Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Koranvertaler Fred Leemhuis verlaat Groningse universiteit

14 november 2009
prof.dr. Fred Leemhuis

Voor de tweede maal in korte tijd heeft een tycoon van de Nederlandse islamologie in zijn afscheidscollege aandacht besteed aan nieuwe theorieën over de ontstaansgeschiedenis van de Koran en de islam.

In maart deed de Leidse hoogleraar Van Koningsveld dat, gisteren volgde de Groningse koranvertaler professor Fred Leemhuis zijn voorbeeld. Tussendoor behandelde ook de Leidse hoogleraar Petra Sijpesteijn, kenner van papyri, in haar inaugurele rede – veel positiever gestemd – hetzelfde onderwerp.

De toon van Leemhuis was anders dan die van Van Koningsveld. Van Koningsveld noemde in een donderrede zijn tegenstanders, onder wie wetenschappers van naam, ’dilettanten’ die de weg kwijt waren en aan hun lot moesten worden overgelaten.

Leemhuis hield het bij zijn afscheid van de Groningse Universiteit zakelijk. Maar ook hij kraakte kritische noten tegen de zogeheten revisionisten, islamologen die het orthodoxe verhaal over het ontstaan van de islam afdoen als mythologie.

De al oudere discussie laaide in de jaren zestig en zeventig op, onder andere met publicaties van John Wansbrough, Patricia Crone en Günter Lüling. Voor nieuwe dimensies in het debat zorgden Duitse geleerden in de afgelopen tien jaar.

Via antieke munten (Volker Popp), oude koranhandschriften (Gerd Puin) en Aramese invloeden in de korantaal (Christoph Luxenberg), ontwikkelden ze theorieën, die sterk afwijken van het gangbare beeld. Eerder al deden ook de Israëlische archeologen Nevo en Koren waarnemingen in de Negev, die boeiende vraagtekens plaatsen bij het orthodoxe verhaal.

Trouw wijdde in 2006 en 2007 een lange, door Leemhuis aangehaalde artikelenserie aan de ’revisionisten’. Begin dit jaar verscheen, over hetzelfde onderwerp, het boek ’De omstreden bronnen van de islam’ van Eildert Mulder en Thomas Milo.

Leemhuis beperkte zich tot zijn specialisme, de Koran. Opnieuw rekende hij af met Christoph Luxenberg. Al eerder, bij zijn inauguratie in 2004, had hij bezwaren geuit tegen Luxenbergs theorie, als zouden de beloofde maagden in het paradijs in werkelijkheid druiven zijn. Luxenberg komt tot die slotsom door zijn kennis van het Aramees (lange tijd de cultuurtaal van het Midden-Oosten en sterk verwant aan het Arabisch) toe te passen op het betreffende korangedeelte. Gisteren ging Leemhuis kort in op een andere theorie van Luxenberg, als zou de naam Mohammed oorspronkelijk zijn gebruikt als een bijvoeglijk naamwoord bij Jezus, in de betekenis van ’zeer prijzenswaardig’. Luxenberg baseert zich op een beroemde tekst in de Rotskoepel in Jeruzalem, maar Leemhuis hield hem gisteren voor dat er nog een tweede tekst in die Rotskoepel is, waarin Mohammed ook vijfmaal figureert. Luxenberg had moeten nagaan of zijn theorie ook in al die vijf gevallen standhoudt.

Nu zijn Luxenbergs theorieën over Mohammed, de maagden en de druiven uitwerkingen van zijn grote theorie, dat duistere passages in de Koran duidelijk worden via het Aramees. Leemhuis ging niet in op de vraag of die theorie kansrijk is, ongeacht de wetenschappelijke kwaliteiten van Luxenberg zelf. Het zou pikant zijn geweest als Leemhuis, als koranvertaler, zich over die ’Aramese theorie’ wel zou hebben uitgesproken.

Leemhuis stipte wel een ander debat aan, over de ouderdom van de Koran. Volgens de Amerikaanse specialist Wansbrough kwam de eindredactie pas begin negende eeuw tot stand. Volgens Leemhuis lijken oude manuscripten uit soms de zevende eeuw toch al sterk op de definitieve tekst. In revisionistische kringen gaan de gedachten overigens in twee richtingen. Enerzijds gaat men uit van een late eindredactie, anderzijds denkt men dat delen van de Koran teruggaan op veel ouder, christelijk materiaal, van eeuwen voordat Mohammed zou hebben geleefd.

© Trouw 2009

Laatst gewijzigd:04 juli 2014 21:17

Meer nieuws