Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Debatavond: de toekomst van de religie

26 maart 2009

Kerk in Stad | 20 maart 2009 | jrg 10 |  nr 6 | p. 17

door: Pieter Bootsma

Onder theologen 

In het gebouw van de Theologische faculteit zal de Theologische Faculteitsvereniging Geruardus van der Leeuw een debatavond houden over de toekomst van de religie en als ik er naar toe ga om voor de KiS-lezer verslag te doen verwacht ik niet anders dan een sombere avond te moeten meemaken. Maar het pakt wat anders uit. Een veertigtal studenten vult op 26 februari de pronkzaal van het theologisch instituut om met een drietal docenten in de slag te gaan over enkele stellingen. Een alleszins toe te juichen opzet: theologen horen met elkaar te redetwisten en niet: waar, jong geleerd, oud gedaan. 

De eerste stelling die wordt gelanceerd en besreden door de op de Groningse kansels niet onbekende hoogleraar G.H. van Kooten luidt: “religieuze instellingen hebben in ons land geen toekomst”. Hij schildert de institutionele crisis waarin we door de individualistische gesteldheid van de moderne mens terecht zijn gekomen. Mensen zijn niet meer loyaal aan de instituties van de samenleving. En dan is het toch opmerkelijk hoeveel loyaliteit er is aan de kerk. Van de bevolking gaat wekelijks 12 % naar de kerk. En de professor rekent zijn verbaasde gehoor voor: dat zijn twee miljoen mensen en als je dat met de factor 52 vermenigvuldigt kom je ui op een jaarlijks bezoekersaantal van meer dan 102 miljoen. Kom daar bij het voetbal maar eens om! Alleen al deze getallen zijn voor de spreker reden om niet met de stelling mee te gaan. Maar gij heeft een tweede bezwaar. De stelling komt voort uit lineair denken en de media gaan hierbij voorop. Dit houdt in dat de toekomst voorspeld wordt door de ontwikkeling van uit het verleden door te trekken naar detoekomst. En dan kom je van zelf a.h.w. op nul uit als het om de kerk gaat. Maar zo zit de geschiedenis niet in elkaar. Deze verloopt cyclisch, m.a.w. de ontwikkelingen zijn omkeerbaar. Van Kooten blijkt er nogal een romantische opvatting over de geschiedenis op na te houden. Elke 400 jaar zou sprake zijn van een omwenteling, een soort van transformatie. En hij telt af: de 4e eeuw met Constantijn de Groote en de kerstening van het Romeinse rijk, de 8e eeuw met Karel de Grote en de kerstening van Europa, de 12e eeuw met de Reformatie en dan nu de 20e eeuw die de professor vooralsnog onbenoemd laat. 

Mevrouw dr. M. van Dijk neemt de stelling voor haar rekening dat de toekomst van de religie bij de vrouwen ligt. Vrouwen zijn voor religie gvoeliger dan mannen. Haar opponent dwingt haar de stelling te nuanceren. Bij Joden en Hindoes zou het omgekeerd liggen. Kortom, de extra religieuze geschiktheid van de vrouw is cultuurbepaald en zal vooralsnog alleen in het christendom worden aangetroffen. 

De studenten storten zich in de discussie met name op het man-vrouw thema. Wat betekent de stelling van mevrouw Van Dijk wel niet voor het maatschappelijk aanzien van religie. Naarmate een beroep meer vrouwelijke beroepsbeoefenaren telt daalt toch de status. allerlei vernuftige redenaties passeren de revue. En wat de religieuze instituties betreft, ach, ontwikkelt zich niet spiritueel leven in de contacten van de netwerkende mens. Als Van Kooten opmerkt dat vooral eigenbelang mensen nog drijft tot deelname aan maatschappelijke instituties rijst de vraag welk eigenbelang mensen dan wel bij de kerk hebben. De in de individualistische maatschappij door zoveel mensen ervaren eenzaamheid zou door de grote vrijwilligersorganisatie die de kerk is worden doorbroken, aldus het antwoord. Naarmate het debat vordert vraag ik me af of ik hier wel onder theologen ben. Waar blijven de theologische vragen, bijvoorbeeld bij het stoutmoedige historische model van Van Kooten. Want als zjn beweringen juist zouden zijn komt onmiddellijk de vraag op of deze geschiedenis niet is voorbeschikt, of hier niet sprake is van de leiding Gods in onze geschiedenis. en de 400 jaar roepen toch de herinneringen op aan betekenisvolle periodes in de Bijbel. Maar niets van dit al, we zijn hier eerder onder sociologen. Nee de Theologische Faculteit heeft voor zijn core business nog wel wat zendingsarbeid onder zijn studenten te verrichten. 

De derde inleider doet deze indruk ook niet veranderen. Maar dr. J.E.A. Kroesen spreekt dan ook over de toekomst van het kerkgebouw. Hij gaat met zichzelf in debat door de tien stellingen die hij poneert zelf te bestrijden. “Niet waar”roept hij hartstochtelijk bij elke stelling die hij het publiek voorhoudt. Hij blijkt overigens onbekeerd door prof. Van Kooten want hij denkt wel lineair. De P.K.N. zet de trend uit het verleden voor te en zal in 10 jaar in aanhang nog verder teruglopen van 10% naar 4 %. En wat dan met die kerkgebouwen? Nu, dat is geen probleem want in Groningen bijvoorbeeld staat de Stichting Oude Groninger Kerken te trappelen van ongeduld om de gebouwen over te nemen en nu het economische crisis is zal het geld voor de restauraties binnen stromen. Zo is het in de jare 80 ook gegaan. Het betekent immers werkgelegenheid. 

Alle drie sprekers stralen een zeker optimisme uit. De cyclisch verlopende geschiedenis, de toekomst aan de religieus ingestelde vrouw, de Stichting Oude Groninger Kerken, het biedt hen troost in deze barre tijden. En de studenten debatteren frank en vij en geestdriftig. Na afloop van de debatten laaft het theologenvolkje zich aan spijs en drank en node scheid ik van het vrolijke en onbekommerde gezelschap. Ik wandel door de glanzend natgeregende straten van de oude binnenstad huiswaarts en bedenk welk een voorrecht het als grijsaard is te mogen wonen in het adolescentengetto van Nederland.  

Laatst gewijzigd:04 juli 2014 21:14

Meer nieuws