Skip to ContentSkip to Navigation
Over ons Faculteit der Letteren
Header image Uit de collegebank geklapt

Politiek is taal

Datum:13 september 2023
Jesse Nutma, masterstudent Neerlandistiek
Jesse Nutma, masterstudent Neerlandistiek

Ik durf mijn nieuwsapps soms bijna niet te openen, bang om op een artikel te stuiten waarin staat dat er vandaag of morgen een belangrijk debat plaatsvindt. Als er een debat op het plenaire programma staat over een politieke affaire, de Groninger gaswinning of de stikstofcrisis, loopt mijn studieplanning in de soep. Ik probeer het wel te combineren, studeren en het volgen van een debat, al weet ik dat er van studeren dan weinig komt. Tegen beter weten in blijf ik de debatten kijken; studeren kan nog wel héél even wachten…

Mijn politieke interesse begon in groep 7 van de basisschool. Ik werd na hoofdelijke stemming door mijn klasgenoten verkozen om hen te vertegenwoordigen in de allereerste leerlingenraad ooit van basisschool De Regenboog. Dichterbij een politieke carrière ben ik sindsdien niet geweest, al ontwikkelde mijn belangstelling voor politiek zich wel verder op de middelbare school. We bezochten het centrum van de Nederlandse democratie, Den Haag, en leerden hoe het Nederlandse politieke systeem in elkaar steekt door het vak maatschappijleer. 

Kiezen of delen

Ook taal en literatuur, en in het bijzonder de Nederlandse, interesseren mij al geruime tijd bovenmatig, wat resulteerde in de studiekeuze voor de bachelor Nederlands en later de master Neerlandistiek. Tot mijn stomme verbazing blijkt de ene interesse de andere niet uit te sluiten en kan ik binnen de studie onderzoek doen naar taal in de politiek of politieke taal. Want zonder woorden is er geen debat, zonder argumentatie geen discussie, zonder retorica geen overtuigingskracht. Politiek is taal! Een wereld ging voor mij open. Vooral tijdens de master Neerlandistiek is er volop gelegenheid om mijn belangstelling voor taal en politiek te combineren.

Ironie in de Tweede Kamer

Ik mocht mij in het onderzoekscollege Taalkunde buigen over ironiegebruik in de Tweede Kamer. Martin Bosma van de PVV koos ik als subject, een politicus die bekendstaat om zijn ironische taalgebruik. Ik spitte zijn bijdragen en interrupties door in de plenaire verslagen van 2021 en 2022 en inderdaad: hij schuwt ironie niet. Hij maakt vooral gebruik van ironic praise, het ironisch uiten van lof. Zo laat hij zich tijdens een debat negatief uit over partijcongressen, waarna hij een tafereel op een VVD-congres beschrijft: 'Dan kun je op de foto met Sophie Hermans − leuk − en kun je fijn netwerken.’ Als je Bosma’s gezicht ziet en zijn intonatie hoort bij het uitspreken van deze zin, weet je dat hij niet bepaald heel enthousiast wordt van het idee om op de foto te gaan met de VVD-fractievoorzitter. In een ander debat laat Bosma zich kritisch uit over D66 en de NPO, omdat D66 invloed zou uitoefenen op de staatsomroep, al formuleert hij het positief: ‘Ja, het gaat lekker met onze democratie!’ 

De persoonlijke aanval in het plenaire debat

Voor een ander vak mocht ik me verdiepen in drogredenen in de Tweede Kamer. Omdat het er nogal hard aan toe kan gaan in de politiek, koos ik ervoor om het argumentum ad hominem, de persoonlijke aanval, te bestuderen. Ik onderzocht wanneer een persoonlijke aanval een drogreden is en wanneer niet. Uit eerder onderzoek blijkt dat er sprake is van een drogreden als de persoonlijke aanval inhoudelijk niet aansluit bij het onderwerp van discussie, of als de aanval de opponent uitsluit als serieuze discussiepartner. Aan de hand van dit uitgangspunt bekeek en analyseerde ik in de plenaire verslagen fragmenten met persoonlijke aanvallen. Dus als PvdA-politicus Kati Piri tijdens een asieldebat zegt dat VVD-politicus Ruben Brekelmans onbetrouwbaar is omdat hij al maanden feiten onder tafel veegt, is dat een drogredelijke persoonlijke aanval. Het argument gaat niet over de inhoud en Piri bestempelt Brekelmans als structureel ongeloofwaardig, waardoor ze hem als serieuze discussiepartner elimineert. Maar als D66’er Sjoerd Sjoerdsma Forum-voorman Thierry Baudet beschuldigt van het overnemen van Russische Kremlinretoriek, en andersom Baudet Sjoerdsma van Amerikaanse Oekraïnepropaganda, is dat geen drogredelijke persoonlijke aanval. De discussie blijft over de inhoud van het debat gaan, in dit geval de oorlog in Oekraïne, en de politici sluiten elkaar niet uit als serieuze discussiepartner. Dankzij dit onderzoek kan ik niet meer hetzelfde naar debatten luisteren als voorheen. Ik raak afgeleid door persoonlijke aanvallen, flauwe jij-bakken en gemene sneren.

Ik hoef niet ten koste van, maar kan als onderdeel van mijn studie Nederlands onderzoek doen naar andere interesses. Want het combineren van je liefde voor taal kan met veel meer andere interesses: muziek, onderwijs, geschiedenis, journalistiek, ga zo maar door… Raak dus vooral afgeleid door andere interesses, of beter nog: combineer ze!





Reacties

Reacties laden...