaarheid door hun geheel andere levensstijl.”

Agnostisch

Het vak algemene godsdienstgeschiedenis en vergelijkende godsdienstwetenschap is een vakgebied waarin relativiteit hoog in het vaandel staat. „Mijn studenten zijn over het algemeen agnostisch. Men kiest religiewetenschap omdat het een interessant vak is en men in aanraking komt met diverse religieuze culturen. Het is een trend in de theologieopleiding in Nederland. Op de Vrije Universiteit misschien na zijn de meeste theologische faculteiten faculteiten van geesteswetenschappen geworden. Sinds Groningen geen kerkelijke opleiding meer heeft, moeten we een dogmaticus uit Kampen inhuren. Aan de Universiteit van Amsterdam is de oudtestamenticus al niet meer opgevolgd.”

Of Bremmer dat betreurt? Hij formuleert stellig. „Ik heb bewust geen theologie gestudeerd, omdat men in de kerk er zo’n keet van gemaakt heeft door te ruziën over allerlei theologische geschilpunten. Je ziet nu overal de instorting van de dogmatiek. Mijn vader keek uit naar het volgende dogmatische deel van Berkouwer. Die tijd is voorbij. De theologie kent een algemene malaise. Het vak heeft zijn status verloren. Als je zegt dat je theologie of godgeleerdheid studeert, vraagt men meewarig: je wilt toch geen predikant worden?”

Gaandeweg is prof. Bremmer ook zélf minder stellig geworden. „Onder godsdienstwetenschappers praten we al lang niet meer over God, maar over de mens. Het gaat om de vraag in hoeverre het geloof in een God richting geeft in het leven van mensen.”

Of hij zijn eigen kring ontgroeid is? „Ik betreur de afkalving van de kerken zoals je dat ziet in het verdwijnen van de catechisatie. Ik heb bijvoorbeeld van mijn zesde tot mijn achttiende jaar catechisatie gevolgd. Iets dergelijks gebeurde ook in de vroegchristelijke kerk, waar men eerst in enkele jaren de hele Bijbel doorging. Als je niets meer weet van je traditie ben je ook niet meer in staat die door te geven.”

Staande blijven in de godsdienstwetenschap is niet gemakkelijk, is de ervaring van prof. Bremmer. „De meeste godsdienstwetenschappers verliezen hun geloof of worden vrijzinnig. Hoe kan het ook anders, omdat je niet mag en kunt zeggen dat het christendom de beste godsdienst is. De vraag naar de waarheid speelt geen enkele rol. Godsdienstwetenschap liberaliseert de mens. Het heeft ook aan mij gemorreld, zodat ik wat sceptischer ben geworden. Wat wil je ook, als je in aanraking komt met zovele godsdiensten.”

©  Reformatorisch Dagblad

Laatst gewijzigd:04 juli 2014 21:18

Meer nieuws